-A +A

Uiterst dringende noodzakelijkheid raad van state wegens financieel nadeel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
don, 28/09/2017
A.R.: 
239.291

De vereiste van uiterst dringende noodzakelijkheid voor het instellen van een vordering tot schorsing is voldaan bij erstig finacieel nadeel, zelfs zonder gevaar op faillissement. De financiële impact bestraande uit een zware financiële klap volstaat.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
946
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

B.D.K. e.a. t/ Stad Gent

Arrest nr. 239.261

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 21 september 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de burgemeester van de stad Gent van 13 september 2017 om de zaak D., [...], gedurende tien weken te sluiten, evenals van de bevestiging van die beslissing door het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent op 14 september 2017.

...

VII. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid

...

Bespreking

23. Er is sprake van een uiterst dringende noodzakelijkheid in de zin van art. 17, § 4 RvS-Wet wanneer een zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en die spoedeisendheid zelfs onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing.

24. In de onderhavige zaak plaatsen de bestreden beslissingen de inrichting D., kennelijk goed voor de broodwinning van elf mensen, voor een sluiting van tien weken. Die tien weken volgen op een traditionele vakantiesluiting van twee maanden en een sluiting die verzoekers wijselijk in acht hebben genomen «in het kader van de lopende administratieve procedure om tot goede afspraken [met de verwerende partij] te komen». De tien weken vallen bovendien samen met de start van het academiejaar, wat verzoekers, die daarin niet worden tegengesproken, omschrijven als «een zeer drukke periode waarin het grootste deel van de jaarlijkse omzet wordt gerealiseerd».

Rekening houdend met een bedrag aan vaste kosten voor tweede verzoekster van meer dan 140.000 euro per kwartaal – «ongeacht uitbating of niet» – komt het de Raad van State niet ongeloofwaardig voor dat de bestreden beslissingen haar in de concrete omstandigheden van de zaak een financiële klap dreigen toe te brengen die zodanig aanzienlijk is dat, zelfs al zou hij niet tot «een situatie van WCO, laat staan faillissement» leiden, hij niettemin geacht mag worden een urgentie te verantwoorden die niet samengaat met de gebruikelijke termijn nodig voor de afwikkeling van een gewone vordering tot schorsing.

25. Dat er tussen de bestreden sluiting en het instellen van de vordering een week voorbijging, spreekt de uiterst dringende noodzakelijkheid niet tegen, maar bevestigt integendeel dat het verzoekschrift met een navenante voortvarendheid is ingediend.

26. Alleszins in de persoon van tweede verzoekster is ook aan de schorsingsvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid voldaan.

...

Noot: 

Lust, P.-D.-S., « De spoedeisendheid in het administratief kort geding », R.A.B.G., 2016/12, p. 872-875

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 10/02/2018 - 13:08
Laatst aangepast op: vr, 30/03/2018 - 17:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.