-A +A

Uitbetaalde groepsverzekering dient bij vereffening-verdeling zonder meer en onmiddellijk verdeeld

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 03/03/2016

Naarmate de opbouw van het pensioenfonds (bij wijze van spaarverrichting) gebeurde tijdens de werking van de huwelijksgemeenschap, is de vermogenswaarde ervan gemeenschappelijk.

Dat de premiebetalingen gebeurden hetzij door een echtgenoot, hetzij door diens door zijn werkgever, is op zich niet cruciaal: punt is de bedoelde spaarverrichting als aanvullend inkomen.

Aannemen dat de aanspraken m.b.t. het pensioenfonds tot de gewezen huwelijksgemeenschap behoren, althans in voormelde mate van opbouw tijdens de werking ervan, heeft tot gevolg dat de vermogenswaarde van dit pensioenfonds moet worden verdeeld bij de vereffening-verdeling na echtscheiding.

Ingeval de uitbetaling is gedaan, is onmiddellijke verrekening zonder meer mogelijk.

In beginsel moet de nettowaarde van het kapitaal van het pensioenfonds op de datum van de effectieve verdeling in aanmerking worden genomen: dit is de waarde na aftrek van de RIZIV-bijdragen en andere bijzondere bijdragen en belastingen, zij het enkel rekening gehouden met de tot op het tijdstip van ontbinding met arbeidsinkomsten betaalde premies.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
831
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

V. t/ H.

...

Bezwaar van V. aangaande de vergoeding die hij aan de gewezen huwelijksgemeenschap V.-H. moet betalen wegens het mede ten tijde van het huwelijk opgebouwde pensioenfonds

1. In hun staat van vereffening-verdeling van 8 april 2008 voorzien de notarissen-vereffenaars in een vergoeding die V. aan de gewezen huwelijksgemeenschap V.-H. moet betalen wegens een mede ten tijde van het huwelijk opgebouwd pensioenfonds. De vergoeding bedraagt 40.015,22 euro.

In hun aangepaste staat van vereffening-verdeling van 30 september 2011 voeren de notarissen-vereffenaars, deels ingaande op het bezwaar van V., een beperkte correctie door. De notarissen-vereffenaars brengen de vergoeding terug tot 35.189,19 euro.

Het aangehouden bezwaar van V. strekt ertoe de vergoeding verder terug te brengen tot 27.394,50 euro.

2. Het bedoelde pensioenfonds is door V. (o23 juli 1942) opgebouwd als werknemer bij de bank. V. heeft zijn volledige loopbaan bij deze bank gewerkt, en dit vanaf zijn indiensttreding op 17 augustus 1970 tot zijn pensioen op 65-jarige leeftijd op 31 juli 2007. Naar aanleiding van het pensioen van V. medio 1997 (en derhalve na de echtscheiding) is via zijn werkgever het nettokapitaal van het pensioenfonds uitbetaald.

3. Enkel de huwelijkse premiebetalingen gebeurden (door V. en/of zijn werkgever) met (huwelijkse inkomsten van V. en derhalve met) gemeenschapsgelden, zodat het uitbetaalde nettokapitaal in zoverre een gemeenschappelijk karakter vertoont.

Naarmate de opbouw van het pensioenfonds (bij wijze van spaarverrichting) gebeurde tijdens de werking van de huwelijksgemeenschap V.-H. en meer precies in de periode vanaf het huwelijk op 11 maart 1972 tot aan de refertedatum van 5 juni 1992, is de vermogenswaarde ervan gemeenschappelijk (GwH 27 juli 2011, JT 2012, 156, noot Y.-H. Leleu en L. Rousseau, NFM 2012, noot B. Scheers, RABG 2011, 1353, noot C. Hendrickx, RNB 2012, 211, noot H. Casman, TBH 2012, 272, noot C. Devoet, T.Fam. 2012, 19, noot U. Cerulus, T.Not. 2011, 595, noot J. Du Mongh; Cass. 30 november 2012, RTDF 2013, 968; R. Barbaix, «Groepsverzekeringen en familiaal vermogensrecht: een nieuwe invalshoek?» in R. Barbaix e.a. (eds.), De groepsverzekering als aanvullend pensioen, Antwerpen, Intersentia, 2014, p. 114-120, nrs. 17-27; H. Casman, «Actualia huwelijksvermogensrecht», NFM 2015, 245-247).

Dat de premiebetalingen gebeurden hetzij door V. hetzij door zijn werkgever, is op zich niet cruciaal: punt is de bedoelde spaarverrichting als aanvullend inkomen (R. Barbaix, «Groepsverzekeringen en familiaal vermogensrecht: een nieuwe invalshoek?» in R. Barbaix e.a. (eds.), De groepsverzekering als aanvullend pensioen, Antwerpen, Intersentia, 2014, p. 116-117, nr. 20).

4. Aannemen dat de aanspraken m.b.t. het pensioenfonds (met uitbetaling aan V., gelet op het bereiken van diens pensioenleeftijd) tot de gewezen huwelijksgemeenschap V.-H. behoren, althans in voormelde mate van opbouw tijdens de werking ervan (zie: A. Van Geel en Ch. Declerck, «Actuele planningstechnieken in vraag gesteld», NFM 2011, p. 197, nr. 43), heeft tot gevolg dat de vermogenswaarde van dit pensioenfonds moet worden verdeeld bij de vereffening-verdeling na echtscheiding.

Ingeval, zoals in casu, de uitbetaling is gedaan, is onmiddellijke verrekening zonder meer mogelijk (vgl. R. Barbaix, «Groepsverzekeringen en familiaal vermogensrecht: een nieuwe invalshoek?» in R. Barbaix e.a. (eds.), De groepsverzekering als aanvullend pensioen, Antwerpen, Intersentia, 2014, p. 118-120, nrs. 25-26; zie ook: Gent 28 juni 2007, T.Not. 2009, 550; Brussel 16 november 2010, T.Not. 2011, 499).

In beginsel moet de nettowaarde van het kapitaal van het pensioenfonds op de datum van de effectieve verdeling in aanmerking worden genomen: dit is de waarde na aftrek van de RIZIV-bijdragen en andere bijzondere bijdragen en belastingen, zij het enkel rekening gehouden met de tot op het tijdstip van ontbinding met arbeidsinkomsten betaalde premies (zie: A. Van Geel en Ch. Declerck, «Actuele planningstechnieken in vraag gesteld», NFM 2011, p. 196-197, nr. 42; zie ook: C. Hendrickx, «Groepsverzekering: wat bij echtscheiding?», RABG 2011, p. 1359-1360, nr. 5-6). Daarbij kan, zoals reeds aangegeven, enkel rekening worden gehouden met de opbouw van het pensioenfonds tot op de datum van ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel, maar is wel actualisering aangewezen ten tijde van de verdeling, gelet op art. 890 BW (zie ook: Gent 24 maart 2005, T.Not. 2005, 482). De actuele aangroei van de nettowaarde van het kapitaal van het pensioenfonds moet ten tijde van de verdeling worden bekeken.

5. Een en ander maakt dat het aangehouden bezwaar van V. slaagt in zoverre het ertoe strekt de vergoeding verder terug te brengen tot 27.394,50 euro. De vergoeding vloeit voort uit het gegeven dat de uitbetaling van het nettokapitaal van het pensionfonds, waarvan de vermogenswaarde (zoals aangegeven) deels een gemeenschappelijk karakter vertoont, na de echtscheiding in globo is gebeurd aan V. V. is dientengevolge tot vergoeding gehouden.

V. stoffeert de bedoelde berekening afdoende, inzonderheid door een attestering van de bank.

De notarissen-vereffenaars en de eerste rechter houden verkeerdelijk vast aan een brutowaarde, terwijl een nettowaarde aan de orde is. De redenering van H. om (in strijd met voormelde redengeving) tot een (hogere) brutowaarde te komen, faalt evenzeer.

6. Om die reden verdient de aangepaste staat van vereffening-verdeling van 30 september 2011 (verdere) aanpassing.

...

Noot: 

• Groepsverzekering wat bij echtscheiding;  C. Hendrickx, RABG, 2011/19, 1358

• Ulrike Cerelus, Het statuut van het groepsverzekeringskapitaal in een gemeenschapsstelsel: Het grondwettelijk hof hakt de knoop door. T. Fam. 2012/1, pagina 22 alwaar het arrest eveneens werd gepubliceerd.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 14/01/2018 - 11:23
Laatst aangepast op: zo, 14/01/2018 - 11:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.