-A +A

Tuchtrecht afwezigheid van betrokkene dient gemotiveerd en aanvaard te worden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
vri, 03/05/2013
A.R.: 
223.380

Wie inroept niet aanwezig te kunnen zijn wordt geacht dit te motiveren. Door de loutere melding van de betrokkene dat hij op een hoorzitting niet kan aanwezig zijn, mag hij er niet vanuit gaan dat de zitting niet zal doorgaan, temeer er geen nieuwe datum werd voorgesteld.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
544
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

D.E. t/ Lokale Politiezone Herent-Kortenberg

Arrest nr. 223.380

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 4 mei 2012, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het politiecollege van de lokale politiezone Herent-Kortenberg van 8 maart 2012, waarbij D.E. de zware tuchtstraf van de “schorsing bij tuchtmaatregel voor een duur van één week” wordt opgelegd.

...

IV. Onderzoek van het tweede middel

...

Beoordeling

...

10. ...

In beginsel heeft de tuchtrechtelijk vervolgde geen inspraak bij het vaststellen van de datum waarop hij gehoord zal worden, omdat de tuchtoverheid daar eigenmachtig over beslist. Niettemin is het wel gebruikelijk dat ter zake rekening wordt gehouden met de redelijke desiderata van de betrokkenen. Het bovenstaande geldt des te meer wanneer de hoorzitting door de betrokkene is aangevraagd en ertoe strekt de bewijsgegevens waarop de tuchtoverheid zich baseert in het juiste daglicht te stellen. Behalve in het geval dat de tuchtoverheid aantoont dat het betrokken personeelslid misbruik maakt van zijn rechten of dat zijzelf geen andere mogelijkheid heeft, perkt de tuchtoverheid het recht van verdediging op een onredelijke manier in door een hoorzitting vast te leggen op een datum waarop de verdediging van het tuchtrechtelijk vervolgde personeelslid niet aanwezig kan zijn. Geconfronteerd met een verzoek tot uitstel van de hoorzitting is het evenzeer de tuchtoverheid die eigenmachtig beslist om al dan niet op dit verzoek in te gaan. Een weigering moet evenwel op deugdelijke gronden gebaseerd zijn en zal worden beoordeeld in het licht van het recht van verdediging.

De hoorplicht impliceert evenwel niet dat de tuchtoverheid, wanneer de tuchtrechtelijk vervolgde geen gevolg geeft aan de oproeping voor de hoorzitting, geen beslissing aangaande de tuchtstraf zou kunnen nemen. Het is voldoende dat het betrokken personeelslid behoorlijk in de gelegenheid wordt gesteld om te worden gehoord en op die manier de kans heeft om zijn recht van verdediging uit te oefenen. Wanneer hij er evenwel voor kiest om uiteindelijk toch niet voor de tuchtoverheid te verschijnen of zich te laten vertegenwoordigen, kan hij nadien niet aanvoeren dat zijn hoorrecht is miskend.

...

De aangetekende zending houdende de vraag tot uitstel werd ook daadwerkelijk op 30 september 2011 bij het politiecollege aangeboden. Bij gebrek aan iemand om de zending in ontvangst te nemen werd de brief evenwel niet afgeleverd, maar werd een bericht gelaten. Uiteindelijk werd de brief op dinsdag 4 oktober 2011 afgehaald. Ondertussen had de hoorzitting zoals voorzien op 30 september 2011 om 16 u 30 plaatsgevonden. Noch de verzoeker, noch zijn tuchtverdediger hebben zich op de hoorzitting aangeboden en de tuchtoverheid heeft in dat verband vastgesteld dat zij geen contact hebben genomen om hun afwezigheid te melden. Vervolgens heeft de tuchtoverheid op maandag 3 oktober 2011 – en dus vóór het verstrijken van de door art. 38sexies voorziene termijn van vijftien dagen op vrijdag 7 oktober 2011 – haar voorstel van zware tuchtstraf aan de verzoeker betekend. Verzoekers tuchtverdediger heeft nog op 3 oktober 2011 twee faxen aan de tuchtoverheid gestuurd – die de tuchtoverheid evenwel niet hebben bereikt – en daags nadien nog een e-mail gestuurd om een datum voor de hoorzitting te vernemen, maar hem werd toen meegedeeld dat op zijn verzoek van 29 september 2011 om uitstel, niet kon worden ingegaan en dat het voorstel van zware tuchtstraf reeds was betekend.

Het is enigszins jammer dat niemand van de tuchtoverheid op 30 september 2011 verzoekers aangetekende zending houdende zijn verzoek tot uitstel van de hoorzitting in ontvangst heeft genomen. Dat de hoorzitting uiteindelijk toch op 30 september 2011 om 16 u 30 heeft plaatsgevonden, is evenwel toe te schrijven aan de houding van de verzoeker en zijn tuchtverdediger op het uitblijven van enige reactie op hun verzoek tot uitstel. Zij hebben immers niet diligent gehandeld door zonder meer aan het uitblijven van het antwoord van het politiecollege het gevolg te verbinden dat de hoorzitting niet op vrijdag 30 september 2011 zou plaatshebben – ook niet om 17 u 30 zoals in het verzoek tot uitstel was gesuggereerd – maar op een latere, nog door het politiecollege mee te delen, datum. Zij hadden evenwel, geconfronteerd met het uitblijven van een reactie van de tuchtoverheid, op vrijdag 30 september 2011 het politiecollege moeten contacteren om te informeren welk gevolg aan het verzoek tot uitstel was verleend. In voorkomend geval had de verzoeker zelf naar de hoorzitting moeten gaan om daar zijn verzoek tot uitstel te herhalen en te vernemen wanneer de hoorzitting dan wel zou plaatshebben.

In dat verband voert de verzoeker niet aan dat hij op 30 september 2011 niet kon aanwezig zijn, hij voert geen overmacht aan, wat zijn tuchtverdediger evenmin doet.

Indien een partij een verzoek richt tot een bestuurlijke instantie of tot een rechtscollege, waardoor wordt afgeweken van wat vooraf werd beslist in verband met een zitting, dan is het aan diegene die om de afwijking verzoekt om alle nuttige initiatieven en maatregelen te nemen om het desbetreffende bestuur of rechtscollege te contacteren en te verwittigen betreffende de gevraagde wijziging van de vaststellingsdatum.

Door er enerzijds zonder meer van uit te gaan dat de hoorzitting niet op 30 september 2011 zou plaatsvinden, heeft de verzoeker er zelf de hand in gehad dat hij op voormelde datum zijn hoorrecht en zijn recht van verdediging niet heeft kunnen uitoefenen.

Anderzijds kan het politiecollege niet worden ten grieve geduid op de hoorzitting van 30 september 2011 te hebben vastgesteld dat de verzoeker of zijn tuchtverdediger geen contact hebben opgenomen om hun afwezigheid te melden. Het aangetekend schrijven van 29 september 2011 was immers niet afgeleverd en de verzoeker, noch zijn tuchtverdediger hebben enig initiatief ondernomen om de tuchtoverheid te contacteren om na te gaan welk gevolg aan het uitblijven van het antwoord van het politiecollege gegeven moest worden. Dat verzoekers tuchtverdediger nog met faxen van 3 oktober 2011 en een e-mailbericht van 4 oktober 2011 naar een datum voor de hoorzitting heeft geïnformeerd, doet aan het bovenstaande geen afbreuk. Deze vragen zijn er immers pas gekomen nadat de hoorzitting – die op het geplande en aan de verzoeker meegedeelde tijdstip heeft plaatsgehad – reeds voorbij was. Evenmin kan het politiecollege ten grieve worden geduid dat het op 3 oktober 2011 zijn voorstel van zware tuchtstraf aan de verzoeker heeft betekend. Het mocht er immers van uitgaan dat de verzoeker in de gelegenheid was gesteld om zich mondeling te verweren, maar door zijn afwezigheid die kans aan zich had laten voorbijgaan. Bovendien moest het ook de termijn van art. 38sexies van de tuchtwet – die afliep op 7 oktober 2011 – naleven. Wanneer het politiecollege dan op 4 oktober 2011 alsnog de vraag tot uitstel van de hoorzitting ontving, kon het niet anders dan deze weigeren, aangezien het voorstel van zware tuchtstraf daags voordien reeds was betekend.

12. Het bovenstaande noopt tot het besluit dat de verzoeker zelf verantwoordelijk is voor het feit dat de hoorzitting op 30 september 2011 zonder hem of zijn tuchtverdediger heeft plaatsgevonden en dat hij aldus geen gebruik heeft kunnen maken van zijn hoorrecht.

13. Het middel is niet gegrond.

...

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 28/12/2013 - 20:19
Laatst aangepast op: za, 28/12/2013 - 20:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.