-A +A

Tuchtrecht advocaten en toetsing door het Hof van cassatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 18/11/2011
A.R.: 
D11.0006F

De omstandigheid dat de beslissing van de tuchtraad in beroep van de advocaten niet vaststelt dat het openbaar ministerie aanwezig was bij de uitspraak is niet in strijd met de vermelding in het proces-verbaal van de terechtzitting volgens welke die uitspraak plaatsvond in tegenwoordigheid van het openbaar ministerie.

Artikel 782bis van het Gerechtelijk Wetboek verbiedt niet dat de beslissing van de tuchtraad in beroep van de advocaten wordt uitgesproken door de voorzitter van de kamer die ze gewezen heeft, en de secretaris-advocaat, die samen met die voorzitter en vier assessoren de kamer vormt krachtens artikel 465, §2, van het Gerechtelijk Wetboek.

De beslissing van de tuchtraad in beroep van de advocaten die oordeelt dat, de straf schrapping van de lijst van advocaten die wensen prestaties te verrichten in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand, aangezien zij eenmalig, streng en facultatief is, slechts kan worden opgelegd in omstandigheden die voldoende ernstig zijn en een kennelijke inbreuk inhouden op de doelstellingen van de wetten op de juridische bijstand, schendt artikel 508/8 van het Gerechtelijk Wetboek niet.

De bestreden beslissing die, nadat zij heeft geoordeeld dat vier van de bezwaren bewezen zijn, beslist dat, hoewel daaruit een laakbaar tekort aan nauwkeurigheid blijkt, ze niet rechtvaardigen dat de verweerder van de voornoemde lijst wordt geschrapt, doet geen uitspraak bij wege van algemene en als regel geldende beschikking.

 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. D.11.0006.N
STAFHOUDER VAN DE FRANSE ORDE VAN ADVOCATEN VAN DE BALIE VAN BRUSSEL

tegen
1. S. B.
2. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van 16 februari 2011 van de Franstalige en Duitstalige tuchtraad in beroep van de advocaten.
Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN
In zijn cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd, voert de eiser drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel
De omstandigheid dat de bestreden beslissing niet vaststelt dat het openbaar ministerie aanwezig was bij de uitspraak is niet in strijd met de vermelding in het proces-verbaal van de terechtzitting volgens welke die uitspraak plaatsvond in tegenwoordigheid van het openbaar ministerie.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel
Artikel 782bis van het Gerechtelijk Wetboek verbiedt niet dat de beslissing van de tuchtraad in beroep van de advocaten wordt uitgesproken door de voorzitter van de kamer die ze gewezen heeft, en de secretaris-advocaat, die samen met die voorzitter en vier assessoren de kamer vormt krachtens artikel 465, § 2, Gerechtelijk Wetboek.
Het onderdeel dat van het tegenovergestelde uitgaat, faalt naar recht

Tweede middel

Eerste onderdeel
Artikel 508/8, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de Orde van advocaten toeziet op de kwaliteit van de prestaties die door de advocaten worden verstrekt in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand. Het tweede lid bepaalt dat de raad van de Orde, in geval van tekortkoming, met een met redenen omklede beslissing een advocaat kan schrappen van de in artikel 508/7 van dat wetboek bedoelde lijst van advocaten die wensen prestaties te verrichten in het kader van de juridische tweedelijnsbijstand.

De bestreden beslissing die oordeelt dat, aangezien de straf schrapping van de lijst eenmalig, streng en facultatief is, slechts kan worden opgelegd in omstandigheden die voldoende ernstig zijn en een kennelijke inbreuk inhouden op de doelstellingen van de wetten op de juridische bijstand, schendt artikel 508/8 Gerechtelijk Wetboek niet.

Tweede onderdeel
Nadat de bestreden beslissing de in het antwoord op het eerste onderdeel vermelde overweging heeft gemaakt, onderzoekt zij de tegen de eerste verweerder gemaakte bezwaren, oordeelt zij dat er vier daarvan bewezen zijn en beslist zij dat die bezwaren, hoewel ze blijk geven van een laakbaar tekort aan nauwkeurigheid, niet rechtvaardigen dat de verweerder van de lijst wordt geschrapt.

Door aldus uitspraak te doen, doet de bestreden beslissing over de zaak waarvan zij heeft kennisgenomen, geen uitspraak bij wege van algemene en als regel geldende beschikking en schendt zij, bijgevolg, artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek niet.
De onderdelen kunnen niet worden aangenomen.
(...)

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep;
Veroordeelt de eiser in de kosten.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 17/01/2014 - 20:33
Laatst aangepast op: vr, 17/01/2014 - 20:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.