-A +A

Tuchtprocedure Stafhouder - Orde - Recht van hoger beroep

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 07/04/2017
A.R.: 
16.0005.N

Krachtens artikel 1121/2 Ger.W. treedt op als eiser of als verweerder in de rechtspleging voor het Hof van Cassatie de Orde, het Instituut of, bij ontstentenis, de rechtspersoon die krachtens de wet waakt over de eerbiediging van de beroepsregels.

Krachtens artikel 1121/3, § 1 Ger.W. kan de betrokken persoon, de Orde, het Instituut of de rechtspersoon die krachtens de wet waakt over de eerbieding van de beroepsregels, de beslissingen gewezen in laatste aanleg door de in artikel 1121/1, § 1 tot § 3, bedoelde tuchtrechtscolleges aan het Hof van Cassatie voorleggen.

Zowel de Orde van Advocaten waartoe de betrokken advocaat behoort als de Orde van Vlaamse Balies waarvan de Orde van Advocaten deel uitmaakt, zijn gemachtigd om op te treden als eiser of verweerder voor het Hof van Cassatie dat uitspraak doet over de cassatieberoepen tegen de beslissingen in laatste aanleg van de raden van beroep van de Orde van Advocaten.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/18
Pagina: 
1429
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(Orde van de Vlaamse Balies en Orde van Advocaten Kortrijk / D.V. - Rolnr.: D.16.0005.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten van 9 februari 2016.

Advocaat-generaal A. Van Ingelgem heeft op 9 februari 2017 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer K. Moens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal A. Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel
De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep door de Orde van Vlaamse Balies
1. Krachtens artikel 1121/1, § 1, 1° Ger.W. doet het Hof van Cassatie uitspraak over de cassatieberoepen tegen de beslissingen in laatste aanleg van de raden van beroep van de Orde van Advocaten.

Krachtens artikel 1121/2 Ger.W. treedt op als eiser of als verweerder in de rechtspleging voor het Hof van Cassatie de Orde, het Instituut of, bij ontstentenis, de rechtspersoon die krachtens de wet waakt over de eerbiediging van de beroepsregels.

Krachtens artikel 1121/3, § 1 Ger.W. kan de betrokken persoon, de Orde, het Instituut of de rechtspersoon die krachtens de wet waakt over de eerbieding van de beroepsregels, de beslissingen gewezen in laatste aanleg door de in artikel 1121/1, § 1 tot § 3, bedoelde tuchtrechtscolleges aan het Hof van Cassatie voorleggen.

2. Krachtens artikel 455 Ger.W. heeft de raad van de Orde de opdracht om de eer van de Orde van Advocaten op te houden en de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen, te handhaven.

Krachtens artikel 495, eerste lid Ger.W. hebben de Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone, elk voor de balies die er deel van uitmaken, de taak te waken over de eer, de rechten en de gemeenschappelijke beroepsbelangen van hun leden en zijn zij bevoegd voor de juridische bijstand, de stage, de beroepsopleiding van de advocaten-stagiairs en de vorming van alle advocaten behorende tot de balies die er deel van uitmaken.

Krachtens artikel 495, tweede lid Ger.W. nemen zij initiatieven en maatregelen die nuttig zijn voor de opleiding, de tuchtrechtelijke regels en de loyauteit in het beroep en voor de behartiging van de belangen van de advocaat en van de rechtzoekende.

3. Deze bepalingen staan niet eraan in de weg dat zowel de Orde van Advocaten waartoe de betrokken advocaat behoort als de Orde van Vlaamse Balies waarvan de Orde van Advocaten deel uitmaakt, gemachtigd zijn om op te treden als eiser of verweerder voor het Hof van Cassatie dat uitspraak doet over de cassatieberoepen tegen de beslissingen in laatste aanleg van de raden van beroep van de Orde van Advocaten.

Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Ontvankelijkheid van het middel in zijn geheel
4. De verweerder roept een grond van niet-ontvankelijkheid in: het hoger beroep van de stafhouder van de Orde van Advocaten bij de balie te Kortrijk beoogt enkel de nietigverklaring van de beslissing van de tuchtraad van advocaten van 29 augustus 2014, zodat het cassatieberoep tegen de verweerder geen belang vertoont.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de stafhouder van de Orde van Advocaten bij de balie te Kortrijk op 7 mei 2015 hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van de tuchtraad voor advocaten van de Ordes van het rechtsgebied Antwerpen van 29 augustus 2014, waarbij deze zich zonder rechtsmacht verklaart omdat er geen formele beslissing van de voorzitter van de tuchtraad van beroep voorlag waarbij de tuchtraad van een ander rechtsgebied wordt aangewezen, op volgende grieven:

- krachtens artikel 860 Ger.W. kan geen proceshandeling worden nietig verklaard tenzij de wet hierin uitdrukkelijk voorziet;

- zo de wet een nietigheid oplegt, wat ten deze niet het geval is, moet degene die een nietigheid inroept een belangenschade aantonen;

- artikel 456 Ger.W. voorziet geen formaliteiten op straffe van nietigheid; het staat vast dat de voorzitter van de tuchtraad van beroep het onderzoek heeft opgedragen aan de stafhouder te Antwerpen;

- er is dan ook geen reden waarom de eerste rechter niet rechtsgeldig zou zijn gevat en zonder rechtsmacht zou zijn om over de zaak ten gronde te oordelen.

6. Anders dan de verweerder aanvoert wordt aldus niet de loutere nietigheid beoogd van de bestreden beslissing, maar beoogt het hoger beroep van de stafhouder dat de voorzitter van de tuchtraad van beroep de tuchtraad van het rechtsgebied Antwerpen heeft aangewezen om het tuchtrechtelijk onderzoek te voeren.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid
Tweede onderdeel
7. Krachtens artikel 461, § 2 Ger.W. geeft de secretaris van de tuchtraad van iedere beslissing in tuchtzaken binnen 8 dagen na de uitspraak ervan bij een ter post aangetekende brief kennis aan de advocaat, aan zijn stafhouder en aan de procureur-generaal.

Krachtens artikel 463, eerste lid Ger.W. kan tegen de beslissingen gewezen door de tuchtraad hoger beroep wordt ingesteld door de betrokken advocaat, de stafhouder van de balie van de betrokken advocaat of de procureur-generaal.

Krachtens artikel 463, tweede lid, wordt het hoger beroep aan de voorzitter van de tuchtraad van beroep ter kennis gebracht bij een ter post aangetekende brief binnen 15 dagen te rekenen van de kennisgeving van de beslissing.

8. Uit deze bepalingen volgt dat de stafhouder die door de secretaris van de tuchtraad in kennis wordt gesteld van een beslissing in tuchtzaken, binnen 15 dagen te rekenen van die kennisgeving, hoger beroep kan instellen.

9. De termijn om hoger beroep in te stellen geeft aan tot wanneer de stafhouder hoger beroep kan instellen tegen een beslissing van de tuchtraad in tuchtzaken, maar belet niet dat de stafhouder hoger beroep kan instellen vooraleer de beslissing in tuchtzaken waartegen hoger beroep wordt ingesteld hem door de secretaris van de tuchtraad ter kennis is gebracht.

10. De tuchtraad van beroep die beslist dat het hoger beroep van de stafhouder van de Orde van Advocaten bij de balie te Kortrijk niet ontvankelijk is, na te hebben vastgesteld dat het werd ingesteld buiten de termijn van artikel 463, tweede lid Ger.W., en meer bepaald vóór de kennisgeving van de beslissing, schendt voormelde wetsbepaling.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de beslissing van de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten van 9 februari 2016.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten.

Verwijst de zaak naar de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten, anders samengesteld.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 23/12/2017 - 10:31
Laatst aangepast op: za, 23/12/2017 - 10:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.