-A +A

Toepassing burgerlijke bewijsregels met betrekking tot betwiste overeenkomsten in strafzaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 06/09/2016
A.R.: 
P.16.0647.N

Uittreksel uit de voorafgaande titel Wetboek Strafvordering:

Art. 16. Wanneer het misdrijf verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst waarvan het bestaan ontkend of waarvan de uitlegging betwist wordt, gedraagt de strafrechter zich naar de regels van het burgerlijk recht bij zijn beslissing over het bestaan van die overeenkomst of over de uitvoering ervan.
Indien de toelaatbaarheid van getuigenbewijs afhangt van een geschrift dat ontkend wordt door hem tegen wie het is aangevoerd, wordt een onderzoek naar de echtheid ervan vóór de bevoegde burgerlijke rechter bevolen.

Artikel 16, eerste lid Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing indien het bestaan of de uitlegging van de overeenkomst op grond waarvan de goederen ten precaire titel werden overhandigd, door de beklaagde niet wordt betwist.

Artikel 16, eerste lid Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is evenmin toepasselijk indien de beklaagde te zijner verdediging het bestaan van een overeenkomst en de uitvoering ervan aanvoert. Daarvoor geldt de vrije bewijsvoering en bewijswaardering door de rechter.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/1
Pagina: 
44
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(A.S. / H.M., M.V.B., C.D. - Rolnr.: P.16.0647.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 3 mei 2016.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
(…)

Eerste middel
3. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 491 Strafwetboek, artikel 16 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 446ter Gerechtelijk Wetboek: het arrest heeft wat betreft de telastlegging A. van misbruik van vertrouwen ten onrechte de principes van de vrije bewijsvoering en bewijswaardering gehanteerd; er bestaat wel degelijk betwisting over de inhoud en de uitvoering van een overeenkomst en het bewijs van de constitutieve bestanddelen van het misdrijf hangt wel degelijk af van een vooraf bestaand burgerlijk juridisch feit namelijk het doel van de afgifte, zodat artikel 16 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering moet worden toegepast; het arrest kon niet wettig tot de vaststelling komen van de aanwezigheid van een precair bezit, wat een constitutief element is van het misdrijf van misbruik van vertrouwen; in geval van betaling van erelonen vindt er geen onrechtmatige verandering plaats van “het ter bede onder zich hebben” naar “het bezit animo domini.”

4. Artikel 16, eerste lid Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat wanneer een misdrijf verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst waarvan het bestaan wordt ontkend of de uitlegging betwist, de rechter zich gedraagt naar de regels van het burgerlijk recht bij zijn beslissing over het bestaan van die overeenkomst of over de uitvoering ervan.

Deze bepaling wil voorkomen dat een eiser de burgerlijke bewijsregels zou omzeilen door de zaak voor de strafrechter te brengen.

5. Artikel 16, eerste lid Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is niet van toepassing indien het bestaan of de uitlegging van de overeenkomst op grond waarvan de goederen ten precaire titel werden overhandigd, door de beklaagde niet wordt betwist.

6. Artikel 16, eerste lid Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is evenmin toepasselijk indien de beklaagde te zijner verdediging het bestaan van een overeenkomst en de uitvoering ervan aanvoert. Daarvoor geldt de vrije bewijsvoering en bewijswaardering door de rechter.

In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.

7. Het arrest oordeelt met betrekking tot de telastlegging A.1. dat:

de eiser opwerpt dat hij bij toepassing van de exceptio non adimpleti contractus de door hem ontvangen derdengelden heeft ingehouden omdat de rechtsbijstandsverzekaar zijn ereloonstaat betwistte, alsook dat hij nadat de rechtsbijstandsverzekeraar het niet-betwiste gedeelte rechtstreeks aan de verzekerde had uitbetaald, met akkoord van de cliënt het saldo als ereloon voor zich heeft gehouden;
uit het strafdossier blijkt dat de eiser de verzekeringsagent op 16 februari 2011 in kennis heeft gesteld van het feit dat de namens N.I. ingestelde vordering integraal werd toegekend en dat de tegenpartij in het vonnis had berust en de eiser verder schreef: “Cliënt komt, inclusief interesten, een som toe van 1.896,04 EUR, dewelke ik hem zal doorstorten na ontvangst op mijn derdenrekening”;
op 7 april 2011 in het kader van de afhandeling van de procedure een bedrag van 2.370 EUR wordt gestort op de derdenrekening van de eiser;
de eiser op 30 juni 2011 de balie heeft verlaten;
daar de door de eiser zonder voorbehoud aangekondigde betaling uitbleef, de rechtsbijstandsverzekeraar van N.I. de eiser op 2 maart 2012 heeft aangeschreven;
de raadsman van de eiser in een brief van 9 maart 2012 heeft meegedeeld dat hij aan de eiser een brief had overgemaakt, maar dat hij hierop geen enkele reactie mocht ontvangen;
op de aangetekende ingebrekestelling van de rechtsbijstandsverzekeraar van 24 april 2012 niet werd gereageerd.
8. Het arrest oordeelt met betrekking tot de telastlegging A.2. dat:

de eiser erkent een bedrag van 5.923,61 EUR op zijn derdenrekening te hebben ontvangen, waarvan echter slechts 4.655,29 EUR toewijsbaar was aan de verweerster 2, hij in augustus van een niet nader bepaald jaar 1.000 EUR zou hebben overgemaakt en hij voor zichzelf het saldo behield voor onkosten, erelonen en provisies;
de verweerster 2 het bestaan van enige overeenkomst in verband met de verrekening van het ereloon formeel betwist evenals de niet-aannemelijk gemaakte betaling van het bedrag van 1.000 EUR;
het bestaan van deze door de eiser ingeroepen overeenkomst niet kan worden afgeleid uit de door hem neergelegde volstrekt eenzijdige afrekening noch uit de klantenfiche op naam van de verweerster 2 en haar echtgenoot;
het verweer dat niet alle door de eiser ontvangen derdengelden aan de verweerster 2 zouden toekomen, niet kan worden bijgetreden: de eiser is opgetreden als raadsman van het echtpaar V.-V.B.; aan beide partijen werd in hoofdsom een bedrag van 5.224,85 EUR toegewezen (1.385 EUR aan W.V. en 3.839,85 EUR aan de verweerster 2), bedrag dat moet worden vermeerderd met de toegekende rechtsplegingsvergoedingen (samen 1.050 EUR) of in totaal 6.274,85 EUR, zonder de interesten; uit een door de eiser neergelegde afrekening van 23 juni 2008 blijkt dat de interesten waren opgelopen tot een bedrag van 2.063,10 EUR ten voordele van W.V. en van 5.249,53 EUR ten voordele van de verweerster 2;
de verweerster 2 en haar echtgenoot op 18 maart 2011 via de gerechtsdeurwaarder vernamen dat een bedrag van 6.392.78 EUR was gestort op de derdenrekening van de eiser;
de verweerster 2 en haar echtgenoot bij aangetekende brief van 21 maart 2011 de eiser hebben in gebreke gesteld en hebben aangedrongen op betaling van het bedrag van 6.392,78 EUR;
de eiser dit schrijven nooit heeft geprotesteerd;
de eiser niet aannemelijk maakt dat hij cash een bedrag van 1.000 EUR zou hebben overhandigd aan de verweerster 2 en dat hij ook de op de rechtszitting plots geformuleerde bewering dat hij dit bedrag zou hebben overgeschreven niet aannemelijk maakt.
9. Het arrest oordeelt verder dat:

de eiser geenszins het bestaan ontkent van een overeenkomst die aan de grondslag ligt van het precaire bezit;
de eiser immers zelf aanhaalt dat hij de raadsman was van N.I. en van het echtpaar V.-V.B. en dat deze contractuele rechtsverhouding een gemengde rechtsverhouding betreft bestaande uit een lastgeving en een aanneming van werken intuitu personae;
de eiser verder niet betwist dat hij in zijn hoedanigheid van voormalig raadsman van N.I. en het echtpaar V.-V.B. voor rekening van zijn toenmalige cliënten op zijn derdenrekening gelden heeft ontvangen wat een bezit ter bede inhoudt;
de eiser zich op een overeenkomst beroept met de beide cliënten die hem zou hebben toegelaten de door hem in het kader van de voor hen gevoerde procedures ontvangen derdengelden als ereloon te behouden;
de eiser zich beroept op een overeenkomst met de cliënten die hem zou hebben toegelaten de door hem ontvangen derdengelden als erelonen te behouden, maar die overeenkomst niet aannemelijk maakt, integendeel;
enige aanwijzing voor het bestaan van de door de eiser ingeroepen overeenkomst op grond waarvan hij gerechtigd was het bezit ter bede van de door hen namens zijn cliënten ontvangen derdengelden om te zetten in een bezit als eigenaar niet voorligt.
10. Aldus stelt het arrest wettig vast dat de eiser de overeenkomst op grond waarvan hij het precaire bezit had van de hem betaalde derdengelden niet betwist en oordeelt het naar recht dat de eiser volgens de bewijsregels in strafzaken het bestaan van een overeenkomst die hem toeliet die derdengelden als erelonen voor zich te houden, niet aannemelijk maakt. Die beslissingen zijn naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Tweede en derde middel
(…)

13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep,

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 133,71 EUR.

Noot: 

Vereecke, V., « Enkel de overeenkomst die verband houdt met het misdrijf, valt onder toepassing van artikel 16 V.T.Sv. », R.A.B.G., 2017/1, p. 48-51
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 17/07/2017 - 13:47
Laatst aangepast op: ma, 17/07/2017 - 13:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.