-A +A

Tijdstip totstandkoming overheidsopdracht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 15/04/2011
A.R.: 
AR nr. C.10.0211.N

Een overeenkomst tussen aanbestedende overheid en aannemer komt tot stand op het tijdstip van de kennisgeving van de goedkeuring van de inschrijving. De inschrijver op een aanbesteding moet pas op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst beschikken over de door de Besluitwet van 3 februari 1947 vereiste erkenning.

Het bestuur kan de opdracht gunnen aan de inschrijver die de laagste regelmatige inschrijving heeft ingediend, maar op het tijdstip van de beslissing tot gunning nog niet beschikt over de vereiste erkenning, mits de gunning geschiedt onder de voorwaarde dat de gekozen inschrijver aan de erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de kennisgeving van de goedkeuring van de inschrijving.

Opmerking:
Er is een nieuwe wet inzake de overheidsopdrachten van 17 juni 2016. De Koning zal de datum van invoegetreding bepalen

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2012-2013
Pagina: 
851
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

R nr. C.10.0211.N

BVBA C. t/ Provincie Limburg

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 19 mei 2009.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens het hier toepasselijke art. 12, § 1 Overheidsopdrachtenwet 1976 moet, wanneer de bevoegde overheid beslist de opdracht te gunnen, deze worden toevertrouwd aan de inschrijver die de laagste regelmatige inschrijving heeft ingediend op straffe van schadeloosstelling vastgesteld op 10% van het bedrag van de inschrijving.

Krachtens het hier toepasselijke art. 36, eerste lid van het KB van 22 april 1977 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten is de opdracht gegund wanneer aan de betrokken inschrijver kennis is gegeven van de goedkeuring van zijn inschrijving.

Krachtens het hier toepasselijke art. 1.A., eerste lid van de Besluitwet van 3 februari 1947 houdende regeling van de erkenning der aannemers mag de uitvoering van werken in naam van de Staat of van een ander publiekrechtelijk persoon in de zin van de wet betreffende het gunnen van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, of door hen onder om het even welke vorm gefinancierd of gesubsidieerd, slechts worden gegund aan aannemers, zo openbare als private personen die voldoen aan de in dat artikel bepaalde voorwaarden.

Krachtens het hier toepasselijke art. 1.B., eerste lid van voormelde besluitwet is een bijzondere en voorafgaande erkenning vereist:

– indien op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst of tijdens de uitvoering, het totale bedrag van al de werken, zo openbare of van openbaar nut als private, die door de aannemer gelijktijdig worden uitgevoerd, een bij koninklijk besluit te bepalen maximum overschrijdt;

– indien de omvang van het werk dat moet worden aanbesteed, een bij koninklijk besluit vastgesteld bedrag overschrijdt.

2. Uit deze bepalingen en uit de wetsgeschiedenis volgt dat de overeenkomst tussen de aanbestedende overheid en de aannemer tot stand komt op het tijdstip van de kennisgeving van de goedkeuring van de inschrijving en dat de inschrijver op een aanbesteding over de door de Besluitwet van 3 februari 1947 vereiste erkenning slechts moet beschikken op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst.

Onder vigeur van deze bepalingen kan het bestuur de opdracht gunnen aan de inschrijver die de laagste regelmatige inschrijving heeft ingediend, maar op het tijdstip van de beslissing tot gunning nog niet beschikt over de vereiste erkenning, mits die gunning geschiedt onder de voorwaarde dat de gekozen inschrijver aan de erkenningsvoorwaarden voldoet op het ogenblik van de kennisgeving van de goedkeuring van de inschrijving.

Deze mogelijkheid houdt niet in dat het bestuur, na te hebben beslist de opdracht te gunnen aan de inschrijver die, op datum van de gunning, de laagste regelmatige inschrijving uitgaande van een erkende aannemer heeft ingediend, ertoe gehouden is op die beslissing terug te komen, wanneer het op het ogenblik van de kennisgeving van de goedkeuring er kennis van heeft dat een andere inschrijver inmiddels aan de erkenningsvoorwaarden voldoet en de offerte van die andere inschrijver gunstiger is.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 19/01/2013 - 15:18
Laatst aangepast op: zo, 23/10/2016 - 14:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.