-A +A

Tijdige verzending aan de tegenpartij – Te late neerlegging op de griffie – Sanctie – Ambtshalve wering uit het debat

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 21/04/2017
A.R.: 
C.16.0418.N

Het hof van Cassatie past art. 747 Gerechtelijk wetboek mbt de conclusietermijnen zeer strikt en formalistisch toe met de harde uitwerking van het sanctiemechanisme zellfs in afwezigheid van belangenschade.

Wanneer de rechter met toepassing van de voormelde bepaling termijnen bepaalt om conclusie te nemen, moeten telkens zowel de neerlegging van de conclusie ter griffie als de toezending ervan aan de tegenpartij binnen de bepaalde termijn plaatsvinden.

De enkele toezending van de conclusie aan de tegenpartij binnen de door de rechter bepaalde termijn voldoet niet aan het wettelijke vereiste.

In voorkomend geval moet de rechter de op de griffie te laat neergelegde conclusie uit het debat weren, ook al is ze tijdig aan de tegenpartij gezonden.

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
169
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.16.0418.N

D. en H. t./ NV B.P.F.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 15 september 2015.

...

III. Beslissing van het Hof

...

Beoordeling

Eerste middel

...

1. De verweerster werpt op dat het middel geen belang vertoont aangezien in geval van vernietiging niets belet dat de verweerster haar tweede appelconclusie alsnog opnieuw voor de verwijzingsrechter indient.

2. Het belang van een middel wordt objectief beoordeeld in het licht van een mogelijke vernietiging van de bestreden beslissing en niet op grond van de voort-zetting van het geding voor de verwijzingsrechter.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

3. Krachtens art. 747, § 2, derde lid Ger.W. bepaalt de rechter het aantal conclusies en de uiterste datum waarop de conclusies ter griffie moeten worden neergelegd en toegezonden aan de andere partij, alsmede de datum en het uur van de pleitzitting en de duur ervan.

Krachtens het zesde lid van diezelfde bepaling worden, onverminderd de toepassing van de in art. 748, §§ 1-2 Ger.W. bedoelde uitzonderingen, de conclusies die na het verstrijken van de termijnen ter griffie worden neergelegd of aan de tegenpartij gezonden, ambtshalve uit het debat geweerd.

4. Wanneer de rechter met toepassing van de voormelde bepaling termijnen bepaalt om conclusie te nemen, moeten telkens zowel de neerlegging van de conclusie ter griffie als de toezending ervan aan de tegenpartij binnen de bepaalde termijn plaatsvinden.

De enkele toezending van de conclusie aan de tegenpartij binnen de door de rechter bepaalde termijn voldoet niet aan het wettelijke vereiste.

In voorkomend geval moet de rechter de op de griffie te laat neergelegde conclusie uit het debat weren, ook al is ze tijdig aan de tegenpartij gezonden.

5. Het hof van beroep stelt vast dat:

– de eisers hun conclusie dienden neer te leggen op 15 april 2015 en de verweerster op 15 mei 2015;

– de eisers op 15 april 2015, zijnde de laatste dag van de hen toegekende termijn, hun conclusie ter griffie hebben neergelegd;

– de eisers niet betwisten dat de verweerster haar syntheseconclusie en stukken aan hen heeft bezorgd op 15 mei 2015, zijnde de laatste dag van de haar toegekende termijn;

– de verweerster haar conclusie pas ter griffie heeft neergelegd op 20 mei 2015.

6. Het hof van beroep oordeelt vervolgens dat, aangezien voor de eisers geen termijn van repliek was bepaald en de verweerster als laatste kon concluderen, er geen reden is om de conclusie van de verweerster die binnen de termijn aan de eisers is meegedeeld, ambtshalve uit het debat te weren omdat zij pas enkele dagen na het verstrijken van de termijn ter griffie is neergelegd.

7. Door aldus te oordelen, schendt het bestreden arrest art. 747, § 2 Ger.W.

Het middel is gegrond.

Noot: 

Het sanctiemechanisme van artikel 747 Ger.W. S. Mosselmans|p RW 2017-2018, 163
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 23/09/2017 - 11:20
Laatst aangepast op: za, 23/09/2017 - 11:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.