-A +A

Tijdige kennisgeving van het voornemen tot regres

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 11/09/2009

De verzekeraar dient onmiddellijk nadat hij kennis heeft gekregen van het feit waarop het verhaal was gegrond zijn voornemen tot verhaal in te stellen kenbaar maken aan de verzekerde.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
445
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV A.D. t/ C.A.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 6 februari 2008 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Luik.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

Luidens art. 88, tweede lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst is de verzekeraar op straffe van verval van zijn recht van verhaal verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit gegrond is.

Krachtens deze bepaling ontstaat de verplichting tot kennisgeving op het ogenblik waarop de verzekeraar kennisneemt van de precieze omstandigheden van het ongeval op grond waarvan hij kan beoordelen of de verzekerde de schade heeft veroorzaakt en of er grond bestaat om verhaal in te stellen.

Het bestreden vonnis stelt vast dat:

– de verweerder, de verzekerde van de eiseres, in de nacht van 26 op 27 oktober 2003 betrokken was bij een verkeersongeval waarbij een voetganger werd verwond;

– de verweerder op 26 februari 2004 aan de eiseres een formulier heeft gestuurd waarin hij de omstandigheden van het ongeval als volgt uiteenzet: «(de voetganger) is voor mijn auto blijven staan en zette mij aan over hem heen te rijden. Ik was niet van plan over hem heen te rijden, maar wel om de plaats te verlaten en hem te ontwijken, aangezien hij dronken was. (...) Hij is dan op mijn motorkap gaan liggen en hij heeft zich eraan vastgeklampt. Ik ben nog ongeveer 15 meter verder gereden. Om hem kwijt te raken, heb ik bruusk geremd en hij is gevallen»;

– op 1 maart 2004 de eiseres de ontvangst van het formulier heeft gemeld en de verweerder heeft gevraagd om haar een afschrift van zijn verhoor te bezorgen;

– op 3 juni 2004 (verweerders) raadsman (de eiseres) een afschrift van het strafdossier heeft bezorgd;

– (de eiseres) bij aangetekende brief van 12 juli 2004 (de verweerder) heeft gemeld dat zij tegen hem een regresvordering zou instellen en nadien heeft zij haar verhaal gegrond op de omstandigheid dat de verweerder het ongeval opzettelijk had veroorzaakt.

Op grond van de vaststellingen dat de opzettelijke aard van het schadegeval al sinds 26 februari 2004 duidelijk was aangetoond door de verklaring van de verweerder aan de eiseres waarin hij vermeldde dat hij bruusk had geremd om de voetganger die op zijn motorkap lag te doen vallen, en dat de eiseres aldus kennis had gekregen van het feit waarop haar verhaal was gegrond, heeft het bestreden vonnis naar recht kunnen beslissen dat de kennisgeving van de eiseres, vier en een halve maand later, van haar voornemen verhaal in te stellen «niet beantwoordt aan het wettelijke vereiste van de onmiddellijke reactie» en dat het recht van de eiseres om tegen de verweerder verhaal in te stellen bijgevolg vervallen is.

Het middel kan niet worden aangenomen.

...
 

Noot: 

Cassatie 24/12/2009 Juridat en RW 2011-2012, 606

Nr. C.09.0024.N
FORTIS INSURANCE BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,
eiseres,

tegen
V. D. V. D.
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 7 februari 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde.
Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan.

III. BESLISSINGVAN HET HOF
Beoordeling
Ontvankelijkheid
1. De verweerder werpt op dat het middel niet ontvankelijk is omdat het opkomt tegen een feitelijke beoordeling, waarvoor het Hof niet bevoegd is.

2. Het staat het Hof na te gaan of de rechter, uit de door hem vastgestelde feiten, wettig een afstand van recht of het ontbreken daarvan heeft kunnen afleiden.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet aangenomen worden.
Middel zelf

3. Krachtens artikel 88, tweede lid, van de wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992, is de verzekeraar, op straffe van verval van zijn recht van verhaal, verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit is gegrond.

Deze bepaling is van dwingend recht ten gunste van de verzekerde.
De verzekerde kan derhalve, uitdrukkelijk of stilzwijgend, afstand doen van het recht zich te beroepen op het uit artikel 88, tweede lid, van de wet op de landverzekeringsovereenkomst voortvloeiende verval van het recht van verhaal van de verzekeraar.

4. Afstand van recht is een eenzijdige rechtshandeling, die niet door de wederpartij moet worden aanvaard.
Afstand van recht wordt niet vermoed en kan alleen worden afgeleid uit feiten die niet voor een andere uitlegging vatbaar zijn.

5. Het vonnis stelt vast dat de verweerder, nadat de eiseres hem in een aangetekende brief haar beslissing tot verhaal overeenkomstig artikel 25 van de algemene polisvoorwaarden had meegedeeld en de verweerder had aangemaand tot betaling, in een brief van 7 december 2001 aan de eiseres schreef de schade te zullen betalen.

6. Door te oordelen dat de brief van 7 december 2001 een louter eenzijdig voorstel is dat bij gebrek aan aanvaarding door de eiseres of uitvoering of begin van uitvoering ervan door de verweerder, voor hem geen enkele contractuele verplichting creëerde, zodat dit niet kan beschouwd worden als een erkenning van het recht van verhaal van de eiseres en het verval van het verhaalrecht van de eiseres door dit loutere voorstel dan ook niet ongedaan werd gemaakt, miskent het vonnis het algemeen rechtsbeginsel betreffende de afstand van recht.
Het middel is in zoverre gegrond.
Overige grieven

7. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden.
Dictum
Het Hof,
eenparig beslissend,
Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre het hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 23/10/2011 - 19:24
Laatst aangepast op: za, 19/11/2011 - 23:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.