-A +A

Tienjarige aansprakelijkheid en kwalificatie van stabiliteitsbedreigende gebreken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 09/01/2017
A.R.: 
C.16.0108.N

Krachtens de artikelen 1792 en 2270 Burgerlijk Wetboek zijn de aannemers en architecten gedurende tien jaar aansprakelijk voor gebreken die de stabiliteit van het gebouw of van een belangrijk deel ervan in gevaar brengen of op min of meer lange termijn in gevaar kunnen brengen; de rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een gebrek de stabiliteit van het gebouw of een belangrijk deel ervan in gevaar brengt of kan brengen; het Hof gaat na of de rechter uit de gedane vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of daardoor onmogelijk kunnen worden verantwoord

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.16.0108.N
ARCHITECTENASSOCIATIE ANGST & D'HOORE bvba, met zetel te 2018 Antwerpen, Solvynsstraat 39,
eiseres,

tegen

1. DIDIN nv, met zetel te 2500 Lier, Mechelsesteenweg 114,
eerste verweerder,

2. CARTONNAGES DONCKERS nv, met zetel te 2500 Lier, Schollebeek-straat 29,
tweede verweerster,

3. WILLY NAESSENS INDUSTRIEBOUW nv, met zetel te 9790 Wortegem-Petegem, Kouter 3, die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder Eric Rochtus, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 207,derde verweerster,

4. TEGELS VDS nv, met zetel te 9400 Ninove (Appelterre-Eichem), Brakel-sesteenweg 454,
vierde verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 25 juni 2015.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de appelrech-ters de vordering van de tweede verweerster jegens de eiseres als ongegrond heb-ben afgewezen.

De eiseres komt niet op tegen deze beslissing.

In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de tweede verweerster is het niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Artikel 1792 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat, indien een gebouw dat tegen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk teniet gaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, de architect en de aannemer daarvoor aansprakelijk zijn gedurende tien jaren.

Artikel 2270 van hetzelfde wetboek bepaalt dat na verloop van tien jaren de archi-tecten en aannemers ontslagen zijn van hun aansprakelijkheid met betrekking tot de grote werken die zij hebben uitgevoerd of geleid.

3. Krachtens die bepalingen zijn de aannemers en architecten gedurende tien jaar aansprakelijk voor gebreken die de stabiliteit van het gebouw of van een be-langrijk deel ervan in gevaar brengen of op min of meer lange termijn in gevaar kunnen brengen.

De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een gebrek de stabiliteit van het ge-bouw of een belangrijk deel ervan in gevaar brengt of kan brengen.

Het Hof gaat na of de rechter uit de gedane vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of daardoor onmogelijk kunnen worden ver-antwoord.

4. De appelrechters stellen vast dat de gerechtsdeskundige heeft vastgesteld dat de problematiek van het loskomen van de vloertegels zich voordeed in ongeveer alle ruimtes van zowel de gelijkvloerse als de eerste verdieping van het gebouw. Zij treden de gerechtsdeskundige bij waar deze besloot dat de technische oorzaak van het loskomen van de tegels gelegen is in enerzijds de slechte verlijming van de tegels en anderzijds in het niet voorzien van uitzetvoegen.

Vervolgens oordelen zij: "Gelet op de omvang van deze problematiek, die zich over bijna het gehele gebouw van [de eerste verweerster] voordeed, dient ertoe te worden besloten dat het wel degelijk een ernstig gebrek betrof dat van aard was om de stabiliteit ervan in het gedrang te brengen".

5. Door aldus louter uit de omstandigheid dat het loskomen van de tegels zich in bijna het volledige gebouw voordeed te besluiten dat het een gebrek betreft dat de stabiliteit van het gebouw in het gedrang brengt, verantwoorden de appelrech-ters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Omvang van cassatie

6. De vernietiging van de veroordeling van de eiseres op de hoofdvordering van de eerste verweerster strekt zich uit tot de veroordelingen van de eiseres op de tussenvordering van de derde en vierde verweersters als gesubrogeerden in de rechten van de eerste verweerster.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vorderingen van eerste, derde en vierde verweersters tegen de eiseres.
Verwerpt het cassatieberoep ten aanzien van de tweede verweerster.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, en in openbare rechtszitting van 9 januari 2017 uitgesproken 

C.16.0108.N
Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden:

1. Eiseres tot cassatie komt op tegen een arrest van het hof van beroep te Antwerpen gewezen op 25 juni 2015. Door eiseres worden er twee middelen aangevoerd.

2. Het eerste middel.

a. Probleemstelling.

De problematiek die aan de orde is in huidige voorziening, betreft, in het kader van de tienjarige aansprakelijkheid van aannemers en architecten, de invulling van het aansprakelijkheidscriterium, namelijk wat begrepen dient te worden onder "een gebrek dat de stevigheid van het gebouw of een belangrijk deel ervan in gevaar brengt".

b. Beoordeling.

Artikel 1792 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat, indien een gebouw dat tegen vaste prijs is opgericht, geheel of gedeeltelijk teniet gaat door een gebrek in de bouw, zelfs door de ongeschiktheid van de grond, de architect en de aannemer daarvoor aansprakelijk zijn gedurende tien jaar.

Het artikel 2270 van hetzelfde wetboek omschrijft dat na verloop van tien jaar de architecten en aannemers ontslagen zijn van hun aansprakelijkheid met betrekking tot de grote werken die zij hebben uitgevoerd of geleid.

De voormelde bepalingen geven derhalve aan dat de aannemers en architecten gedurende tien jaar aansprakelijk zijn voor gebreken die de stabiliteit van het gebouw of van een belangrijk deel ervan in gevaar brengen(1). In huidige zaak bestaat de betwisting over de invulling van het criterium "een gebrek dat de stevigheid van het gebouw of een belangrijk deel ervan in gevaar brengt".

In Uw rechtspraak is er een duidelijke aanwijzing van wat hieronder dient begrepen te worden. Meer in het bijzonder denk ik hier aan Uw arrest van 11 april 1986(2). Uw Hof overwoog toen dat met de tienjarige aansprakelijkheid een dubbele bescherming wordt nagestreefd: "die van de opdrachtgever van het werk en die van de openbare veiligheid welke stevige gebouwen vergt". Het is vooral het laatste gedeelte dat mijn aandacht wegdraagt.

Met het oordeel, dat de bescherming die wordt nagestreefd die van de openbare veiligheid is die stevige gebouwen vergt, geeft uw Hof aan dat de gebreken, in principe, betrekking dienen te hebben op de stevigheid van de constructie zelf, of een gedeelte ervan.

Of, anders geformuleerd, dat de gebreken van dien aard dienen te zijn dat zij tot gevolg hebben dat het gebouw an sich of een gedeelte ervan in haar bestaan wordt bedreigd(3). Dus met uitsluiting van die gebreken die enkel het gebruik of het genot ervan verminderen(4). Uit Uw rechtspraak blijkt tevens dat niet vereist is dat het gebouw reeds geheel of gedeeltelijk teniet is gegaan, doch wel dat de zekerheid bestaat dat het gebrek de stevigheid van het gebouw, na verloop van tijd, in gevaar kan brengen(5).

Dus, in de regel, zijn het de metsel- en ruwbouwwerken die gedekt worden door de tienjarige aansprakelijkheid en niet de voltooiingswerken(6). Onder die aansprakelijkheid valt ook niet het gebrek dat het bouwwerk ongeschikt maakt voor de normale bestemming waarvoor het werd opgericht(7).

De rechter oordeelt in feite, en dus onaantastbaar, of een gebrek de stabiliteit van het gebouw of een belangrijk deel ervan in gevaar brengt of kan brengen. Het komt Uw Hof evenwel toe om na te gaan of de rechter uit de gedane vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of daardoor onmogelijk kunnen worden verantwoord.

In de bestreden beslissing stellen de appelrechters vast dat de aansprakelijkheidsvordering betrekking heeft op het loskomen van tegelvloeren, en verder dat de deskundige vaststelt dat het loskomen van de tegels zich voordoet in ongeveer alle ruimtes van zowel gelijkvloers als ook de eerste verdieping van het gebouw.

De appelrechters oordelen dat gelet op de omvang van de problematiek besloten dient te worden dat het een ernstig gebrek is dat van aard is om de stabiliteit van het gebouw in het gedrang te brengen.

Door te oordelen dat het loskomen van de vloertegels in bijna het volledige gebouw de stabiliteit ervan in het gevaar brengt verantwoorden de appelrechters niet naar recht hun beslissing.

De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden.

Conclusie: cassatie.
_____________________
(1) K. UYTTERHOEVEN, De gebreken die onder het toepassingsgebied van de tienjarige aansprakelijkheid vallen: indien niet ernstig, gelieve u te onthouden, noot onder Antw. 5 juni 2000, TBO 2008, P. 193.
(2) Cass. 11 april 1986, AR 4903, AC 1985-86, nr. 491.
(3) K. UYTTERHOEVEN, Tien jaar de tienjarige aansprakelijkheid. Een kritische reflectie over de stevigheid van de artikelen 1792 en 2270 BW, TBO, 2012, p. 227.
(4) A. DELVAUX, Taité juridique des bâtisseurs, Brussel, Bruylandt, 1968, p. 655 en 658.
(5) Cass. 18 november 1983, AR 3855, AC 1983-84, nr. 152; Cass. 11 oktober 1979, AC 1979-80, nr. 106; Cass 18 oktober 1973, AC 1973, p. 202.
(6) A. DELVAUX, o.c., p. 659.
(7) K. UYTTERHOEVEN, Tien jaar de tienjarige aansprakelijkheid. Een kritische reflectie over de stevigheid van de artikelen 1792 en 2270 BW, o.c., p. 227 en R. De Wit, Enkele beschouwingen over artikel 1792 BW, noot onder Luik, 1 december 2011, T. Aann., 2014, p. 186.
 

Noot: 

Joyce Van Caeyzeele, 'De kwalificatie van stabiliteitsbedreigende gebreken: size doesn't matter?', Tijdschrift voor Bouwrecht en Onroerend Goed [TBO] 2017, nr. 4, p. 361-364.

K. Uytterhoeven, «Tien jaar de tienjarige aansprakelijkheid. Een kritische reflectie over de stevigheid van de artikelen 1792 en 2270 BW», TBO 2012, 225-232, Jurabibliotheek - via Jurisquare.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 19/06/2018 - 13:41
Laatst aangepast op: di, 19/06/2018 - 13:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.