-A +A

Testament ondertekend met een kribbel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 17/10/2016
A.R.: 
C.11.0334.F

Uit artikel 970 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat een eigenhandig testament slechts geldig is als de auteur ervan met zijn handtekening te kennen geeft dat de door hem geschreven en gedagtekende beschikkingen werkelijk de uitdrukking van zijn wil zijn; hoewel de handtekening in de zin van artikel 970 van het Burgerlijk Wetboek het met de hand geschreven teken is waarbij de erflater gewoonlijk zijn persoonlijkheid aan derden doet kennen, kan een ander met de hand geschreven teken zijn bedoeling vertalen om zijn handtekening op het testament te plaatsen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Tekst van het arrest

Nr. C.11.0334.F
J. J.,
tegen
L. C.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 16 april 2008. II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert het volgende middel aan:
Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 893, 894, 967, 970 en 1322 en 1324 van het Burgerlijk Wetboek

Aangevochten beslissingen

Het bestreden arrest bevestigt het vonnis van de eerste rechter van 14 maart 2005, dat "voor recht zegt dat het document van 18 september 1998 een geldig testament is".

Het steunt die beslissing op de volgende redenen:

"[De eiser] betwist de geldigheid van het eigenhandig testament van 18 september 1998 omdat het niet ondertekend is met de gebruikelijke handtekening van zijn vader. Hoewel het document de naam en voornaam van de erflater bevat, die allebei met de hand zijn opgetekend, stemt het handschrift immers niet overeen met zijn gebruikelijke handtekening;

Luidens artikel 970 van het Burgerlijk Wetboek, is het eigenhandig testament enkel geldig indien het geheel met de hand van de erflater geschreven, gedagtekend en ondertekend is;

De ondertekening van het document heeft een dubbele functie. Enerzijds moet hiermee de auteur kunnen worden geïdentificeerd, wat [de eiser] niet in twijfel trekt, anderzijds bewijst het de instemming van de ondertekenaar met de inhoud van de akte;

Het betoog van de partijen heeft betrekking op dit tweede aspect van de onder-tekening;

Volgens de evolutie van de rechtspraak van het Hof van Cassatie sedert de arresten van 10 juni 1983 en 13 juni 1986, moet in dit geval worden nagegaan of de auteur, met de op het testament geplaatste schriftuur, de wil heeft gehad te ondertekenen, dus in te stemmen met die beschikkingen en ze definitief goed te keuren, ook als die schriftuur niet diegene zou zijn die hij gewoonlijk gebruikt in gewone juridische akten (cf. Répertoire notarial, Testaments, p. 98);

Gelet op die rechtspraak is het niet voldoende vast te stellen dat het handschrift van de handtekening op het testament verschilt van dat op andere documenten om dan te besluiten dat dit testament ongeldig is maar [moet er] worden nagegaan of de erflater, in het licht van de omstandigheden van de zaak, een definitief karakter aan zijn testamentaire beschikkingen heeft willen geven;

Het hof van beroep merkt het volgende op:

- [de vader van de eiser] is op 17 september 1998 met [de verweerster], zijn toe-komstige echtgenote, naar notaris André Parmentier gegaan om een huwelijkscontract van scheiding van goederen te ondertekenen. De notaris heeft de toekomstige echtgenoten toen de gebruikelijke informatie gegeven over de successierechten van de langstlevende echtgenoot en heeft op vraag van [de vader van de eiser] een ontwerp van testament opgesteld met aanwijzing van de legataris onder algemene titel;

- 's anderendaags heeft [de vader van de eiser] het testament eigenhandig opgesteld en heeft hij het ontwerp dat hem de dag daarvoor was overhandigd, gekopieerd;

- dat document werd op 22 september 1998 naar de notaris verstuurd;

- het huwelijk is op 9 oktober 1998 aangegaan;

- [de vader van de eiser] heeft na 18 september 1998 geen ander testament op-gesteld;

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat [de vader van de eiser], op het tijdstip waarop het document werd opgesteld, de intentie had om zijn toekomstige echtgenote te bevoordelen, aangezien die kwestie in aanwezigheid van de notaris besproken werd. De dag na die bespreking werd het door de notaris overhandigde ontwerp door de overledene overgeschreven. Aangezien daar maar één dag is overgegaan, kan er redelijkerwijs niet aan worden getwijfeld dat [de vader van de eiser] wel degelijk de intentie had om een testament in het voordeel van [de verweerster] op te maken. Door drie weken later met [haar] te huwen, heeft de overledene bevestigd dat hij een duurzame levensgemeenschap met [haar] tot stand heeft willen brengen en daaruit kan worden afgeleid dat het op dat ogenblik nog steeds zijn intentie was ervoor te zorgen dat zij, bij overleven, over ruime financiële middelen zou beschikken;

[De eiser] betoogt ten onrechte dat het slechts een ontwerp van testament betreft. Waarom zou [zijn vader] eigenhandig het door de notaris overhandigde ontwerp hebben overgeschreven terwijl hij het ontwerp van de notaris gewoon had kunnen bijhouden als hij werkelijk de bedoeling had verder erover na te denken;

Aangezien [de vader van de eiser] door een notaris geadviseerd was, moest hij weten dat een in een huwelijkscontract opgenomen contractuele aanwijzing een andere draagwijdte heeft dan een testament, dat op elk tijdstip herroepen kan worden, zodat het geenszins vreemd is dat hij de dag vóór het opstellen van het testament daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Hij had trouwens ten overstaan van de notaris geopperd dat hij een testament wou opstellen. Het is dus niet relevant dat die notaris door [de verweerster] gekozen was, aangezien de overledene zelf de gelegenheid heeft gehad om de notaris zijn wil duidelijk te kennen te geven.

Het staat trouwens niet aan de deskundige te bepalen of men de handtekening van de erflater heeft willen vervangen aangezien die toetsing, gelet op de elementen van de zaak, de feitenrechter toekomt ;

Aangezien niet betwist wordt dat de naam en de voornaam op het testament wel degelijk van de hand [van de vader van de eiser] zijn en de inhoud van dat document volledig overeenstemt met de wil die de erflater te kennen heeft gegeven de dag vóór het opstellen van dat testament, besluit het hof [van beroep] tot de animus testandi [daarvan], ook al verschilt de handtekening op het testament van zijn gebruikelijke handtekening".

Grieven

1. Luidens artikel 970 van het Burgerlijk Wetboek is het eigenhandig testament niet geldig indien het niet geheel met de hand van de erflater geschreven, gedagtekend en ondertekend is: het is aan geen andere formaliteiten onderworpen.

De handtekening in de zin van die wetsbepaling en van de artikelen 1322 tot 1324 van het Burgerlijk Wetboek is in de regel de handgeschreven schriftuur waarmee de erflater gewoonlijk zijn persoonlijkheid aan derden onthult. Een ander handgeschreven schriftuur kan in dat geval enkel als handtekening worden erkend als de auteur ervan onderaan het document de intentie heeft gehad om zijn handtekening te plaatsen (de artikelen 970 en 1322 tot 1324 van het Burgerlijk Wetboek).

2. Hoewel het eigenhandig geschreven testament, zoals elk testament (de artikelen 893, 894 en 967 van het Burgerlijk Wetboek) de intentie veronderstelt om een testament op te stellen, dient het bovendien nog eigenhandig door de erflater te worden ondertekend (artikel 970 van het Burgerlijk Wetboek). De zelfs bewezen intentie om een testament op te maken en de rechthebbende ervan te begunstigen, heeft dus geen uitwerking als de auteur van de beschikking niet de intentie heeft gehad deze te ondertekenen, aangezien de ondertekening van een eigenhandig testament een afzonderlijke handeling vormt (artikel 970 van het Burgerlijk Wetboek). De intentie om te ondertekenen ("animus signandi"), verschilt aldus van de intentie om een testament op te maken ("animus testandi"), aangezien de eerste niet wettig uit de tweede kan worden afgeleid.

3. Daaruit volgt dat het bestreden arrest niet naar recht zijn beslissing verantwoordt dat het op 18 september 1998 door [de vader van de eiser] opgestelde document een eigenhandig testament vormde dat geldig naar vorm is omdat de schriftuur van zijn naam en voornaam onderaan het document wel verschilde van het "handschrift van zijn gebruikelijke handtekening" maar desalniettemin van zijn hand was, en [hij] gedreven was door de intentie om een testament op te maken ("animus testandi") (schending van artikel 970 van Burgerlijk Wetboek en van de andere in het middel bedoelde bepalingen).

Het miskent immers het wettelijk begrip ‘ondertekening van een eigenhandig testament (schending van de artikelen 970 en 1322 tot 1324 van het Burgerlijk Wetboek) dat vereist dat laatstgenoemde, wanneer die handtekening niet overeenstemt met de handgeschreven schriftuur waarmee de erflater zijn persoonlijkheid gewoonlijk aan derden onthult, de intentie heeft gehad om te ondertekenen en niet louter om een testament op te maken. Doordat het arrest de eerste intentie uit de tweede afleidt, vermengt het op zijn minst onrechtmatig de intentie om te ondertekenen, die de handtekening kenmerkt en een door artikel 970 van het Burgerlijk Wetboek voorgeschreven vormelijke voorwaarde van het ei-genhandig testament is, met de intentie om een testament op te maken, die de basisvoorwaarde van elk testament vormt, terwijl het verschillende voorwaarden betreft (schending van de artikelen 893, 894, 967 en 970 van het Burgerlijk Wetboek).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Luidens artikel 970 Burgerlijk Wetboek, is het eigenhandig testament niet geldig, indien het niet geheel met de hand van de erflater geschreven, gedagtekend en ondertekend is: het is aan geen andere formaliteiten onderworpen.

Uit die bepaling volgt dat een eigenhandig testament slechts geldig is als de auteur ervan met zijn handtekening te kennen geeft dat de door hem geschreven en gedagtekende beschikkingen werkelijk de uitdrukking van zijn wil zijn.

Hoewel de handtekening in de zin van het voornoemde artikel 970 de handge-schreven schriftuur is waarmee de erflater zijn persoonlijkheid gewoonlijk aan derden onthult, kan een andere handgeschreven schriftuur zijn intentie te kennen geven om zijn handtekening op het testament te zetten.

2. Het bestreden arrest stelt vast dat "hoewel het [litigieuze] document de ver-melding van de naam en voornaam van de erflater bevat, die allebei van zijn hand zijn, het handschrift niet overeenstemt met zijn gebruikelijke handtekening".

Het overweegt dat de vader van de eiser "de intentie had om [de verweerster], zijn toekomstige echtgenote, te bevoordelen", en "[hij] wel degelijk de intentie had [...] om een testament in het voordeel van [de verweerster] op te maken", en dat het hof [van beroep] "aangezien de inhoud van het [testament] volledig over-eenstemt met de wil die de erflater te kennen heeft gegeven de dag vóór het opstel-len [ervan]" bij de notaris die de toekomstige echtgenoten hadden geraadpleegd, "tot de animus testandi [daarvan] besluit".

3. Het bestreden arrest, dat de wil van de vader van de eiser om het litigieuze testament te ondertekenen afleidt uit zijn intentie om een testament op te maken, schendt artikel 970 Burgerlijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

4. De vernietiging van het bestreden arrest van 16 april 2008 heeft de nietig-verklaring tot gevolg van de arresten van 20 januari, 30 juni, 23 november 2010 en 15 juni 2011, die het gevolg daarvan zijn.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest van 16 april 2008.
Verklaart de arresten van 20 januari, 30 juni, 23 november 2010 en 15 juni 2011 nietig.
Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest en van de nietig verklaarde arresten.
Houdt de kosten aan en laat de beoordeling daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel,  en in openbare terechtzitting van 17 oktober 2016 uitgesproken 

 

Noot: 

• Journal des tribunaux [JT] STERCKX, Daniel; Observations 'La signature du testament olographe. Clarifications successives d'une définition' 2017, n° 6676, p. 120-123.

• Tijdschrift voor Notarissen [T.Not.] JANSSENS, Lyn; Noot 'De handtekening en het eigenhandig testament: terug naar af?' 2017, nr. 4, p. 364-377.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 28/01/2018 - 16:47
Laatst aangepast op: zo, 28/01/2018 - 16:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.