-A +A

Terugvordering door verzekeringsmaatschappij van onverschuldigde betaling en verjaring

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 09/10/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2010-2011
Pagina: 
1434
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

[...]

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Art. 34, § 1, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de verjaringstermijn voor elke rechtsvordering voortvloeiend uit een verzekeringsovereenkomst drie jaar bedraagt.

De rechtsvordering waarbij de verzekeraar van de verzekerde de terugbetaling eist van vergoedingen die hij hem onverschuldigd heeft uitbetaald, vloeit niet voort uit de verzekeringsovereenkomst maar wel uit de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de terugvordering van het onverschuldigd betaalde; de voornoemde verjaringstermijn is er bijgevolg niet op van toepassing.

Het arrest stelt, zowel met zijn eigen redenen als met overneming van de redenen van het beroepen vonnis, vast dat de eiseres, op grond van een verzekeringsovereenkomst die een dekking in geval van diefstal bevatte, aan de verweerster, naar aanleiding van de aangegeven diefstal van haar auto, een vergoeding heeft uitbetaald waarvan zij de terugbetaling vordert, aangezien zij de werkelijkheid van die diefstal betwist.

Door te overwegen dat de rechtsvordering van de eiseres «gegrond is op het feit dat, volgens haar, de litigieuze diefstal (of de verdwijning van de auto) gepleegd is door of met medeplichtigheid van personen die geen derden zijn bij de verzekeringsovereenkomst» en dat «de grondslag van de (...) vordering dus wel degelijk de verzekeringsovereenkomst is», verantwoordt het arrest niet naar recht zijn beslissing om op die rechtsvordering de verjaringstermijn van voornoemd art. 34, § 1, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst toe te passen.

Het middel is gegrond.
 

Noot: 

De gemeenrechtelijke verjaringsregels zoals ten deze toepasselijk:

uittreksel uit het BW:

Art. 2262bis. <Ingevoegd bij W 1998-06-10/39, art. 5; Inwerkingtreding : 27-07-1998> § 1. Alle persoonlijke rechtsvorderingen verjaren door verloop van tien jaar.
In afwijking van het eerste lid verjaren alle rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon.
De in het tweede lid vermelde vorderingen verjaren in ieder geval door verloop van twintig jaar vanaf de dag volgend op die waarop het feit waardoor de schade is veroorzaakt, zich heeft voorgedaan.
§ 2. Indien een in kracht van gewijsde gegane beslissing over een vordering tot vergoeding van schade enig voorbehoud heeft erkend, dan is de eis die strekt om over het voorwerp van dat voorbehoud vonnis te doen wijzen, ontvankelijk gedurende twintig jaar na de uitspraak.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 30/04/2011 - 21:05
Laatst aangepast op: za, 30/04/2011 - 21:05

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.