-A +A

Termijn hoger beroep overschreden door fout advocaat is geen overmacht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 19/04/2016
A.R.: 
2015/NT/1151

Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden. De fouten of nalatigheden van de lasthebber binden de lastgever wanneer zij worden begaan binnen de perken van de
lastgeving en leveren aldus voor de lastgever geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht op.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

...

De beklaagde PE werd bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, 28e kamer (G28w), rechtsprekende in correctionele zaken, van 16 september 2015 op tegenspraak veroordeeld.

Op 19 november 2015 tekende de beklaagde PE hoger beroep aan tegen dit vonnis van 16 september 2016.

Overeenkomstig artikel 203 §1 van het wetboek van strafvordering, zoals van toepassing vóór 1 maart 2016 (datum van inwerkingtreding van artikel 88 van de Wet van 5 februari 2015 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie - B.S., 19 februari 2016), vervalt het recht van hoger beroep tegen een vonnis dat op tegenspraak is gewezen uiterlijk 15 dagen na de uitspraak.

In casu stelt het Hof vast dat de verklaring van hoger beroep op 19 november 2015 is gedaan buiten de termijn van vijftien dagen na het vonnis op tegenspraak van 16 september 2015 zodat het hoger beroep niet ontvankelijk is wegens laattijdigheid.

De beklaagde PE beroept zich met betrekking tot het laattijdig aantekenen van het hoger beroep naar het oordeel van het hof ten onrechte op overmacht en/of onoverwinnelijke dwaling.

Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden. De fouten of nalatigheden van de lasthebber binden de lastgever wanneer zij worden begaan binnen de perken van de
lastgeving en leveren aldus voor de lastgever geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht op (zie en vgl. Cass., 12 februari 2013, N.C., 2014, 38 - navolgbaar).

De beklaagde werd op de zitting van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, 28e kamer (G28w), rechtsprekende in correctionele zaken, van 16 september 2015 veroordeeld in twee zaken:
- bij vonnis met als griffienummer 2015/2961 in de huidige zaak (zaak bij het hof gekend onder not. nr. 2015/NT/1151);
- bij vonnis met als griffienummer 2015/2959 (zaak bij het hof gekend onder not. nr. 2015/NT/1086).

In deze laatste zaak (bij het hof gekend onder not. nr. 2015/NT/1086 en behandeld op dezelfde terechtzitting van het hof op 22 maart 2016) werd door de (raadsman van de) beklaagde hoger beroep aangetekend op 30 september 2015, waarbij de akte van hoger beroep vermeldt:

"Heden, dertig september tweeduizend vijftien;
Ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, en voor ons, A, afgevaardigd griffier, is verschenen:
Meester TT, advocaat, optredend voor en in naam van;
PE
BEKLAAGDE
Welke comparante, optredend in haar voormelde hoedanigheid, voor voormelde partij, verklaard heeft hoger beroep in te stellen tegen alle beschikkingen van het vonnis met nummer 2015/2959, op tegenspraak, ten zijne laste uitgesproken op zestien september tweeduizend vijftien, door deze rechtbank, achtentwintigste kamer, drie rechters, rechtdoende in correctionele zaken."

Ten onrechte wordt aangevoerd dat hoger beroep werd aangetekend tegen het verkeerde vonnis omdat de griffier het verkeerde vonnis "uit de stapel met vonnissen van de G28 kamer" zou hebben genomen.

Naar het oordeel van het hof was het aan de raadsman van de beklaagde PE om, vooraleer deze te ondertekenen, de akte van hoger beroep nauwkeurig na te zien, en in het bijzonder het griffienummer van het vonnis waartegen beroep werd aangetekend ("vonnis met nummer 2015/2959"), temeer deze raadsman (en niet de griffier) op de hoogte was van het feit dat op de terechtzitting van 16 september 2015 tegen zijn cliënt twee vonnissen waren uitgesproken. Ieder normaal zorgvuldig advocaat geplaatst in dezelfde omstandigheden zou hiervoor specifiek aandacht hebben gehad en desgevallend hebben opgemerkt dat eventueel het verkeerde vonnisnummer op de akte van hoger beroep was vermeld.

Van enige overmacht of onoverwinnelijke dwaling kan dan ook geen sprake zijn.

De door de beklaagde PE in zijn regelmatig ter terechtzitting van het hof van 22 maart 2016 neergelegde beroepsbesluiten ontwikkelde argumenten zijn in rechte niet van voldoende grond om voormeld besluit van het hof te ontkrachten.

...

(Vierde kamer, 2015/NT/1151, 19/04/2016)

 

Noot: 

Noot

Poststaking en overmacht

De niet-tijdige neerlegging van een verzoekschrift door een poststaking maakt geen overmacht uit.

In de regel vertrouwt een advocaat een verzoekschrift tot het instellen van hoger beroep toe aan de postdiensten zodat dit tijdig bij de rechter in hoger beroep, lees de griffie zou toekomen.

Vraag is nu in hoeverre een tekortkoming van de post door ondermeer een poststaking overmacht uitmaakt in hoofde van de advocaat waardoor zijn aansprakelijkheid kan worden bevrijd.

Met toepassing van artikel 1056 Ger.W. dient een verzoekschrift in hoger beroep te worden ingediend op de griffie binnen de maand na de betekening van de bestreden beslissing.

De termijn van 1 maand is de vervaltermijn.

Van een normaal voorzichtige advocaat mag worden verwacht dat hij het nodige doet om zijn verzoekschrift in hoger beroep binnen de vervaltermijn neer te leggen.

Het betreft hier een resultaatsverbintenis van de advocaat.

De advocaat beschikt over verschillende mogelijkheden om een verzoekschrift in hoger beroep neer te leggen.

Volgens de al oude regel wordt een verzoekschrift door de advocaat persoonlijk ter griffie neergelegd.

Maar sinds lang wordt toegelaten dat een verzoekschrift ook per post aan de griffie wordt toegezonden en ook de nieuwe elektronische methodes vinden stilaan hun ingang.

Indien een advocaat kiest voor het laten neerleggen van een verzoekschrift via de post, dan had de advocaat voor het verstrijken van de vervaltermijn zich moeten vergewissen dat het procedurestuk wel degelijk tijdig was ingediend.

In een goede advocatenpraktijk wordt de uiterste vervaltermijn van een beroepstermijn genoteerd en wordt er op de middag van deze uiterste termijn gebeld naar de griffie om te vragen of een stuk dat per post werd toegestuurd daadwerkelijk is aangekomen.

Bij gebreke hieraan kan de advocaat dan nog tot 16u alle nodige en nuttige maatregelen nemen om het verzoekschrift alsnog tijdig te gaan neerleggen.

Wanneer een advocaat deze controlemaatregel niet uitvoert, kan dit aanzien worden als een vorm van laksheid en als een tekortkoming van zijn professionele verplichtingen.

Aldus kan een advocaat zich ten onrechte op overmacht beroepen wegens een poststaking of een tekortkoming van een derde confrater die hij gelast heeft om een verzoekschrift neer te leggen.

Ook wanneer een advocaat een andere advocaat gelast om loco hem een verzoekschrift neer te leggen, dan nog zal de advocaat voor het verstrijken van de termijn een telefonisch contact hebben met de opdrachthoudende advocaat teneinde bevestiging te bekomen van de neerlegging of een contact met de griffie hebben om bevestiging te bekomen zodat hij in ontkennend geval nog over voldoende tijd beschikt om op zijn eigen verantwoordelijkheid desnoods in persoon of op een andere wijze het verzoekschrift tijdig neer te leggen.

Overmacht kan enkel voortvloeien uit een gebeurtenis buiten de wil van de betrokkene, die door deze niet kon worden voorzien, noch vermeden.

Een poststaking kan niet worden beschouwd als een geval van overmacht.

De wet vereist niet dat een advocaat wanneer hij hoger beroep instelt, hij een verzoekschrift zoals bijvoorbeeld bedoeld in artikel 1056, 2de Ger.W., de indiening zelf verricht. Maar wanneer een advocaat kiest voor een andere wijze dan doet de advocaat dit op eigen risico en kan hij geen overmacht meer aanvoeren als hij er niet zelf heeft op toegezien dat de indiening werkelijk heeft plaats gevonden.

Een advocaat dient er rekening mee te houden dat er bij de post een fout kan gebeuren of dat er een lokale of nationale poststaking plots optreedt, of in het algemeen dat er vertraging optreedt bij de postbedeling wat in ons land nu niet zo uitzonderlijk is, waardoor een advocaat in alle omstandigheden de nodige maatregelen moet nemen opdat een procedurestuk waaraan een vervaltermijn verbonden is, tijdig wordt neergelegd en hierbij ook tijdig de nodige verificaties leest.

Voor een concreet toepassingsgeval zie Hof van Beroep te Brussel, 11.06.2013, RW 2013-2014, kolom 630.

zie ook: Cassatie, 24/09/2012, RW 2014-2015, conclusie van procureur-generaal J.-F. Leclercq (Pas. 2012, nr. 483)

"Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel volgens welk “overmacht de fout uitschakelt en het verval belet van de uitoefening van een recht die de wet afhankelijk stelt van een bepaalde termijn”.

Wanneer overmacht zich voordoet in de loop van een vervaltermijn, wordt die termijn slechts verlengd met de tijd die nodig is om te handelen en niet met die welke overeenstemt met de duur van de verhindering."

zie ook: Cass. 27 maart 1919, Pas. 1919, I, 112; Cass. 12 maart 1923, Pas. 1923, I, 233.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 13/06/2017 - 08:28
Laatst aangepast op: di, 13/06/2017 - 08:28

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.