-A +A

Termijn hoger beroep en openingsuren griffie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 21/03/2017
A.R.: 
P.15.0131.N

Hoger beroep kan alleen op geldige wijze ter griffie worden ingesteld op de dagen en uren waarop de griffie overeenkomstig de wettelijke voorschriften voor het publiek toegankelijk is. De sluiting van de griffie buiten deze uren geeft geen aanleiding tot verlenging van de beroepstermijn.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Jaargang: 
2017/13
Pagina: 
1071
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(J.E.M. - Rolnr.: P.15.0131.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Hasselt, van 11 december 2014.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste middel
1. Het middel voert schending aan van de artikelen 203, § 1 en 644, tweede lid Wetboek van Strafvordering: de raadsman van de eiser begaf zich op 8 juli 2014 om 14u.00 naar de griffie van de politierechtbank van Hasselt, afdeling Beringen, om hoger beroep aan te tekenen; daar werd hem meegedeeld dat de griffie gesloten was en geen hoger beroep kon worden aangetekend; het bestreden vonnis past de vermelde wetsbepalingen verkeerd toe, doordat het de termijn om nuttig hoger beroep aan te tekenen, die verviel op 8 juli 2014, niet verlengt tot de eerstvolgende dag.

2. Artikel 203, eerste lid Wetboek van Strafvordering zoals hier toepasselijk, bepaalt: “Behoudens de uitzondering van artikel 205 hierna, vervalt het recht van hoger beroep, indien de verklaring van hoger beroep niet gedaan is op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, uiterlijk vijftien dagen na de dag van die uitspraak en indien het vonnis bij verstek is gewezen, uiterlijk vijftien dagen na de dag van de betekening ervan aan de veroordeelde partij of aan haar woonplaats.”

Artikel 644, tweede lid Wetboek van Strafvordering bepaalt: “Wanneer de wettelijke termijn om een handeling in strafzaken op een griffie te verrichten, eindigt op een dag dat deze gesloten is, wordt de handeling er op geldige wijze verricht, de eerstvolgende dag dat de griffie geopend is.”

Artikel 52, tweede lid Gerechtelijk Wetboek zoals hier toepasselijk, bepaalt: “Een akte kan evenwel alleen op geldige wijze ter griffie worden verricht op de dagen en uren waarop die griffie toegankelijk moet zijn voor het publiek.”

3. Uit deze bepalingen volgt dat hoger beroep alleen op geldige wijze ter griffie kan worden ingesteld op de dagen en uren waarop de griffie overeenkomstig de wettelijke voorschriften voor het publiek toegankelijk is. De sluiting van de griffie buiten deze uren geeft geen aanleiding tot verlenging van de beroepstermijn.

4. Het bestreden vonnis oordeelt dat het hoger beroep dient te worden ingesteld binnen de uren waarop de griffie wettelijk toegankelijk is voor het publiek, wat in deze zaak betekent dat de verklaring van hoger beroep van de eiser ten laatste op 8 juli 2014 voor 12.30 u op de griffie van de politierechtbank Limburg, afdeling Beringen, diende te worden afgelegd. Het oordeelt verder dat het hoger beroep ingesteld op 9 juli 2014 laattijdig is. Aldus is de beslissing regelmatig en wettig verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel
5. Het middel voert schending aan van de artikelen 10, 11 en 159 Grondwet: het bestreden vonnis had de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 tot vaststelling van de dagen en de uren waarop de griffies van de hoven en de rechtbanken open zijn buiten toepassing moeten laten daar dit een onwettige ongelijkheid invoert tussen de burgers die hoger beroep wensen in te stellen, in functie van de griffie waar dit moet gebeuren.

6. De enkele omstandigheid dat vergelijkbare rechtstoestanden door de wet verschillend worden behandeld, levert niet noodzakelijk een miskenning van het gelijkheidsbeginsel zoals bedoeld bij de artikelen 10 en 11 Grondwet op. Dit is slechts het geval wanneer de verschillende behandeling onevenredig en niet redelijk te verantwoorden is.

Het bestreden vonnis oordeelt: “Indien er (…) sprake zou zijn van een verschillende behandeling van vergelijkbare gevallen, wordt niet aangetoond dat het gegeven dat het criterium dat te dezen wordt gebruikt, niet pertinent is, het nagestreefde doel ongeoorloofd is en de middelen niet evenredig zouden zijn met het doel zodat er geen reden is om te besluiten dat het gegeven dat de desbetreffende regeling hier een schending van het gelijkheidsbeginsel inhoudt.” Die beslissing is naar recht verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 74,31 EUR.

 

Noot: 

Vereecke, V., « Hoger beroep kan alleen tijdens de openingsuren van de griffie », R.A.B.G., 2017/13, p. 1073-1076

zie ook RABG 2012/6, 378, Patricia Van Lersberghe, Rechtsmiddelen verval en overmacht

Poststaking en overmacht

De niet-tijdige neerlegging van een verzoekschrift door een poststaking maakt geen overmacht uit.

In de regel vertrouwt een advocaat een verzoekschrift tot het instellen van hoger beroep toe aan de postdiensten zodat dit tijdig bij de rechter in hoger beroep, lees de griffie zou toekomen.

Vraag is nu in hoeverre een tekortkoming van de post door ondermeer een poststaking overmacht uitmaakt in hoofde van de advocaat waardoor zijn aansprakelijkheid kan worden bevrijd.

Met toepassing van artikel 1056 Ger.W. dient een verzoekschrift in hoger beroep te worden ingediend op de griffie binnen de maand na de betekening van de bestreden beslissing.

De termijn van 1 maand is de vervaltermijn.

Van een normaal voorzichtige advocaat mag worden verwacht dat hij het nodige doet om zijn verzoekschrift in hoger beroep binnen de vervaltermijn neer te leggen.

Het betreft hier een resultaatsverbintenis van de advocaat.

De advocaat beschikt over verschillende mogelijkheden om een verzoekschrift in hoger beroep neer te leggen.

Volgens de al oude regel wordt een verzoekschrift door de advocaat persoonlijk ter griffie neergelegd.

Maar sinds lang wordt toegelaten dat een verzoekschrift ook per post aan de griffie wordt toegezonden en ook de nieuwe elektronische methodes vinden stilaan hun ingang.

Indien een advocaat kiest voor het laten neerleggen van een verzoekschrift via de post, dan had de advocaat voor het verstrijken van de vervaltermijn zich moeten vergewissen dat het procedurestuk wel degelijk tijdig was ingediend.

In een goede advocatenpraktijk wordt de uiterste vervaltermijn van een beroepstermijn genoteerd en wordt er op de middag van deze uiterste termijn gebeld naar de griffie om te vragen of een stuk dat per post werd toegestuurd daadwerkelijk is aangekomen.

Bij gebreke hieraan kan de advocaat dan nog tot 16u alle nodige en nuttige maatregelen nemen om het verzoekschrift alsnog tijdig te gaan neerleggen.

Wanneer een advocaat deze controlemaatregel niet uitvoert, kan dit aanzien worden als een vorm van laksheid en als een tekortkoming van zijn professionele verplichtingen.

Aldus kan een advocaat zich ten onrechte op overmacht beroepen wegens een poststaking of een tekortkoming van een derde confrater die hij gelast heeft om een verzoekschrift neer te leggen.

Ook wanneer een advocaat een andere advocaat gelast om loco hem een verzoekschrift neer te leggen, dan nog zal de advocaat voor het verstrijken van de termijn een telefonisch contact hebben met de opdrachthoudende advocaat teneinde bevestiging te bekomen van de neerlegging of een contact met de griffie hebben om bevestiging te bekomen zodat hij in ontkennend geval nog over voldoende tijd beschikt om op zijn eigen verantwoordelijkheid desnoods in persoon of op een andere wijze het verzoekschrift tijdig neer te leggen.

Overmacht kan enkel voortvloeien uit een gebeurtenis buiten de wil van de betrokkene, die door deze niet kon worden voorzien, noch vermeden.

Een poststaking kan niet worden beschouwd als een geval van overmacht.

De wet vereist niet dat een advocaat wanneer hij hoger beroep instelt, hij een verzoekschrift zoals bijvoorbeeld bedoeld in artikel 1056, 2de Ger.W., de indiening zelf verricht. Maar wanneer een advocaat kiest voor een andere wijze dan doet de advocaat dit op eigen risico en kan hij geen overmacht meer aanvoeren als hij er niet zelf heeft op toegezien dat de indiening werkelijk heeft plaats gevonden.

Een advocaat dient er rekening mee te houden dat er bij de post een fout kan gebeuren of dat er een lokale of nationale poststaking plots optreedt, of in het algemeen dat er vertraging optreedt bij de postbedeling wat in ons land nu niet zo uitzonderlijk is, waardoor een advocaat in alle omstandigheden de nodige maatregelen moet nemen opdat een procedurestuk waaraan een vervaltermijn verbonden is, tijdig wordt neergelegd en hierbij ook tijdig de nodige verificaties leest.

Voor een concreet toepassingsgeval zie Hof van Beroep te Brussel, 11.06.2013, RW 2013-2014, kolom 630.

zie ook: Cassatie, 24/09/2012, RW 2014-2015, conclusie van procureur-generaal J.-F. Leclercq (Pas. 2012, nr. 483)

"Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel volgens welk “overmacht de fout uitschakelt en het verval belet van de uitoefening van een recht die de wet afhankelijk stelt van een bepaalde termijn”.

Wanneer overmacht zich voordoet in de loop van een vervaltermijn, wordt die termijn slechts verlengd met de tijd die nodig is om te handelen en niet met die welke overeenstemt met de duur van de verhindering."

zie ook: Cass. 27 maart 1919, Pas. 1919, I, 112; Cass. 12 maart 1923, Pas. 1923, I, 233.

 
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 19/12/2017 - 12:26
Laatst aangepast op: di, 19/12/2017 - 12:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.