-A +A

Tabak verkopen aan verlaagde prijs is verboden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
maa, 05/03/2018

 

Artikel 7 § 2bis, 1° wet 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten verbiedt reclame voor en sponsoring door tabaksproducten.

Elke mededeling of handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen, ongeacht de plaats, de aangewende communicatiemiddelen of de gebruikte technieken, worden als reclame en sponsoring beschouwd.

Een kleinhandelaar mag geen tabaksproducten verkopen aan een prijs die lager is dan de prijs vermeld op de fiscale zegel.

Wanneer grootwarenhuisketens tabaksproducten aanbieden tegen een lagere prijs dan vermeld op de fiscale zegel, beogen zij een concurrentieel voordeel te halen op andere kleinhandelaars en de consument ertoe aan te zetten om bij haar tabaksproducten aan te kopen.

Deze onwettige verkoop van de producten tegen verlaagde prijs en de aankondiging van deze verlaagde prijs zijn erop gericht de verkoop van tabakswaren te bevorderen en dus verboden reclame in de zin van artikel 7 § 2bis, 1° wet 24 januari 1977.

Ook de prijsverlaging bij grote aankopen van tabaksproducten is strijdig met het verbod op reclame, net zoals de verkoop van tabak met een tijdelijke algemene korting.

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
312
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

In zake van het Openbaar Ministerie tegen:

Etablissementen Franz Colruyt N.V.,
[ ... ]
beklaagde,
[ ... ]
Beklaagd van

In het gerechtelijk arrondissement Brussel,
En bij samenhang elders in het Rijk, namelijk in de gerechtelijke arrondissementen Gent, Kortrijk, Bergen, Doornik, Verviers, Luik, Dinant, Eupen, Leuven, Dendermonde, Antwerpen, Ieper en Hasselt,

Tussen 27 maart 2011 en 23 juni 2012
Bij inbreuk op artikel 7, § 2bis, 1 ° van de wet 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten (B.S. 8 april 1977), ingevoerd bij wet van 10 december 1997 houdende verbod op de reclame voor tabaksprodukten (B.S. 11 februari 1998), reclame te hebben gevoerd voor tabak, meer bepaald

1. Tussen 27 maart 2011 en 23 juni 2012, diverse tabaksprodukten te hebben verkocht aan een eenheidsprijs die lager is dan de prijs vermeld op de fiscale zegel, onder andere,

op 28 maart 2011, te Gent, sigaretten van het merk Fortune Red te hebben verkocht aan een prijs van 38,40 euro per tien pakjes, terwijl. de fiscale zegel 3,90 euro per pakje vermeldt of 39 euro per .tien pakjes; en roltabak van het merk Camel Cigarette Flavour 40 gram te hebben verkocht voor 3,58 euro per pakje, terwijl de prijs vermeld op de fiscale zegel 3,60 euro bedraagt,

op 3 mei 2012, te Asse, sigaretten van het merk L&M te hebben verkocht aan een prijs van 43,40 euro per tien pakjes, hetzij 4,34 euro per pakje, terwijl de prijs vermeld op de fiscale zegel 4,4 euro bedraagt

2. Tussen 27 maart 2011 en 4 mei 2012, diverse tabaksprodukten te hebben verkocht met een hoeveelheidskorting, die aangeduid wordt met gele en rode achtergrond op de railstrip,

Onder andere,

op 28 maart 2011, te Gent, een extra korting te hebben verleend bij aankoop van minimum drie farde (tien pakjes) sigaretten van het merk Fortuna Red, zodoende dat de prijs met korting 37,05 per tien pakjes bedraagt terwijl de prijs zonder korting 39 per tien pakjes bedraagt, en een extra korting te hebben verleend bij aankoop van minimum drie pakjes roltabak van het merk Camel Cigarette Flavour, zodoende dat de prijs met korting 3,35 per pakje bedraagt terwijl de prijs zonder korting 3,60 per pakje bedraagt, op 28 maart 2011, te Roeselare, een extra korting te hebben verleend bij aankoop van minimum drie fardes (tien pakjes) sigaretten van het merk Marlboro Gold, zodoende dat de prijs met korting 46,4 per farde bedraagt terwijl de prijs zonder korting 47 bedraagt en dit hoeveelheidsvoordeel in het geel en rood wordt geafficheerd op de railstrip, op 3 mei 2012, te Asse, een extra korting te hebben verleend bij aankoop. van minimum drie dozen sigaren van het merk Tabatip 50 cigarillo's met filter, zodoende dat de prijs met korting 10,01 per doos bedraagt terwijl de prijs zonder korting 10,70 per doos bedraagt, en waarbij deze korting wordt aangeduid op gele en rode achtergrond op de railstrip,

3. Op 22 april 2011 en op 22 mei 2012, diverse tabaksprodukten te hebben verkocht met een tijdelijke algemene korting van 3% aan alle klanten, onder andere,

Te Aalst, op 22 april 2011, een korting van 3% te hebben verleend bij de verkoop van een farde (tien pakjes) sigaretten van het merk Bastos,

te Lede, op 22 mei 2012, een korting van 3% te hebben verleend bij de verkoop van een farde (tien pakjes) sigaretten van het merk Marlboro,

4. Tussen 27 maart 2011 en 22 mei 2012, diverse tabaksprodukten te hebben verkocht met een algemene korting van 3% voor een bepaalde categorie personen, namelijk de leden van jeugdbewegingen middels de 'karnpkorting',

Gezien de hogere beroepen ingesteld op:
- 24 mei 2013 door de beklaagde Etablissements Fr. Colruyt N.V. en dit tegen alle beschikkingen;
- 27 mei 2013 door het openbaar ministerie tegen de beklaagde Etablissements Fr. Colruyt N.V.;

tegen een vonnis uitgesproken na tegenspraak door de 52ste kamer van de correctionele rechtbank te Brussel d.d. 10 mei 2013, dat zegt dat de feiten die het voorwerp van de weerhouden tenlastelegging uitmaken, bewezen zijn en verder als volgt beslist:

Op strafrechtelijk gebied:

Veroordeelt de beklaagde Etablissements Fr. Colruyt N.V. uit hoofde van de feiten die het voorwerp van de weerhouden tenlastelegging uitmaken tot:

een geldboete van 45.000 euro x 6 = 270.000 euro;

een bijdrage van 25 euro x 6 150 euro;

een vergoeding van 51,20 euro; de kosten: 49,57 euro.

Houdt de burgerlijke belangen ambtshalve aan.

Gezien het tussenarrest van deze kamer van 5 mei 2015.

Gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 september 2016.

[ ... ]

BEOORDELING

1. Met het arrest van 5 mei 2015 heeft het hof de hogere beroepen ontvankelijk verklaard.
[ ... ]

2. Met het arrest van 21 september 2016 verklaart het Hof van Justitie van de EU voor recht dat:

1) Artikel 15, lid i, van richtlijn 2011/64/ EU van de Raad van 21 juni 2011 betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten aldus moet worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, die detailhandelaars verbiedt om tabaksproducten te verkopen tegen een eenheidsprijs die lager is dan de prijs die de fabrikant of de importeur op de fiscale zegel van die producten heeft gezet, voor zover die prijs vrijelijk is vastgesteld door de fabrikant of de importeur;

2) Artikel 34 VWEU aldus moet worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, die detailhandelaars verbiedt om tabaksproducten te verkopen tegen een eenheidsprijs die lager is dan de prijs die de fabrikant of de importeur op de fiscale zegel van die producten heeft gezet, voor zover die prijs vrijelijk is vastgesteld door de importeur;

3) Artikel 101 VWEU juncto artikel 4, lid 3, VEU aldus moet worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, die detailhandelaars verbiedt om tabaksproducten te verkopen tegen een eenheidsprijs die lager is dan de prijs die de fabrikant of de importeur op de fiscale zegel van die producten heeft gezet.

De beklaagde nv Colruyt verklaart in haar syntheseconclusie dat zij, gelet op bovenstaande antwoord op de prejudiciele vraag, geen middelen meer aanvoert die gesteund zijn op het Unierecht.

3. De in de telastleggingen 1, 2, 3 en 4 omschreven feiten worden als dusdanig niet betwist en zijn bewezen door de vaststellingen van het strafdossier. Het hof verwijst naar de uiteenzetting in het bestreden vonnis en maakt deze tot de zijne (p. 6-9, "II. Feiten en relevante gegevens").

De beklaagde nv Colruyt betwist wel dat die vaststaande feiten een inbreuk opleveren op artikel 7, § 2bis, 1 ° van de Wet van 24 januari 1977 "betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten",

Krachtens die wettelijke bepaling is het verboden reclame te voeren voor en te sponsoren door tabak, producten op basis van tabak en soortgelijke producten, hierna tabaksproducten genoemd. Als reclame en sponsoring worden beschouwd elke mededeling of handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen, ongeacht de plaats, de aangewende communicatiemiddelen of de gebruikte technieken.

4. Met telastlegging 1 wordt de beklaagde nv Colruyt verweten diverse tabaksproducten te hebben verkocht aan een eenheidsprijs die lager is dan de prijs vermeld op de fiscale zegel.

De beklaagde nv Colruyt voert aan dat het toepassen van een (lagere) prijs geen reclame is.

Anders dan de nv Colruyt aanvoert, heeft het vermelden van de prijs van tabaksproducten op de fiscale zegel niet uitsluitend tot doel te vermijden dat de kleinhandelaar die producten tegen een hogere prijs zou verkopen en zo de integriteit van de belastingsopbrengsten voor de staat in gevaar zou brengen[ ... ].

Krachtens artikel 26, in fine, van het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 "betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak" moeten, éénmaal het kenteken - dit is de fiscale zegel - is aangebracht, de producten aan de verbruiker verplicht worden verkocht tegen de op het kenteken vermelde prijs.

Weliswaar luidde diezelfde bepaling van 1 november 2009 tot 29 maart 2010 dat de producten aan de verbruiker niet mogen worden verkocht tegen een hogere prijs dan deze vermeld op het kenteken. Maar in de periode waarin de ten laste feiten zich voorgedaan hebben en tot op vandaag is het dus verplicht voor de kleinhandelaar om de tabaksproducten te verkopen aan de op de fiscale zegel vermelde prijs. Anders gezegd, is het de kleinhandelaar verboden tabaksproducten te verkopen aan een prijs die hoger of lager is dan de prijs die op de fiscale zegel is vermeld.

Het Hof van Justitie heeft met zijn arrest van 21 september 2016 verklaard dat dergelijke nationale regelgeving niet in strijd is met de beginselen van het Unierecht.

Het verweer van de beklaagde nv Colruyt dat een fabrikant vrij de prijs moet kunnen bepalen en de prijs ook moet kunnen verlagen [ ... ], is voor de voorliggende zaak niet relevant, nu de beklaagde nv Colruyt geen fabrikant van tabaksproducten is, maar vervolgd wordt om als kleinhandelaar verboden reclame te hebben gemaakt.

De in de telastlegging 1 omschreven feiten houden in dat de beklaagde nv Colruyt de tabaksproducten te koop heeft aangeboden aan een prijs die lager was dan op de fiscale zegel. De beklaagde nv Colruyt beoogde daarmee duidelijk een concurrentieel voordeel te halen op andere kleinhandelaars, die zich wel hielden aan de op de fiscale zegel vermelde prijs, en de consument ertoe aan te zetten om bij haar tabaksproducten aan te kopen. De verkoop van de tabaksproducten aan die verlaagde prijs en de met de verkoop samengaande mededeling van die verlaagde prijs aan de consument, zijn erop gericht de verkoop van de tabakswaren te bevorderen. Het gaat dus om mededelingen en handelingen die verboden reclame zijn, in de zin van artikel 7, § 2bis, 1 ° van de aangehaalde Wet van 24 januari 1977.

Het in telastlegging 1 omschreven misdrijf is bewezen.

5. Met telastlegging 2 wordt de beklaagde nv Colruyt verweten diverse tabaksproducten te hebben verkocht met een hoeveelheidskorting, die aangeduid wordt met gele en rode achtergrond op de railstrip.

De beklaagde nv Colruyt voert aan dat zij overeenkomstig de grondbeginselen van de vrije markt, vrij is om de prijs voor de tabaksproducten vast te stellen en dus ook om bij verkoop van een grote hoeveelheid een lagere eenheidsprijs aan te rekenen. Voorts is volgens de beklaagde nv Colruyt de aanduiding van de verlaagde prijs bij aankoop van een bepaalde hoeveelheid, geen reclame maar volgt die uit de wettelijke verplichting om aan de consument de juiste prijs mee te delen.

Dat verweer kan niet worden aangenomen.

Zoals reeds uiteengezet, is de detailhandelaar niet vrij om de prijs voor tabaksproducten vast te stellen, maar is hij verplicht deze te verkopen aan de prijs die op de fiscale zegel is vermeld. Deze regeling is niet strijdig met het Unierecht en evenmin met de in het Decreet d'Allarde en het Wetboek Economisch Recht neergelegde grondbeginselen van de vrije markt.

De prijsverlaging die de beklaagde nv Colruyt, die detailhandelaar is, toepast bij aankoop van grotere hoeveelheden tabaksproducten, is strijdig met die verplichting om tegen de op de fiscale zegel vermelde prijs te verkopen en is erop gericht de verkoop van tabaksproducten te bevorderen en de consument ertoe aan te zetten die grotere hoeveelheden tabaksproducten bij Colruyt te kopen.

Dat de aanduiding van de prijsverlaging van de tabaksproducten gebeurt op dezelfde wijze als voor alle andere producten in de Colruytwinkels - door aanduiding op de railstrip in de rekken van de promotieprijs op een rode achtergrond en van de vermelding "BONUS vanaf 3" op een gele achtergrond - doet niets af van het besluit, dat de prijsverlaging bij aankoop van grotere hoeveelheden en de mededeling van de verlaagde prijs mededelingen en handelingen zijn bedoeld om de consument ertoe aan te zetten de grotere hoeveelheden tabaksproducten bij Colruyt te kopen.

Ook het feit dat de tabaksproducten niet uitgestald zijn in de rekken tussen andere waren, maar wel in afgesloten kasten achter de kassa's, doet niets af van dat besluit.

Wanneer de in tabaksproducten geïnteresseerde consument de winkel binnenkomt, kan hij zich onmiddellijk van de prijzen ervan vergewissen bij die kasten waar ze zijn uitgestald en krijgt hij daar kennis van het aanbod van de verlaagde prijzen bij aankoop van een grotere hoeveelheid.

De prijsverlaging bij aankoop van bepaalde hoeveelheden, zoals omschreven in de telastlegging 2, is verboden reclame in de zin van artikel 7, § 2bis, 1 ° van de aangehaalde Wet van 24 januari 1977.

6. Met telastlegging 3 wordt de beklaagde nv Colruyt verweten diverse tabaksproducten te hebben verkocht met een tijdelijke algemene korting van 3 % aan alle klanten.

Met telastlegging 4 wordt de beklaagde nv Colruyt verweten diverse tabaksproducten te hebben verkocht met een algemene korting van 3 % voor een bepaalde categorie personen, namelijk de leden van de jeugdbewegingen, die een "kampkorting" konden krijgen.

De beklaagde nv Colruyt voert aan dat in de beide gevallen die algemene korting van 3% gold voor alle aangekochte producten en dat het uitsluiten van de korting van tabaksproducten en de mededeling daarover, de aandacht van de consument juist nog meer op tabaksproducten zou vestigen.

Dat verweer kan niet worden aangenomen.

Door de algemene korting van 3 % ook toe te passen op tabaksproducten, heeft de beklaagde nv Colruyt, die detailhandelaar is, niet de verplichting nageleefd om de tabaksproducten tegen de op de fiscale zegel vermelde prijs te verkopen. Zij heeft de consument er op die manier willen toe aanzetten ook tabaksproducten in de periode waarin de korting wordt toegepast, bij Colruyt te kopen.

De in elk van de telastleggingen 3 en 4 bedoelde korting van 3 %, is verboden reclame in de zin van artikel 7, § 2bis, 1 ° van de aangehaalde Wet van 24 januari 1977.

De strafmaat.

7. De eerste rechter heeft terecht vastgesteld dat de bewezen feiten de uiting zijn van eenzelfde misdadig opzet zodat aan elk van de beklaagden één straf moet worden opgelegd.

De overtreding van artikel 7, § 2bis, 1 ° van de Wet van 24 januari 1977 "betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten", is krachtens artikel 15, § 3, van dezelfde wet strafbaar met een gevangenisstraf van één maand tot een jaar en met een geldboete van tienduizend tot honderdduizend frank of met één van deze straffen alleen.

8. Op de vraag van de beklaagde nv Colruyt om de uitspraak van de veroordeling op te schorten, gaat het hof niet in, nu dergelijke maatregel niet in verhouding staat met de zwaarwichtigheid van de gepleegde feiten, onvoldoende ontradend zou werken en de doelstelling van de strafvervolging niet passend zou verwezenlijken.

De door de eerste rechter aan de beklaagde nv Colruyt opgelegde geldboete is wettig en aangepast aan de aard, de ernst en de zwaarwichtigheid van de feiten; deze straf is noodzakelijk om de ingesteldheid te beteugelen van de beklaagde nv Colruyt, die het wettelijke verbod op tabaksreclame naast zich heeft neergelegd om een grotere verkoop en meer winst na te streven, ten koste van de inspanningen die de overheid levert om het roken te ontmoedigen.

De effectieve geldboete, zoals door de eerste rechter uitgesproken, is ook nodig om herhaling in de toekomst te voorkomen.

[ ... ]

OM DEZE REDENEN, HET HOF,

[ ... ]

Bevestigt het besteden vonnis, met de enkele wijziging dat de beklaagde nv Etablissementen Franz Colruyt wordt veroordeeld tot een bijdrage aan het Slachtofferfonds, met opdeciemen gebracht op 200 euro;

[ ... ]

Noot: 

Sofie Royer, TABAKSRECLAME:LAGERE PRIJS IS VERBODEN, NJW 2018, 316

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 16/05/2018 - 20:15
Laatst aangepast op: ma, 21/05/2018 - 14:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.