-A +A

Taalgebruik in bestuurszaken inschrijving op overheidsopdracht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
maa, 18/07/2016
A.R.: 
Arrest nr. 235.523

Art. 18, eerste lid Bestuurstaalwet luidt: “De plaatselijke diensten, die in Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn, stellen de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn in het Nederlands en in het Frans.”

De persoon die inschrijft op een overheidsopdracht lijkt geen mededeling te doen aan het publiek, als bedoeld in art. 18, eerste lid Bestuurstaalwet.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
631
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV B.C. e.a. / CVBA N.

Arrest nr. 235.523

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 24 juni 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing [van de raad van bestuur van de CVBA N. van] 7 juni 2016 tot het onregelmatig verklaren van het Tweede Voorstel [van consortium A] en het definitief uitsluiten [van consortium A] van de concurrentiegerichte dialoog met betrekking tot de gunning van de overheidsopdracht voor werken “N. tweede schijf – Congrescentrum en hotel(s) op het Heizelplateau””.

...

VI. Onderzoek van de middelen

D. Derde middel

Uiteenzetting van het middel

30. Een derde middel is afgeleid uit de schending van artikel 18, eerste lid, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 “op het gebruik van de talen in bestuurszaken” (hierna: “Bestuurstaalwet”), “doordat de verwerende partij de bestreden beslissing louter in het Frans aan de verzoekende partij ter kennis bracht, terwijl de verwerende partij de bestreden beslissing aan de verzoekende partij ter kennis diende te brengen in het Frans én in het Nederlands.”

Verzoeksters lichten toe dat “de bestreden beslissing aanvankelijk een stuk in binnendienst uitmaakte die echter door de bekendmakingsplicht gekwalificeerd moet worden als zijnde een mededeling aan het publiek [zodat de bestreden beslissing krachtens art. 18, eerste lid Bestuurstaalwet] zowel in het Nederlands als in het Frans diende opgesteld te zijn”.

Beoordeling

31. Art. 18, eerste lid Bestuurstaalwet luidt: “De plaatselijke diensten, die in Brussel-Hoofdstad gevestigd zijn, stellen de berichten, mededelingen en formulieren die voor het publiek bestemd zijn in het Nederlands en in het Frans.”

32. In de nota met opmerkingen antwoordt de verwerende partij (voetnoten weggelaten): “Dit [artikel] omvat de informatie die een plaatselijke dienst verstrekt of moet verstrekken aan het publiek, d.w.z. aan niet geïndividualiseerde personen. Dit is zeker niet het geval voor de beslissing waarbij verwerende partij het Tweede Voorstel van verzoekende partijen onregelmatig verklaart en verzoekende partijen bijgevolg uit de concurrentiedialoog uitsluit. Verzoekende partijen zijn immers wel degelijk individualiseerbaar en verwerende partij weet wie haar gesprekspartner is. Een dergelijke beslissing is ook enkel bedoeld om medegedeeld te worden aan de onregelmatige deelnemer (hier verzoekende partijen). Bijgevolg is art. 18 Bestuurstaalwet niet van toepassing, [...]. Deze benadering werd door Uw Raad reeds toegepast met betrekking tot gelijkaardige beslissingen.”

De verwerende partij verwijst naar arrest nr. 59.456 van 30 april 1996 en arrest nr. 180.177 van 28 februari 2008.

33. In de huidige stand van de rechtspleging valt de Raad van State het aangehaalde verweer bij. Bijkomend mag nog worden verwezen naar de arresten nrs. 224.381 van 19 juli 2013, 225.884 van 18 december 2013 en 230.117 van 5 februari 2015, in dezelfde zin.

Verzoeksters lijken ten onrechte te verwijzen naar arrest nr. 180.177 van 28 februari 2008. In dit arrest kwalificeert de Raad immers de aanzegging van een gemotiveerde toewijzingsbeslissing aan een inschrijver evenmin als een mededeling aan het publiek.

34. De onregelmatigverklaring van verzoekster [...] lijkt geen mededeling aan het publiek, als bedoeld in art. 18, eerste lid Bestuurstaalwet.

Het middel, dat uitgaat van de tegenovergestelde opvatting, is niet ernstig.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 04/02/2017 - 14:54
Laatst aangepast op: za, 04/02/2017 - 14:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.