-A +A

Taak van de rechter ten aanzien van conclusies zonder vordering

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 07/05/2015
A.R.: 
C.12.0056.F

Taak van de rechter impliceert niet dat deze moet antwoorden op onregelmatige conclusies, op conclusies zonder vordering evenmin als op een loutere nota.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
621
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. C.14.0154.F

M.A. t/ M.V.G.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Luik van 17 januari 2014.

...

III. Beslissing van het hof

Beoordeling

Middel

Art. 744, tweede lid, eerste zin Ger.W. bepaalt dat de conclusies uitdrukkelijk de eisen van de concluderende partij moeten uiteenzetten alsook de middelen in feite en in rechte waarop iedere eis is gebaseerd.

Krachtens art. 748bis Ger.W. vervangt, voor de toepassing van art. 780, eerste lid, 3o, luidens welk het vonnis, op straffe van nietigheid, het onderwerp van de vordering en het antwoord op de conclusies of middelen van de partijen bevat, de laatste conclusie van een partij, die de vorm van syntheseconclusies aanneemt, alle vorige conclusies.

Hoewel het onderwerp van de vordering aldus uitsluitend wordt bepaald door de laatste conclusie van een partij, veronderstelt de verplichting, voor de rechter, om enkel uitspraak te doen over de daarin vermelde punten van de vordering dat laatstgenoemd geschrift een conclusie vormt waarin de eisen van de auteur ervan worden weergegeven en niet een nota met opmerkingen waarin geen enkele vordering is vervat.

Blijkens de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan:

– beveelt het vonnis van 24 mei 2013 de heropening van het debat, zodat de verweerder uitleg kan verschaffen over het bedrag van de bijkomende lasten die hij voor de eerste rechter heeft gevorderd, en regelt het de instaatstelling van de procedure;

– vordert de verweerder, die de voormelde post uitvoerig toelicht, in zijn op 23 juli 2013 neergelegde conclusie “[de eiser] te veroordelen tot betaling van 651 euro, bij wijze van lastensaldo op 30 juni 2012, vermeerderd met de interest tegen de wettelijke rentevoet vanaf 1 oktober 2012, tot betaling van 20% van de hem verschuldigde vergoedingen, namelijk 514 euro, [en] tot de kosten van de twee rechtsvorderingen”;

– legt de verweerder op 23 oktober 2013 een geschrift neer, “aanvullende conclusie” genoemd, dat geen enkele vordering formuleert maar enkel opmerkingen over de conclusie van de eiser bevat, in zoverre zij zijn verzoekschrift als “amateuristisch” aanmerken, de plaatsbeschrijving als “eenzijdig” en de berekening van de kosten als een “raming” omschrijven.

Het bestreden vonnis, dat het onderwerp van verweerders vordering bepaalt door acht te slaan op zijn conclusie van 23 juli 2013, waarin hij zijn eisen uiteenzet, en niet op zijn latere opmerkingen, overweegt dat de verweerder “de veroordeling [van de eiser] vordert tot betaling van 651 euro, als bijkomende lasten”, en schendt zodoende geen van de in het middel bedoelde bepalingen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 04/02/2017 - 13:02
Laatst aangepast op: za, 04/02/2017 - 13:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.