-A +A

Strafvervolging vervalt na betaling GAS-boete ook al was deze onterecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
vri, 05/02/2016
A.R.: 
2015/NT/298

 

Artikel 12, § 1 van het decreet 23/12/2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen juncto artikel 16.6.3, § 1, eerste lid decreet 05/04/1995
Ne bis in idem - GAS-boete
Strafvervolging vervalt na betaling GAS-boete ook al was deze onterecht - GAS-boete enkel mogelijk voor kleine vorm van openbare overlast
 

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

3.
De eerste en tweede beklaagde worden als mededaders vervolgd voor het achterlaten van afvalstoffen, meer in het bijzonder kartonnen dozen, in een container van de Makro, opgesteld achteraan de loskade van de vrachtwagens op 23 en 29 september 2013. De beklaagden konden opgespoord worden aan de hand van een adres op het papier dat ze gestort hadden en hun auto werd herkend op de videobeelden. Beklaagden betwisten de vaststellingen niet maar werpen op dat de strafvordering is komen te vervallen aangezien er reeds een GAS-boete werd betaald aan de gemeente Nazareth.

4.
Uit de verklaringen van de veiligheidsagenten J. D. en E. V. van de Makro en de foto's van het afval blijkt dat de beklaagden naar aanleiding van hun verhuis grote hoeveelheden kartonnen dozen in de container achter de Makro hebben achtergelaten. Op 23 december 2013 werd een grote hoeveelheid kartonnen dozen met daarin papier achtergelaten en op 29 december 2013 werden 12 dozen met daarin textiel achtergelaten. De eerste rechter oordeelde geheel terecht dat het achterlaten van een dergelijk grote hoeveelheid afval niet valt onder de categorie van kleine vorm van openbare overlast die desgevallend met een gemeentelijke sanctie overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet kan bestraft worden. Het betreft hier een ernstige vorm van sluikstorten waarbij de beklaagden bewust hun afval en dus hun lasten bij een ander hebben gedumpt. Anders dan de beklaagden voorhouden is de hoeveelheid kartonnen dozen wel degelijk van belang omdat de omvang aantoont dat het een vooraf geplande actie betrof om zich met uitsparing van kosten van een grote hoeveelheid afval te ontdoen, wat niet te vergelijken is met het achteloos achterlaten van bv. een blikje of een sigarettenpeuk. Het verbod van artikel 12, § 1 Materialendecreet is van toepassing zowel op huishoudelijk als op bedrijfsafval zodat ook het verweer dat het hier slechts over wat huishoudelijk afval zou gaan geen hout snijdt.

Gelet op de vaststellingen in het strafdossier, meer bepaald de camerabeelden, de naam op het achtergelaten papier, de autoherkenning en de bekentenis van de beide belaagden, oordeelde de eerste rechter terecht dat de feiten van de telastleggingen 1 en 2 in hoofde van de beide beklaagden zijn bewezen.

5.
Anders dan het hof en ten onrechte, oordeelde de gemeente Nazareth dat de feiten van 23 september 2013 wel een kleine vorm van openbare overlast waren en op 17 april 2014 legde de sanctionerende ambtenaar van de gemeente Nazareth een GAS-boete op van euro 60 aan de eerste beklaagde (deze beslissing van de gemeente is voor het hof niet bestreden). Terecht stelde de eerste rechter vast dat deze administratieve boete een strafrechtelijk karakter heeft waardoor deze boete de strafvordering voor telastlegging 1 in hoofde van de eerste beklaagde doet vervallen op grond van het non bis in idem-beginsel. Dit verval strekt zich echter niet uit tot de feiten van de telastlegging 2 op 29 september 2013 in hoofde van de eerste beklaagde en ook niet tot de feiten van de telastleggingen 1 en 2 in hoofde van de tweede beklaagde.

6.
Voor de tweede beklaagde zijn de onder de telastlegging 1 en 2 bewezenverklaarde feiten de uiting van eenzelfde misdadig opzet en maken ze slechts één misdrijf uit zodat ingevolge artikel 65 van het Strafwetboek voor deze samen slechts één straf dient te worden opgelegd.

De beklaagden dumpten naar aanleiding van een verhuis talrijke dozen afval in een container op de terreinen van de Makro. Deze feiten getuigen van een totaal gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Sluikstorten is asociaal ten aanzien van de gemeenschap en ten aanzien van andere burgers die wel inspanningen doen om hun afval legaal te verwijderen en aldus bijdragen tot het leefbaar houden van de omgeving.

De eerste beklaagde moet gelet op de reeds betaalde GAS-boete enkel nog gestraft worden voor de feiten van de telastlegging 2. Gelet op haar blanco strafregister oordeelt het hof dat een geldboete van euro 100, zoals opgelegd door de eerste rechter, voldoende is om haar de ernst van de feiten te doen beseffen en haar te weerhouden van recidive. De vervangende gevangenisstraf, zoals bepaald door de eerste rechter, zal de beklaagde aanzetten om deze geldboete te voldoen.

Gelet op de reeds betaalde GAS-boete aan de gemeente en de reeds betaalde schadevergoeding aan de Makro en, nu de straf op te leggen aan de beklaagde de vijf jaar gevangenisstraf niet te boven gaat, zij tot op heden nog niet werd veroordeeld tot een criminele straf of een hoofdgevangenisstraf van meer dan twaalf maanden of tot een gelijkwaardige straf die in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis Strafwetboek en het hof verwacht dat, gelet op de thans uitgesproken straf, deze beklaagde zich in de toekomst niet meer aan een dergelijk misdrijf zal schuldig maken, wordt uitstel van de tenuitvoerlegging van dit arrest verleend voor de termijn en in de mate zoals bepaald door de eerste rechter.

De tweede beklaagde werd reeds verschillende malen veroordeeld voor drugs- en vermogensdelicten en kan de gunst van het uitstel niet meer genieten. Een werkstraf, zoals door de raadsman voor het hof gevraagd, is geen passende reactie op het gepleegde misdrijf; er werden ook geen concrete argumenten voor het opleggen van dergelijke straf aangebracht. Deze beklaagde werd overigens in het verleden al tweemaal veroordeeld tot een werkstraf. Het uitvoeren van deze werkstraffen bracht hem blijkbaar niet tot nieuwe inzichten. De door de eerste rechter opgelegde straf is passend om de beklaagde te doen beseffen dat dergelijk asociaal gedrag niet past in onze samenleving en een ernstig misdrijf is.

...

(Tiende kamer, 2015/NT/298, 05/02/2016)
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 02/09/2017 - 15:25
Laatst aangepast op: za, 02/09/2017 - 15:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.