-A +A

Strafbeding dat geen vergoedend karakter heeft

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
din, 03/11/2015

Een contractueel voorziene vergoeding, "boete" geheten, die strekt tot bestraffing en niet tot de vergoeding van een potentiële schade is een zuivere privéstraf zonder enig vergoedend karakter. Het bedingen van een private straf door contractpartijen is in strijd met de openbare orde (artt. 6 BW en 1133 BW). Een dergelijk  beding moet dan ook nietig worden verklaard. Het beding valt immers niet onder het toepassingsgebied van artt. 1226 e.v. BW.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1667
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Vlaams Gewest t/ Y.M. q.q.

Hoger beroep is gericht tegen een vonnis van 6 juni 2013 dat door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel werd uitgesproken.

...

I. Situering van het geschil en voorwerp van het hoger beroep

1. Op 28 december 1970 werd de NV K.A. voor K.G. De W. opgericht. De h. en mevr. G.-De W. bezaten 1.375 van de 1.400 aandelen.

Na het overlijden van haar echtgenoot kwamen de 1375 aandelen in het bezit van mevr. G.-De W. Zij overleed op 26 juni 1979: Zij had twee kinderen, die rechtstreeks erfgenaam waren, namelijk T. en M. De W. Haar kleinkind, Y.M. (geïntimeerde q.q.) was legataris van de 1375 aandelen van de NV K.A. voor K.G. De W.

2. Er ontstond een procedureslag tussen de verschillende partijen over de nalatenschap en over het beheer van de NV.

Deze was eigenaar o.m. van de volgende wandtapijten (...).

Deze wandtapijten waren verdwenen. Het vermoeden bestond dat wijlen de h. T. De W. deze wandtapijten in zijn bezit had. T. De W. heeft dit steeds betwist. Er werd strafrechtelijk klacht neergelegd in handen van de procureur des Konings te Mechelen. Dit dossier werd geseponeerd (...).

Op 30 september 1983 kwam er tussen de NV K.A. voor K.G. De W., de h. Y.M., de h. T. De W. en mevr. M. De W. een dading tot stand.

Voor de beoordeling van onderhavig geschil is art. 1b van deze dadingovereenkomst van belang. Hierin wordt bepaald: «De h. T. De W. erkent dat de wandtapijten, vermeld in de bijlage 3 van de overeenkomst, en waarvan de verdwijning het voorwerp heeft uitgemaakt van de klacht wegens diefstal door de NV K.A. voor K.G. De W. van 21 december 1979, aan deze laatste toekomen.

«Hij verklaart noch op heden noch in het verleden houden of bezitter te zijn geweest van deze tapijten.

«Indien zou blijken dat deze verklaring van T. De W. geheel of gedeeltelijk vals is, zal de h. T. De W. aan de NV K.A. voor K.G. De W. ten titel van forfaitaire en onherleidbare boete (pénalité) een bedrag betalen van 500.000 fr., geïndexeerd, per tapijt teruggevonden in het bezit van T. De W. of van derden voor rekening van T. De W., of door T. De W. onder bezwarende of kosteloze titel overgedragen aan een derde.

«Bovendien zal T. De W. de verplichting hebben om de teruggevonden tapijten onverwijld terug te geven aan de K.A.

«Indien de teruggave onmogelijk blijkt, verbindt T. De W. zich tot het betalen aan de K.A. van een geïndexeerd bedrag van 500.000 fr. per teruggevonden tapijt, onverminderd de voormelde boete ten voordele van de K.A.»

De hierboven vermelde wandtapijten werden vermeld in bijlage 3.

3. Op 29 oktober 2005 is de nalatenschap van wijlen de h. T. De W. opengevallen. De h. De W. heeft zijn volledige nalatenschap bij testament aan appellant gelegateerd (algemeen legaat). In de nalatenschap van de h. De W. bevonden zich de hierboven vermelde wandtapijten.

4. In mei 2009 werden deze wandtapijten te koop aangeboden in de Galerij (...) te 1000 Brussel, (...). De catalogus van de veiling duidde in verband met deze wandtapijten aan: «Herkomst: nalatenschap T. De W.».

Bij beschikking van de beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 12 mei 2009 werd geïntimeerde q.q. gemachtigd om beslag tot terugvordering te leggen op deze wandtapijten. Op 14 mei 2009 werd er bewarend beslag op de wandtapijten gelegd.

Bij brief van 24 juni 2009 vorderde geïntimeerde q.q. de afgifte van de wandtapijten en de betaling van een schadevergoeding van 110.818,44 euro.

Tussen partijen ontstond vrij snel overeenstemming over de teruggave van de wandtapijten. De wandtapijten werden overhandigd aan geïntimeerde q.q.

5. Op 18 mei 2011 ging geïntimeerde q.q. over tot dagvaarding van appellant. Hij vorderde de veroordeling van appellant tot betaling van een bedrag van 111.190,53 euro (110.818,38 euro schadevergoeding + 372,15 euro kosten beslagprocedure), vermeerderd met gerechtelijke intresten op een bedrag van 110.818,38 euro.

In het bestreden vonnis van 6 juni 2013 wordt de vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard. Appellant wordt veroordeeld tot betaling aan geïntimeerde q.q. van de som van 37.872,15 euro (37.500 euro + 372,15 euro), vermeerderd met de gerechtelijke intresten op een bedrag van 37.500 euro.

6. In hoger beroep vordert appellant het bestreden vonnis te vernietigen en, opnieuw recht doende, de oorspronkelijke vordering van geïntimeerde q.q. ontvankelijk maar ongegrond te verklaren. Subsidiair verzoekt appellant de vordering slechts gegrond te verklaren voor een bedrag van 1.000 euro.

7. Geïntimeerde q.q. verzoekt het hoger beroep af te wijzen. Hij stelt incidenteel beroep in. Hij vordert appellant te veroordelen tot betaling van een bedrag van 111.190,53 euro (110.818,38 euro + 372,15 euro), vermeerderd met de gerechtelijke intresten op een bedrag van 110.818,38 euro.

II. Beoordeling

8. Appellant betoogt dat het beding waarin de h. De W. zich ertoe verbindt een boete van 500.000 fr. per tapijt te betalen indien zijn verklaring geheel of gedeeltelijk vals is, een zuiver strafbeding is en nietig moet worden verklaard.

Volgens geïntimeerde q.q. is het een schadebeding dat een vergoedend karakter heeft.

9. Het hof overweegt als volgt.

Het beding voorziet in de eerste plaats in de teruggave van de wandtapijten. Indien deze niet kunnen worden teruggegeven, dient er een vergoeding van 500.000 fr per wandtapijt door de h. De W. te worden betaald. Daarnaast wordt bepaald dat de h. De W. in elk geval een boete van 500.000 fr. per wandtapijt moet betalen.

Deze boete strekt bijgevolg tot de bestraffing van de h. De W. en niet tot de vergoeding van een potentiële schade. Het is een zuivere privéstraf zonder enig vergoedend karakter. Het bedingen van een private straf door contractpartijen is in strijd met de openbare orde (artt. 6 BW en 1133 BW). Het beding moet dan ook nietig worden verklaard. Het beding valt immers niet onder het toepassingsgebied van artt. 1226 e.v. BW.

Geïntimeerde q.q. werpt ook op dat het zou gaan om een beding als bedoeld in artt. 2046 en 2047 BW. Deze artikelen zijn in onderhavig dossier echter niet van toepassing: het gaat immers niet om een dading over de burgerlijke gevolgen van een misdrijf.

10. Zelfs indien het beding geldig zou zijn, dan nog is het niet verbindend voor appellant.

Het strafbeding is specifiek gericht op de persoon en de handelwijze van de h. De W. en heeft een uitgesproken persoonlijk karakter. Het is een verbintenis intuitu personae die noodzakelijk ten einde komt met het overlijden van de h. De W.

Luidens art. 1122 BW wordt men geacht te hebben bedongen voor zichzelf en voor zijn erfgenamen en rechtverkrijgenden, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk is bepaald of uit de aard van de overeenkomst voortvloeit.

De voorgeschiedenis van de familie De W. – M. en de persoon van de h. T. De W. hebben een zeer belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het kwestieuze strafbeding in de dadingovereenkomst. In dit verband kan er worden verwezen naar de volgende elementen:

– de betwistingen tussen de h. Y.M. (kleinzoon) en de h. T. De W. (zoon) over de afgifte van het legaat en de wettigheid van het testament van mevr. G. De W.

– de beschuldigingen van de h. Y.M. aan het adres van de h. T. De W. m.b.t. zijn functie als beheerder van de NV K.A. voor K.G. De W. (beschuldigingen m.b.t. de overtreding van de wetgeving op de boekhouding en de vennootschappen, het ontvreemden van wandtapijten, ...).

– de verschillende dagvaardingen tussen beide partijen.

– de rechtsstrijd over de erfenis tussen de h. T. De W. en zijn zus M. De W. (moeder van de h. Y.M.), meer in het bijzonder de betwisting over de ontvreemding door mevr. M. De W. van de vitrinegoederen en de zuivere diamanten.

– de nooit opgehelderde brand die het kasteel te G. heeft verwoest in de jaren tachtig.

Het is de negatieve vertrouwensband tussen de h. De W. en zijn familie, meer in het bijzonder de h. Y.M. en mevr. M. De W., die doorslaggevend was voor het sluiten van de dadingovereenkomst. Het wederzijds wantrouwen duidt op het persoonlijk karakter van de overeenkomst.

Het litigieuze beding is gericht op het bestraffen van de persoon van de h. T. De W. Appellant is als rechtsopvolger onder algemene titel (algemeen legataris) niet gehouden om een «schadevergoeding» te betalen voor het verborgen houden van de tapijten door de h. De W. Het is immers de h. De W. die volgens de bewoordingen van de dadingovereenkomst «gestraft» moet worden en niet appellant.

11. In het bestreden vonnis wordt appellant ook veroordeeld tot het betalen van de kosten die geïntimeerde q.q. heeft gemaakt naar aanleiding van de beslagprocedure.

Volgens appellant heeft geïntimeerde q.q. zich onredelijk opgesteld door het indienen van een eenzijdig verzoekschrift en het ontnemen aan appellant van de mogelijkheid om het debat op tegenspraak te voeren. Appellant heeft zich nooit verzet tegen de teruggave van de wandtapijten.

Terecht laat geïntimeerde q.q. echter gelden dat hem niet ten kwade kan worden geduid dat hij een procedure op eenzijdig verzoekschrift heeft gevoerd teneinde te vermijden dat de hem toebehorende wandtapijten zouden verdwijnen.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 10/06/2018 - 12:10
Laatst aangepast op: zo, 10/06/2018 - 12:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.