-A +A

Stilzwijgende berusting door een advocaat

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 07/04/2016
A.R.: 
F.14.0070.N

Berusting van een partij in een rechterlijke beslissing kan niet afgeleid worden uit briefwisseling van de advocaat van de partij, wanneer deze aan haar raadsman geen bijzondere volmacht heeft gegeven om in die beslissing te berusten; de appelrechter die uit de brief van de advocaat diens berusting in het bestreden vonnis afleidt, zonder na te gaan of de advocaat over een bijzondere volmacht beschikt, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/19
Pagina: 
1378
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(Belgische Staat / Bouwbedrijf J. BV - Rolnr.: F.14.0070.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 januari 2014.

II. Cassatiemiddel

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Tweede onderdeel
1. Krachtens artikel 440, tweede lid Gerechtelijk Wetboek verschijnt de advocaat als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving vereist.

Krachtens artikel 1044, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, is berusten in een beslissing afstand doen van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of sommige punten van die beslissing kan aanwenden of reeds heeft aangewend.

Krachtens artikel 1045, tweede lid Gerechtelijk Wetboek geschiedt de uitdrukkelijke berusting bij eenvoudige akte, ondertekend door de partij of door haar bijzonder gevolmachtigde.

2. Uit deze bepalingen volgt dat berusting van een partij in een rechterlijke beslissing niet kan afgeleid worden uit briefwisseling van de advocaat van de partij, wanneer deze aan haar raadsman geen bijzondere volmacht heeft gegeven om in die beslissing te berusten.

3. De appelrechter stelt vast dat de raadsman van de eiser in een brief schreef: “De administratie laat mij weten dat zij beslist heeft te berusten in het tussengekomen vonnis. Mag ik u vragen mij te laten weten op welke rekening u de rechtsplegingsvergoeding van 1.100 EUR kan gestort worden?” en oordeelt vervolgens dat deze berusting zeer duidelijk en niet voor betwisting vatbaar is en dat van een vergissing in hoofde van de raadsman van de eiser dan ook geen sprake kan zijn.

Hij oordeelt ook dat in de brief van de raadsman van de eiser uitdrukkelijk verwezen wordt naar een beslissing van de administratie tot berusting, dat het met andere woorden de eiser zelf en niet zijn raadsman is die de beslissing tot berusting heeft genomen en dat van het voorleggen van een bijzondere volmacht in het voordeel van de raadsman van de eiser bijgevolg geen sprake is.

4. De appelrechter die uit de brief van de advocaat diens berusting in het bestreden vonnis afleidt, zonder na te gaan of de advocaat over een bijzondere volmacht beschikt, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

(…)

Voorziening tot Cassatie

VOOR: de Belgische Staat, Federale overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de heer eerstaanwezend inspecteur van het centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, dienst controle, met kantoren te 1030 Brussel, Paleizenstraat 48, bijgestaan en vertegenwoordigd door meester Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie en meester Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, beiden kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat, 67, waar keuze van woonplaats wordt gedaan,

eiser tot cassatie,

TEGEN: de BV V.H.B., vennootschap naar Nederlands recht, met maatschappelijke zetel te (…), (Nederland), ingeschreven in de Kamer van Koophandel onder nummer (…), die keuze van woonst doet op het kantoor van Filip Vandenbranden, gerechtsdeurwaarder met standplaats te 1083 Ganshoren, voorlopig kantoor houdende te 1500 Halle, V. Baetensstraat 3,

verweerster in cassatie,

Aan de heren eerste voorzitter en voorzitter, de dames en heren raadsheren, leden van het Hof van Cassatie.

Hooggeachte dames en heren,

Eiser heeft de eer het arrest aan Uw toezicht te onderwerpen dat op 8 januari 2014 op tegenspraak werd gewezen door de fiscale kamer “6D” van het hof van beroep te Brussel (2009/AR/897).

Feiten en procedurevoorgaanden
Naar aanleiding van een btw-controle werd lastens verweerster een inbreuk vastgesteld op de btw-wetgeving, bestaande uit het feit dat geen opgave was gedaan in vak 56 van haar btw-aangifte van btw ten belope van een bedrag van 117.248,13 EUR, te weten btw voor werken waarbij de btw ten laste werd genomen door de medecontractant (art. 20 van het KB nr. 1 van 29 december 1992).

Uit hoofde van deze inbreuk werd verweerster een proportionele boete van 20% opgelegd, ten bedrage van 23.440 EUR, die later werd verminderd tot 11.720 EUR.

Op 8 mei 2006 legde verweerster een tegensprekelijk verzoekschrift neer ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel waarin om de volledige kwijtschelding van de boete werd verzocht.

Bij vonnis van 5 februari 2009 werd die eis ingewilligd door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.

Met een verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Brussel op 3 april 2009, tekende eiser hoger beroep aan tegen voormeld vonnis.

Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van eiser onontvankelijk wegens berusting, gelet op het schrijven van 26 maart 2009 waarin de raadsman van eiser aan verweerster liet weten dat de administratie heeft beslist te berusten in het tussengekomen vonnis.

(…)

F.14.0070.N
Conclusie van advocaat-generaal Thijs:

1. Naar aanleiding van een BTW-controle werd lastens verweerster een inbreuk vastgesteld op de BTW-wetgeving, bestaande uit het feit dat geen opgave was gedaan in vak 56 van haar BTW-aangifte van BTW ten belope van een bedrag van 117.248,13 EUR, te weten BTW voor werken waarbij de BTW ten laste werd genomen door de medecontractant. (artikel 20 van het KB nr. 1 van 29 december 1992)

Uit hoofde van deze inbreuk werd verweerster een proportionele boete van 20% opgelegd, ten bedrage van 23.440,00 EUR, die later werd verminderd tot 11.720,00 EUR.

Op 8 mei 2006 legde verweerster een tegensprekelijk verzoekschrift neer ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel waarin om de volledige kwijtschelding van de boete werd verzocht.

Bij vonnis van 5 februari 2009 werd die eis ingewilligd door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel.

Met een verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Brussel op 3 april 2009, tekende eiser hoger beroep aan tegen voormeld vonnis.

Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van eiser onontvankelijk wegens berusting, gelet op het schrijven van 26 maart 2009 waarin de raadsman van eiser aan verweerster liet weten dat de administratie heeft beslist te berusten in het tussengekomen vonnis.

2. In het tweede onderdeel van het enig middel tot cassatie voert eiser aan dat het bestreden arrest niet wettig heeft beslist dat eiser in het tussengekomen vonnis van de eerste rechter heeft berust via het schrijven van 26 maart 2009 van zijn raadsman door het bestaan niet vast te stellen van een bijzondere volmacht die de raadsman van eiser toeliet om namens zijn cliënt te berusten in dat vonnis. (schending van de artikelen 440, tweede lid, 848, 850, 1044, 1045 Gerechtelijk Wetboek, 1988, 1989 en 1998 Burgerlijk Wetboek)

3. Berusten in een beslissing is afstand doen van de rechtsmiddelen die een partij tegen alle of sommige punten van die beslissing kan aanwenden of reeds heeft aangewend. (artikel 1044 Gerechtelijk Wetboek)

Zij kan uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn. De uitdrukkelijke berusting geschiedt bij eenvoudige akte, ondertekend door de partij of haar bijzondere gemachtigde. De stilzwijgende berusting kan alleen worden afgeleid uit bepaalde en met elkaar overeenstemmende akten of feiten waaruit blijkt dat de partij het vaste en ondubbelzinnige voornemen heeft haar instemming te betuigen met de beslissing. (artikel 1045 Gerechtelijk Wetboek)

Een berusting moet zoals een afstand van recht strikt worden uitgelegd en kan slechts worden afgeleid uit feiten die voor geen andere uitlegging vatbaar zijn.

Overeenkomstig artikel 440, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek verschijnt de advocaat als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving eist.

Op grond van de artikelen 1988 en 1989 van het Burgerlijk Wetboek dient een advocaat over een bijzondere volmacht van zijn cliënt te beschikken om te berusten in een rechterlijke beslissing overeenkomstig de artikelen 1044 en 1045 van het Gerechtelijk Wetboek.

Luidens artikel 1998, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek is de lastgever niet gehouden de verbintenissen na te komen die de lasthebber buiten de hem verleende macht heeft aangegaan, dan voor zover hij zulks uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft bekrachtigd.

4. Hoewel de raadsman van eiser bij brief van 26 maart 2009 de berusting in het tussengekomen vonnis aankondigde, werd op 3 april 2009, hetzij nauwelijks een week later, niettemin door eiser hoger beroep ingesteld tegen het tussengekomen vonnis(1).

Het korte tijdsverloop tussen beide gebeurtenissen wijst er op dat er in casu van een bekrachtiging van de berusting geen sprake kan zijn.

5. Het bestreden arrest oordeelt dat in het schrijven van de raadsman van eiser van 26 maart 2009 uitdrukkelijk wordt verwezen naar een beslissing van de administratie tot berusting:

"De administratie laat mij weten dat zij beslist heeft te berusten in het tussengekomen vonnis.

Mag ik u vragen mij te laten weten op welke rekening u de rechtsplegingsvergoeding van 1.100 EUR kan gestort worden?".(2)

Volgens het bestreden arrest is deze berusting zeer duidelijk en niet voor betwisting vatbaar en was het eiser zelf en niet zijn raadsman die aldus de beslissing tot berusting heeft genomen: "Van het voorleggen van een bijzondere volmacht in het voordeel van de raadsman van eiser is er bijgevolg geen sprake.".(3)

6. Anders dan het bestreden arrest stelt, betreft de brief van de raadsman van eiser van 26 maart 2009 wel degelijk een berusting die door een advocaat in naam van zijn cliënt wordt gedaan.

Hoewel in deze brief uitdrukkelijk wordt verwezen naar een beslissing van de administratie tot berusting, gaat de brief niet uit van eiser zelf, noch werd hij door eiser ondertekend of bekrachtigd.

7. Uw Hof heeft reeds verscheidene malen geoordeeld dat de berusting niet kan worden afgeleid uit briefwisseling van advocaten bij gebrek aan een bijzondere volmacht vanwege de cliënt:

- Een brief van raadsman aan raadsman waarin medegedeeld wordt dat zijn cliënt de gevorderde gerechtskosten op zijn rekening had overgeschreven, dat binnenkort betaling mocht worden verwacht en dat daarmee het dossier afgesloten wordt;(4)

- Een niet-vertrouwelijke brief van haar raadsman: "Mijn cliënte heeft besloten zich neer te leggen bij het arrest van het hof van beroep" en waarin gevraagd wordt naar "de afrekening (van de kosten) ten einde de rekeningen af te sluiten";(5)

- Een brief van raadsman aan raadsman, met mededeling: "Hier ingesloten de door mijn cliënte opgemaakte afrekening en de voor onze cliënten bestemde fiches. Ik hoop dat wij aldus het dossier zullen kunnen afsluiten. Ik houdt het geld te uwer beschikking.";(6)

- Een brief van raadsman aan raadsman, met mededeling: "Ik heb van mijn kliënt, de Heer Galopin, volmacht gekregen U officieel te laten weten dat hij berust in het arrest van het hof van beroep";(7)

- Een brief van raadsman aan raadsman waarbij de tegenpartij uitgenodigd wordt binnen redelijke termijn te betalen en daarbij te laten weten of zij in het arrest berust, en het antwoord van de raadsman van de tegenpartij dat zijn cliënte het arrest aanvaardt en dat het nodige wordt gedaan voor betaling binnen een redelijke termijn (de betaling geschiedde ook werkelijk met cheque)(8).

8. Nu een advocaat namens zijn cliënt niet geldig kan berusten in een rechterlijke beslissing indien hij door hem daartoe niet bijzonder is gemachtigd, heeft het bestreden arrest niet wettig tot het bestaan van een berusting besloten aangezien het bestreden arrest zelf vaststelt dat er van het voorleggen van een bijzondere volmacht in het voordeel van de raadsman van eiseres geen sprake was(9), noch sprake is van een bekrachtiging van die berusting.
Het tweede onderdeel komt mij dan ook gegrond voor.

Besluit: VERNIETIGING.
____________________
(1) Arrest, p. 2, tweede alinea.
(2) Arrest, p. 3, voorlaatste alinea.
(3) Arrest, p. 5, tweede alinea.
(4) Cass. 23 november 1981, AC 1981-1982, 400-401.
(5) Cass. 24 november 1983, AC 1983-1984, 359-363: bij de eigenlijke betaling werd wel vermeld: "onder alle mogelijk voorbehoud, meer bepaald wat cassatie betreft en zonder dat zulks een schulderkenning inhoudt".
(6) Cass. 13 maart 1978, AC 1979-1980, 824-825.
(7) Cass. 5 september 1974, AC 1974-1975, 19-21.
(8) Cass. 18 december 1989, AC 1989-1990, nr. 248, 544.
(9) Arrest, p. 5, tweede alinea.

Noot: 

Vanhove, J., « Kan in een fiscaalrechtelijke uitspraak rechtsgeldig worden berust? », R.A.B.G., 2016/19, p. 1383-1386

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 15/07/2017 - 10:34
Laatst aangepast op: za, 15/07/2017 - 10:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.