-A +A

Stafhouder als onpartijdige rechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 26/01/2017
A.R.: 
D.16.0014.F

De stafhouder, die een klacht heeft ontvangen en onderzocht of ambtshalve of op schriftelijke aangifte door de procureur-generaal een onderzoek heeft ingesteld, handelt als een orgaan van de Orde en is geen gerecht in de zin van artikel 6.1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.

Aangezien de stafhouder geen uitspraak doet over de gegrondheid van de tuchtrechtelijke vervolgingen, is hij, in de regel, niet onderworpen aan de waarborgen van artikel 6.1. van dat verdrag of aan het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid van de rechter; dat is evenwel anders wanneer het eerlijk karakter van het proces ernstig in het gedrang dreigt te komen door de niet-inachtneming van vereisten van voormelde bepaling vóór de aanhangigmaking van de zaak bij de tuchtrechter.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1419
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. D.16.0014.F

Orde van advocaten bij de balie te Bergen en mr. O.H. t/ N.P.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Franstalige en Duitstalige tuchtraad van beroep van advocaten, op 20 april 2016 uitgesproken en op 20 maart 2016 gedagtekend.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Middel

Overeenkomstig art. 459, § 1 Ger.W. neemt de tuchtraad kennis van de tuchtzaken door toedoen van de stafhouder van de betrokken advocaat, nadat de stafhouder, krachtens art. 458, §§ 1 en 2, van dat wetboek, een klacht heeft ontvangen en onderzocht of ambtshalve of op schriftelijke aangifte door de procureur-generaal een onderzoek heeft ingesteld. De stafhouder handelt aldus als een orgaan van de Orde, maar zonder een rechterlijke instantie te zijn in de zin van art. 6.1 EVRM.

Aangezien dat orgaan geen uitspraak doet over de gegrondheid van de tuchtrechtelijke vervolgingen, is het, in de regel, niet onderworpen aan de waarborgen van art. 6.1 van dat verdrag of aan het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid van de rechter.

Dat is evenwel anders wanneer het eerlijk karakter van het proces ernstig in het gedrang dreigt te komen door de niet-naleving van de vereisten van voormelde bepaling vóór de aanhangigmaking van de zaak bij de tuchtrechter.

De bestreden uitspraak, die de tuchtvervolgingen niet-ontvankelijk verklaart op grond dat de stafhouder die ze heeft ingesteld, de zaak niet met de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid kon onderzoeken en dat het onderzoek, bijgevolg, niet voldoet aan de vereisten van art. 6.1 EVRM, zonder te onderzoeken of de niet-naleving van die vereisten het eerlijk karakter van het proces ernstig in gevaar heeft gebracht, schendt die verdragsbepaling.

Het middel is gegrond.

Noot: 

Cass. 17 april 2015, AR D.14.0006.N, AC 2015, nr. 260.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 03/05/2018 - 15:54
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 23:15

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.