-A +A

Spoedeisend karakter bij schorsingsprocedure voor de raad van state vereist inroepen concrete omstandigheden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
zat, 30/09/2017
A.R.: 
238.983

Urgentie voor de Raad van State wordt niet vermoed. ook de aard van een beslissing, zoals de betwisting van een examenuitslag, bewijst op zich geen spoedeisendheid. 

Stellen dat «het dreigend verlies van een schooljaar een nadeel uitmaakt dat binnen een gewone schorsingsprocedure niet tijdig zal kunnen worden gekeerd» en omdat «er via deze normale procedure [lees: gewone schorsingsprocedure] niet op tijd een beslissing kan worden verwacht» is voor de Raad van State onvodoende om het spoedeisend karakter aan te tonen.

Met de loutere stelling dat er met een gewone schorsingsprocedure niet op tijd een beslissing zal volgen, motiveert verzoekende partij niet waarom een beslissing bij een gewone schorsingsprocedure niet op tijd zou zijn. Verzoekende partij herhaalt louter en alleen de voorwaarde, zoals ze in de wet gesteld wordt, maar omschrijft ze wat anders. Inhoudelijk wordt deze voorwaarde niet ingevuld, zodat verzoekende partij niet duidelijk maakt waarom een beslissing via de gewone schorsingsprocedure niet op tijd zou zijn.

De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is of door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit laatste impliceert dat de verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen.

Bij de concrete uitwerking van het begrip «spoedeisendheid» moet een verzoekende partij zich ervoor hoeden dat begrip niet op algemene wijze te omschrijven. Algemene beschouwingen die niet worden ondersteund door concrete elementen, kunnen niet in aanmerking worden genomen. Het bewijs van de spoedeisendheid mag zich niet beperken tot een theoretische uiteenzetting noch tot het louter opsommen van precedenten.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
829
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

M.T. t/ vzw Schoolbestuur DPSA

Arrest nr. 238.983

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 22 augustus 2017, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de «[b]eslissing van 17 augustus 2017 waarbij de interne beroepscommissie beslist om het C-attest te handhaven, zoals ontvangen [...] op 21 augustus 2017».

...

V. Uiterst dringende noodzakelijkheid

Standpunt van de partijen

5. Verzoekster zet hieromtrent het volgende uiteen:

«De bestreden beslissing ontneemt de leerling de mogelijkheid om de normale studieloopbaan voort te zetten in de studierichting van zijn keuze.

«Verzoekers beroepen zich op de vaste rechtspraak van de Raad van State, namelijk dat het dreigend verlies van een schooljaar een nadeel uitmaakt dat binnen een gewone schorsingsprocedure niet tijdig zal kunnen worden gekeerd.

«Het bewijs van de uiterst dringende noodzakelijkheid draagt, voor zover nodig, het bewijs van de spoedeisendheid in zich.

«Gelet op de snelle reactie sinds de kennisname van de beslissing, hebben verzoekers voldoende diligent gehandeld bij het instellen van huidig schorsingsverzoek.

«Huidige zaak is dermate dringend en kan niet met een gewone schorsingsprocedure worden verholpen omdat er via deze normale procedure niet op tijd een beslissing kan worden verwacht.»

6. De verwerende partij stelt daar het volgende tegenover:

«In haar verzoekschrift is verzoekende partij bijzonder summier over de uiterst dringende noodzakelijkheid die nochtans een basisvoorwaarde is om een vordering tot schorsing met uiterst dringende noodzakelijkheid te kunnen instellen.

«Verzoekende partij beperkt zich tot de stelling dat «het dreigend verlies van een schooljaar een nadeel uitmaakt dat binnen een gewone schorsingsprocedure niet tijdig zal kunnen worden gekeerd» en omdat «er via deze normale procedure [lees: gewone schorsingsprocedure] niet op tijd een beslissing kan worden verwacht».

«Met de loutere stelling dat er met een gewone schorsingsprocedure niet op tijd een beslissing zal volgen, motiveert verzoekende partij niet waarom een beslissing bij een gewone schorsingsprocedure niet op tijd zou zijn. Verzoekende partij herhaalt louter en alleen de voorwaarde, zoals ze in de wet gesteld wordt, maar omschrijft ze wat anders. Inhoudelijk wordt deze voorwaarde niet ingevuld, zodat verzoekende partij niet duidelijk maakt waarom een beslissing via de gewone schorsingsprocedure niet op tijd zou zijn.

«Aangezien niet gemotiveerd wordt waarom er sprake is van een uiterst dringende noodzakelijkheid, is aan deze voorwaarde niet voldaan.»

Beoordeling

7. De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is of door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit laatste impliceert dat de verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen.

Bij de concrete uitwerking van het begrip «spoedeisendheid» moet een verzoekende partij zich ervoor hoeden dat begrip niet op algemene wijze te omschrijven. Algemene beschouwingen die niet worden ondersteund door concrete elementen, kunnen niet in aanmerking worden genomen. Het bewijs van de spoedeisendheid mag zich niet beperken tot een theoretische uiteenzetting noch tot het louter opsommen van precedenten.

De verzoekende partij moet dus concreet uiteenzetten waarin haar schade of haar nadeel bestaat evenals de wijze waarop zij wil beletten dat dit nadeel ontstaat. Zij moet niet alleen aannemelijk maken dat zij een nadeel lijdt, zij moet ook uiteenzetten waarom dit dringend moet worden verholpen.

De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.

Hoewel het diligent optreden bij het inleiden van een vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid een noodzakelijke vereiste is, volstaat het enkel voldoen aan deze eis op zich niet.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 14/01/2018 - 09:27
Laatst aangepast op: zo, 14/01/2018 - 09:27

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.