-A +A

Spaghetti-arrest

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 14/10/1996
A.R.: 
P961267F

De onpartijdigheid van de rechter is een fundamentele regel van de rechterlijke inrichting; zij is, samen met het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechters ten aanzien van de andere Machten, de grondslag zelf, niet alleen van de grondwettelijke bepalingen die het bestaan van de rechterlijke macht regelen, maar van elke democratische staat; dat houdt voor de rechtsonderhorigen de waarborg in dat de rechters de wet op een gelijke wijze zullen toepassen.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

HET HOF,

Gelet op het verzoek tot onttrekking en tot verwijzing op grond van gewettigde verdenking en gelet op de memorie van toelichting, die op 26 september en 3 oktober 1996 op de griffie van het Hof zijn ingediend en waarvan een eensluidend verklaarde kopie aan dit arrest is gehecht en waarin verzoeker vraagt dat de "dossiers Sabine DARDENNE, Laetitia DELHEZ, Julie LEJEUNE, Melissa RUSSO, An MARCHAL, Eefje LAMBRECHTS, Bernard WEINSTEIN en alle andere, zoals het dossier van de zwendel in gestolen auto's", die thans ten laste van verzoeker in onderzoek zijn bij de onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte, aan genoemde onderzoeksrechter zouden worden onttrokken en naar een andere onderzoeksrechter zouden worden verwezen;

Overwegende dat verzoeker op grond van in de pers verschenen artikelen tot staving van zijn verzoek onder meer de volgende feiten aanvoert :

1. De plaatselijke afdeling Bertrix van de VZW Marc en Corinne zaterdagavond 21 september 1996 een bijeenkomst met een maaltijd heeft georganiseerd waarop ongeveer 400 personen aanwezig waren en waarvan de opbrengst onder meer moest dienen om de kosten te dekken van de verdediging van Laetitia Delhez; dat deze laatste, Sabine Dardenne en hun ouders waren uitgenodigd.
2. Onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte was bij die gelegenheid de gast van die VZW samen met de procureur des Konings, vervolgende partij;
3. De foto's bij voornoemde artikelen bevestigen hun aanwezigheid aldaar.
4. Aan de onderzoeksrechter is een geschenk overhandigd.
Overwegende dat de onpartijdigheid van de rechter een fundamentele regel is van de rechterlijke inrichting; dat zij samen met het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechters ten aanzien van de andere Machten de grondslag zelf is, niet alleen van de grondwettelijke bepalingen die het bestaan van de rechterlijke macht regelen, maar van elke democratische Staat; dat zulks voor de rechtsonderhorigen de waarborg inhoudt dat de rechters de wet op een gelijke wijze zullen toepassen;

Overwegende dat de onpartijdigheid van de onderzoeksrechter dwingend vereist dat hij volledig onafhankelijk staat tegenover de partijen, zodat hij niet de schijn van partijdigheid kan wekken bij het onderzoek van de feiten à charge of à décharge;

Dat de onderzoeksrechter nooit ophoudt een rechter te zijn die geen schijn van partijdigheid mag wekken bij de partijen of bij de publieke opinie; dat geen enkele omstandigheid, hoe uitzonderlijk ook, hem van die verplichting ontslaat;

Overwegende dat het Hof oordeelt of de gronden die worden aangevoerd tot staving van het verzoek tot verwijzing op grond van gewettigde verdenking terzake dienend zijn, met inachtneming van voormelde beginselen en van de wetsbepalingen waarin ze zijn neergelegd;

Overwegende dat aldus uit het onderling verband tussen artikel 828 van het GerW., dat de wrakingsgronden opsomt, en artikel 542 van het Wetboek van Strafvordering m.b.t. de verwijzing van een zaak van de ene rechtbank naar een andere op grond van gewettigde verdenking, volgt dat de onderzoeksrechter die door een partij op haar kosten is ontvangen of van haar geschenken heeft aangenomen en aldus zijn sympathie voor die partij heeft geuit, in de onmogelijkheid verkeert haar zaak te behandelen, zonder bij de andere partijen, meer bepaald de verdachten, en bij derden verdenking te wekken aangaande zijn geschiktheid om zijn opdracht op een objectieve en onpartijdige wijze te vervullen;

Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, meer bepaald uit de verslagen die de procureur des Konings te Neufchâteau gericht heeft aan de procureur-generaal bij het Hof van Beroep te Luik en die de procureur-generaal bij het Hof gevoegd heeft bij het dossier, blijkt dat de hierboven vermelde feiten bewezen zijn en terzake dienend zijn, en dat bovendien de onderzoeksrechter Connerotte akte had verleend aan de VZW Marc en Corinne van haar stelling als burgerlijke partij tegen verzoeker;

Overwegende dat de dossiers betreffende voornoemde verzoeker terstond dienen onttrokken te worden aan die onderzoeksrechter;
Overwegende bovendien dat, gelet op de noodzaak om het onderzoek onverwijld verder te zetten en gelet op de omvang van de middelen die de onderzoekers ter plaatse hebben ingezet, de verwijzing van de zaak naar een onderzoeksrechter van hetzelfde arrondissement geboden is;

Dat het aan de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Neufchâteau staat om, overeenkomstig artikel 80, eerste lid, van het GerW., een werkend rechter aan te wijzen ter vervanging van de door de Koning aangewezen en voortaan verhinderde onderzoeksrechter;

OM DIE REDENEN,
Onttrekt de tegen verzoeker aangelegde dossiers 86/96 (Dutroux en Nihoul) en 87/96 ("zwendel" in auto's), alsook ieder dossier dat wegens samenhang bij voornoemde dossiers gevoegd is, aan de onderzoeksrechter Connerotte,
Beveelt de verwijzing van die dossiers naar een andere onderzoeksrechter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Neufchâteau.

lees dit arrest op juridat

Noot: 


Rechtsleer: 

 
• F. KUTY, L’impartialité du juge en procédure pénale, Brussel, Larcier, 2005, 45 e.v. en 255 e.v.;

• L. HUYBRECHTS, “Commentaar bij artikel 292, 2 de lid Ger.W.”, Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Antwerpen, Kluwer.

• R. VERSTRAETE, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 1999, nr. 592.

• R. DECLERCQ, Beginselen van de strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 962, met verwijzing naar de rechtspraak.

• Voor een exhaustief overzicht, zie F. KUTY, o.c., 596-612

• B. ALLEMEERSCH, “Het verbod voor een rechter om tweemaal kennis te nemen van dezelfde zaak” (noot onder Cass. 10 april 2003), P&B 2003, 202. Dit betrof een bespreking van art. 292, 2
de lid Ger.W.

Rechtspraak:

• Cass. 12 december 1986, Arr.Cass. 1986-87, 497, Pas. 1987, I, p. 460;
• Cass. 8 februari 1977, Arr.Cass. 1977, 645;
• Cass. 15 april 1980, Arr.Cass. 1980, 1012. 135.
• Cass. 2 oktober 1985, Arr.Cass. 1985-86, 107;
• Cass. 4 april 1980, Juridat;
• Cass. 19 januari 1982, RW 1982-83, 1409.
• Cass. 29 mei 1985, Arr.Cass. 1984-85, nr. 592
• Cass. 11 februari 2004, RDPC 2004, 848;
• Cass. 20 februari 2001, Arr.Cass. 2001, nr. 106;
• Cass. 24 oktober 2000, Arr.Cass. 2000, nr. 573

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 20/05/2011 - 00:28
Laatst aangepast op: zo, 22/03/2015 - 17:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.