-A +A

Snelheidsovertreding vastgesteld met onbemand toestel-Trajectcontrole-Gemiddelde snelheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 09/01/2018
A.R.: 
P. 17.1016.N

Bij de beoordeling van een overtreding op artikel 11.1 wegverkeersreglement en artikel 29, § 3 wegverkeerswet, die is gesteund op een met een onbemand automatisch werkend toestel verrichte meting met trajectcontrole, kan de rechter voor zover hij geheel of gedeeltelijk ratione loci bevoegd is voor het gemeten traject, rekening houden met de gemeten gemiddelde snelheid. Uit een dergelijke meting volgt immers dat de overtreder zonder twijfel op enig ogenblik tijdens het traject minstens aan die snelheid heeft gereden, zodat dit toelaat zonder miskenning van het legaliteitsbeginsel de overtreding op de vermelde bepalingen te beoordelen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2018/6
Pagina: 
533
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(S.L.M.D.M. - Rolnr.: P. 17.1016.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 15 september 2017.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer P. Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal L. Decreus heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Middel in zijn geheel
1. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en miskenning van het legaliteitsbeginsel: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat er precies wordt aangegeven hoe en wanneer er te snel werd gereden en antwoordt niet op de door de eiseres aangevoerde argumentatie dat een loutere wiskundige deductie van een gemiddelde snelheid nooit precies kan aanduiden waar er precies te snel werd gereden; gemiddeld te snel rijden is geen misdrijf.

Het tweede onderdeel voert miskenning aan van de bewijskracht van een proces-verbaal: in de mate het bestreden vonnis oordeelt dat uit de trajectcontrole met loutere berekening van een gemiddelde snelheid kan worden besloten dat die precies aangeeft hoe snel er werd gereden en op welke plaats, miskent het de bewijskracht van het proces-verbaal dat enkel melding maakt van een gemiddelde snelheid.

2. Bij de beoordeling van een overtreding op artikel 11.1 wegverkeersreglement en artikel 29, § 3 wegverkeerswet, die is gesteund op een met een onbemand automatisch werkend toestel verrichte meting met trajectcontrole, kan de rechter voor zover hij geheel of gedeeltelijk ratione loci bevoegd is voor het gemeten traject, rekening houden met de gemeten gemiddelde snelheid. Uit een dergelijke meting volgt immers dat de overtreder zonder twijfel op enig ogenblik tijdens het traject minstens aan die snelheid heeft gereden, zodat dit toelaat zonder miskenning van het legaliteitsbeginsel de overtreding op de vermelde bepalingen te beoordelen.

In zoverre het middel in zijn beide onderdelen uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Ambtshalve onderzoek
4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 61,11 EUR.

Noot: 

De Roy, C., « Inzake snelheidsinbreuken vastgesteld via trajectcontrole en het meten van een gemiddelde snelheid », R.A.B.G., 2018/6, p. 535-537

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 10/05/2018 - 22:39
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 22:44

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.