-A +A

Smaad aan vrouwelijke politieagente seksismewet

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Correctionele Rechtbank
Plaats van uitspraak: Brussel
Datum van de uitspraak: 
woe, 08/11/2017

De uitlating aan een vrouwelijke politie-inspecteur, met aanspreking “vuile hoer” is in strijd met de seksismewet. Deze uitlating naar aanleiding van een politiecontrole is smaad en weerspannigheid.

Overigens uitlatingen op neerbuigende toon aanmanen om een ander beroep te zoeken dat wel gepast is voor vrouwen, verzoeken en uitlatingen tegen vrouwen om hun mond te houden, zelfs onder abstractie van de melding 'vuile hoer' vormen een inbreuk op de wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte.

 

 

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
900
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

De Procureur des Konings bij het parket Halle-Vilvoorde, in naam van zijn ambt

tegen:

X.[ ... J Beklaagde

1. TENLASTELEGGINGEN

[ ... ]

A.

bij inbreuk op artikel 2 en 3 van de wet van 22 mei 2014 ter bestrijding van seksisme in de openbare ruimte en tot aanpassing van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie teneinde de daad van discriminatie te bestraffen, een gebaar of handeling gesteld te hebben die, in de in artikel 444 van het Strafwetboek bedoelde omstandigheden, klaarblijkelijk bedoeld is om minachting uit te drukken jegens een persoon wegens zijn geslacht, of deze, om dezelfde reden, als minderwaardig te beschouwen of te reduceren tot diens geslachtelijke dimensie, en die een ernstige aantasting van de waardigheid van deze persoon ten gevolge heeft, namelijk door

inspecteur van de politiezone Zaventem A. tijdens een interventie in de publieke ruimte, op zeer neerbuigende toon aan te manen om een ander beroep te zoeken dat wel gepast is voor vrouwen, en om haar mond te houden aangezien hij niet met vrouwen wil praten, dit op een ogenblik dat er veel personen getuige zijn van deze uitlatingen, zodat zij een ernstige aantasting van haar waardigheid als persoon en als gezagsdrager ten gevolge hebben,

B.

bij inbreuk op artikel 275 lid 1 Strafwetboek, officieren van de openbare macht in actieve dienst, met name inspecteurs van de politiezone Zaventem, A. en B., in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening, te hebben gesmaad door daden, woorden, gebaren of bedreigingen, namelijk door hen te beledigen met uitdrukkingen zoals espèce de merde, sale flic de merde, sale pute en sales racistes,

C.

bij inbreuk op artikel 269,271 en 483 Strafwetboek, een aanval te hebben gepleegd of zich met geweld of bedreiging te hebben verzet tegen een ministerieel ambtenaar, een veld- of boswachter, een drager of agent van de openbare macht, een persoon aangesteld om taksen en belastingen te innen, een brenger van dwangbevelen, een aangestelde van de douane, een gerechtelijk bewaarder, een officier of agent van de administratieve of de gerechtelijke politie, te weten tegen inspecteurs van de politiezone Zaventem, A. en B., wanneer die handelden ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen,

namelijk door zich te verzetten tegen een controle naar aanleiding van verkeersinbreuken, waarbij hij zich fysiek en verbaal bedreigend gedraagt,

D.

bij inbreuk op artikel 330 Strafwetboek, mondeling, onder een bevel of onder een voorwaarde, de genaamde A. en B. te hebben bedreigd met een aanslag op personen of eigendommen, waarop gevangenisstraf van ten minste drie maanden gesteld is,

namelijk door hen te bedreigen dat als ze hem zouden aanraken, hij op hun gezicht zou slaan.

2. PROCEDURE

[ ... ]

3. BESCHRIJVING VAN HET STRAFONDERZOEK

1. Op 6 juni 2016 merken twee politie-inspecteurs, A. en B., op dat[ ... ] meerdere verkeersinbreuken pleegt. Hij negeert een rood voetgangerslicht en brengt andere weggebruikers in gevaar. Ze schakelen de blauwe lampen en hun geluidstoestel in teneinde hem te stoppen. Hij geeft er evenwel geen gevolg aan. Ook wanneer hij toegesproken wordt middels de luidsprekers van het politievoertuig, wandelt hij verder. Een vrouw wijst beklaagde op de aanwezigheid van de politie, maar hij blijft zijn eigen weg gaan.

Aangezien het kermis en jaarmarkt is, zijn er veel voetgangers en moet de politie te voet de achtervolging inzetten. Ze kruisen de vrouw die beklaagde aansprak. Ze stelt dat ze hem erop wees dat hij naar de politie diende te gaan, waarop hij zou gereageerd hebben "dat ze mijn kloten kussen".

Wanneer ze [ ... ] interpelleren, deelt die mee dat er iemand op hem aan het wachten is en dat hij gehaast is. Op de vraag of hij zijn identiteitskaart bijheeft, geeft hij meteen aan dat hij die niet bijheeft, daarna wordt hij meer geagiteerd en korter van stof. Hij overhandigt zijn rijbewijs ter identificatie. Wanneer A. zijn gegevens wenst te noteren, wordt hij kwaad, waarna hij overschakelt op de Franse taal en eist in het Frans te worden aangesproken.

[ ... ] neemt een agressieve houding aan en komt bijna neus aan neus met A. B. duwt hem met de hand achteruit waarop hij roept "neme touche pas, espèce de merde" ("raak me niet aan, stuk stront"). Vanaf dan is hij voor geen rede meer vatbaar. Hij herhaalt steeds dat hij de inspecteurs niet verstaat en dat ze hem moeten respecteren. Hij grist het rijbewijs uit handen van B., stelt zich uitdagend op en roept dat ze het rijbewijs maar moeten komen halen, waarbij hij zegt: "sale flic de merde. Si tu me touches, je casse ta gueule" ("vuile strontflik, als je me aanraakt, geef ik u op uw kop"). Hij blijft verder uitdagen.

Plots richt hij zich tot inspecteur A. op een neerbuigende toon. Hij zegt dat ze een job moet zoeken die geschikt is voor vrouwen, zoals bankbediende. De inspecteurs wijzen hem op de beleefdheidsen omgangsregels, waarop hij tegen inspecteur A. zegt dat ze moet ophoepelen, dat hij niet met vrouwen spreekt en dat ze moet zwijgen, de vuile hoer.

Vervolgens roept beklaagde tegen de inspecteurs dat ze hem discrimineren wegens zijn huidskleur [hij heeft een bruine huidskleur]. Hij noemt hen vuile racisten.

Gevraagd naar de reden van zijn onbeschoft gedrag, geeft beklaagde aan dat de inspecteurs hem onbeleefd en agressief behandelen.

Als omgevingsfactor wijzen de verbalisanten op de plaats van het gebeuren: jaarmarkt en kermis met tientallen passanten die de scheldtirades horen.

2. Beklaagde wordt in het Frans verhoord op 22 november 2016. Hij stelt dat hij zich in het Frans wenst uit te drukken en kiest voor het Frans als taal van de procedure.

Hij bevestigt dat hij op de betrokken dag werd gecontroleerd maar ontkent de beschuldigingen. Wel heeft hij zijn rijbewijs gerecupereerd op de genoemde wijze omdat hij niet akkoord was met de manier van werken van de inspecteurs. Op de vraag of hij in het algemeen problemen heeft met vrouwen antwoordt hij: misschien, dat hangt af van de situatie.

4. BEOORDELING

A. Gegrondheid tenlasteleggingen

1. Tenlasteleggingen A, B en D worden bewezen door de duidelijke vaststellingen van de verbalisanten. Er is geen reden om aan de waarachtigheid van die vaststellingen te twijfelen.

Het verhoor van beklaagde toont aan dat hij moeilijkheden in zijn omgang met personen soms toeschrijft aan het vrouwelijke geslacht van die persoon en vormt aldus een bevestiging voor een deel van de vaststellingen.

2. Overeenkomstig artikel 269 van het Strafwetboek is er slechts sprake van weerspannigheid indien er sprake is van een aanval of een verzet met geweld of bedreiging. Er moet met andere woorden bewezen worden dat er ofwel een aanval was, ofwel een verzet dat gepaard ging met een bedreiging of een vorm van geweld. Zich onvolgzaam opstellen kan niet gelijkgeschakeld worden met het bieden van een bedreigend of gewelddadig verzet. Ongehoorzaamheid is niet hetzelfde als weerspannigheid.

3. De voorliggende gegevens laten niet toe te besluiten dat beklaagde de politieagenten heeft aangevallen.

Beklaagde heeft zich aanvankelijk verzet tegen een controle, door de politionele interventie te negeren en zijn weg verder te zetten. Dat verzet ging evenwel niet gepaard met bedreiging of geweldpleging. Op het moment dat beklaagde staande werd gehouden, heeft hij na enkele ogenblikken een bedreigende en denigrerende houding aangenomen. In wezen heeft hij evenwel het voorwerp van de politionele controle - zijn identificatie - niet verhinderd nu hij zijn rijbewijs zonder morren overhandigde en op basis daarvan de identificatie kon gebeuren. Het is pas nadat de politie haar doelstelling van identificatie had bereikt dat er zich een echte escalatie met bedreigingen heeft ontwikkeld. Op dat moment oefenden de politie-agenten evenwel geen politionele maatregelen meer uit maar ging het om een ontaarde communicatie.

Op basis van het geschetste verloop, moet bijgevolg besloten worden dat er geen moment was waarop er een aanval was, noch een moment waarop een verzet tegen-politioneel optreden én geweld of bedreiging samen voorkwamen.

Bijgevolg is er geen ogenblik geweest waarop alle constitutieve bestanddelen van weerspannigheid verenigd waren. Tenlastelegging C is niet bewezen.

B. Straftoemeting

1. Het Openbaar Ministerie vordert een gevangenisstraf van zes maanden met uitstel en een geldboete van€ 100,00.

2. Inzake de straftoemeting houdt de rechtbank - voor zover de voorliggende gegevens dat mogelijk maken - onder andere rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke levensomstandigheden, de leeftijd en het strafrechtelijk verleden van de beklaagde, evenals met de context waarin de feiten werden gepleegd.

3. De feiten zijn verenigd door een eenheid van opzet en moeten met één straf worden beteugeld overeenkomstig artikel 65, eerste lid, van het Strafwetboek.

4. De feiten getuigen van een totaal gebrek aan respect voor de door de wet gestelde grenzen, het gezag van de politionele overheden en voor mensen die hun professionele en maatschappelijke taak ter harte nemen. Beklaagde waant zichzelf op een voetstuk en geeft blijk van verregaand asociaal gedrag. Beklaagde heeft ondanks zijn jeugdige leeftijd al zes strafrechtelijke veroordelingen opgestapeld, wat zijn negatieve ingesteldheid onderstreept.

5. Een gevangenisstraf is, rekening houdend met de aard van de feiten en leeftijd van beklaagde, disproportioneel nadelig voor beklaagde. Niettemin is een strenge terechtwijzing een absolute noodzaak om beklaagde eindelijk tot verantwoordelijkheidszin te brengen. De hieronder bepaalde geldboete vormt een noodzakelijke en gepaste maatschappelijke reactie.

[ ... ]

6. UITSPRAAK

De rechtbank beslist bij verstek.

Op strafgebied

Spreekt de heer[ ... ] voor tenlastelegging C VRIJ.

Veroordeelt de heer [ ... ], voor tenlasteleggingen A, B, en D vermengd tot:

een geldboete van€ 500,00, te verhogen met de wettelijke opdecimes tot€ 3.000,00, bij niet-betaling binnen de wettelijke termijn vervangbaar door een gevangenisstraf van één maand.

[ ... ]

Noot: 

Paul Borghs , Smaad en seksisme tegenover ordehandhavers, NJW 2017, 900

Alain DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, 95-96

Rechtspraak:

• Corr. Dinant 16 januari 2014, www.unia.be;

• Corr. Dendermonde 28 juni 2016, www.unia.be;

• Corr. Eupen 15 mei 2017, www.unia.be

• Corr. Gent 7 november 2017, www.unia.be

• Corr. Dendermonde 16 februari 2015, www.unia.be

• GwH 25 mei 2016 nr. 2016/72, NjW 2016, afl. 353, 910

• Jogchum VRIELINK en Silvia VAN DYCK, "Seksismeverbod in de Strafwet", NjW 2015, 770-793 en 834-843

• Corr. Dendermonde 16 november 2011 en 16 september 2013, www.unia.be

• Corr. Mechelen 5 december 2013, Corr. Dinant 16 januari 2014 en Corr. Dendermonde 28 juni 2016, www.unia.be).

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 22/05/2018 - 16:38
Laatst aangepast op: vr, 15/06/2018 - 23:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.