-A +A

Schriftelijk getuigenbewijs niet in strafzaken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 02/04/2014
A.R.: 
P.13.1893.F

De artikelen 961/1, 961/2 en 961/3, van het Gerechtelijk Wetboek, die betrekking hebben op de overlegging van schriftelijke verklaringen in het kader van een onderzoek waartoe de burgerlijke rechter machtiging heeft verleend, zijn niet van toepassing op strafzaken.

Bij artikel 961/1 Ger.W. wordt voorgeschreven:

“Zo het getuigenbewijs toelaatbaar is, mag de rechter van derden verklaringen in schriftelijke vorm aannemen die hem inzicht kunnen verschaffen in de betwiste feiten waarvan zij persoonlijk weet hebben.”

Art. 961/2 stelt:

" De schriftelijke verklaringen worden door de partijen of op verzoek van de rechter overgelegd. De rechter bezorgt aan de partijen deze verklaringen die hem rechtstreeks worden toegezonden.

De schriftelijke verklaringen moeten worden opgesteld door personen die aan de vereiste voorwaarden voldoen om als getuige te worden gehoord.

De schriftelijke verklaring bevat het relaas van de feiten waarbij de opsteller ervan aanwezig was of die hij zelf heeft vastgesteld.

De schriftelijke verklaring vermeldt de naam, de voornamen, de geboortedatum en -plaats, de woonplaats en het beroep van de opsteller ervan alsook, zo nodig, diens graad van bloed- of aanverwantschap met de partijen, of er sprake is van ondergeschiktheid tegenover de partijen, of ze samenwerken dan wel of ze gemeenschappelijke belangen hebben.

De schriftelijke verklaring vermeldt voorts dat ze is opgesteld voor overlegging aan de rechtbank en dat de opsteller ervan weet heeft van het feit dat hij zich door een valse verklaring aan straffen blootstelt.

De schriftelijke verklaring wordt geschreven, gedagtekend en door de opsteller ervan ondertekend. Hij moet daaraan als bijlage het origineel of een fotokopie toevoegen van elk officieel document dat zijn identiteit aantoont en waarop zijn handtekening voorkomt."

Art. 961/3 stelt:

" De rechter kan van de opsteller van de schriftelijke verklaring te allen tijde een verhoor afnemen."

Alvorens nader te oordelen kan de rechter bij toepassing van deze wetsbepaling, een partij verzoeken over te gaan tot overlegging van een schriftelijke verklaring conform de voorschriften van artikel 961/2 Ger.W. omtrent door de rechtbank bepaalde feitelijke concreet gestelde vragen in een tussenvonnis.

Publicatie
tijdschrift: 
Juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. P.13.1893.F
C. D.,
tegen
1. A. T., en
2. A. R.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 16 oktober 2013.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de veroordelende beslissing op de strafvordering tegen de eiseres
(...)

Derde middel

Het middel verwijt het arrest dat het de schuldigverklaring van de eiseres grondt op schriftelijke verklaringen die niet beantwoorden aan de artikelen 961/1, 961/2 en 961/3, Gerechtelijk Wetboek.

Die artikelen, die betrekking hebben op de overlegging van schriftelijke verkla-ringen in het kader van een onderzoek waartoe de burgerlijke rechter machtiging heeft verleend, zijn niet van toepassing op strafzaken.

Het middel faalt in zoverre naar recht.

Het middel, dat voor het overige de bewijswaardering door de strafrechter betwist, ofschoon die van feitelijke aard is, is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.
(...)

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel,  en in openbare terechtzitting van 2 april 2014 uitgesproken

 

Noot: 

Clijmans, N., « De schriftelijke getuigenverklaring van artikel 961/1-3 Ger.W. creatief toegepast in combinatie met de artikelen 877 et seq. Ger.W. », R.A.B.G., 2016/17-18, p. 1298-1302

Rechtsleer:

•  A. Hoc, “Les attestations écrites dans le Code judiciaire”, JT 2013, 277-281;

• D. Mougenot en A. Hoc, “Les attestations écrites” in R. Rutten en B. Vanlerberghe (eds.), Het bewijs in het burgerlijk proces, Brugge, die Keure, 2015, 99-113;

• D. Mougenot, “L'administration de la preuve et les mesures d'instruction” in Actualités en droit judiciaire, CUP, vol. 145, Brussel, Larcier, 2013, (303) 322 et seq.;

• I. Samoy en W. Vandenbussche “Schriftelijk en getuigenbewijs. Wanneer niets is wat het lijkt. Over schriftelijk bewijs, bewijsovereenkomsten en de nieuwe wetgeving inzake de schriftelijke getuigenverklaring” in X, Bewijsrecht [Vormingsprogramma 2012-2013], Reeks Permanente Vorming Orde van Advocaten Kortrijk, Gent, Larcier, 2014, (195) 252-262;

• S. Sobrie, “Stand van zaken en recente ontwikkelingen inzake vrijwillige verschijning, getuigenverklaring, ingereedheidbrenging en andere hete hangijzers van het burgerlijk procesrecht” in P. Van Orshoven en B. Allemeersch (eds.), Themis 2013, Gerechtelijk recht, Brugge, die Keure, 1-38: O. Vanden Berghe, “Wet van 16 juli 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op een vereenvoudiging van de regels van de burgerlijke rechtspleging”, TBH 2012, 935

• B. Samyn, “Schriftelijke verklaring van derden als nieuwe onderzoeksmaatregel”, Juristenkrant 2012, afl. 256, 17;

• D. Mougenot, “La loi du 16 juillet 2012 modifiant le Code civil et le Code judiciaire en vue de simplifier les règles qui gouvernent le procès civil”, JT 2012, afl. 6490, nr. 10.

• D. Mougenot en A. Hoc, “Les attestations écrites” in R. Rutten en B. Vanlerberghe (eds.), Het bewijs in het burgerlijk proces, Brugge, die Keure, 2015, 99-113.

Rechtspraak:

• Arbh. Brussel 18 november 2014, Soc.Kron. 2015, 6

• Antwerpen 14 februari 2005, TBBR 2007, 390.

• Cass.1 februari 1990, Arr.Cass. 1989-90, 718.

• Rb. Leuven 22 mei 2013, nr. 13/3656, waarnaar verwezen in E. Verjans, “Humo mag Van Den Driessche vergelijken met DSK”, Juristenkrant 2013, afl. 272, 16 (aanvaard);

• Brussel 30 november 2012, 2012/AR/2327, waarnaar verwezen in B. Allemeersch, I. Samoy en W. Vandenbussche, “Overzicht van rechtspraak. Het burgerlijk bewijsrecht”, TPR 2015, afl. 2, (597) 838.

• Rb. Antwerpen 17 juni 2013, RW 2014-15, 31, waarnaar verwezen in B. Allemeersch, I. Samoy en W. Vandenbussche, “Overzicht van rechtspraak. Het burgerlijk bewijsrecht”, TPR 2015, afl. 2, (597) 832.

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 14/07/2017 - 09:38
Laatst aangepast op: ma, 17/07/2017 - 10:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.