-A +A

Schorsingsprocedure-Raad van State-Spoedeisendheid-Vereiste zelf diligent op te tredenOnherroepelijke schade

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
don, 16/03/2017
A.R.: 
237.689

In het kader van de gewone schorsingsvordering geldt er in beginsel geen dwingende voorwaarde om diligent en voortvarend op te treden, zoals bij een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De regelgeving laat toe dat de schorsing «op elk moment» wordt gevorderd (art. 17, § 1, tweede lid RvS-Wet).

Dit betekent echter niet dat het talmen van een verzoekende partij om in rechte te treden, als proceshouding steeds zonder invloed blijft op de beoordeling van de spoedeisendheid. Een schorsing heeft immers enkel voor de toekomst uitwerking.

 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
24
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

L.L. t/ Vzw S.-M.

Arrest nr. 237.689

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 10 november 2016, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van het instituut S. van 13 september 2016 om het aan L.L. toegekende oriënteringsattest B te handhaven.

...

V. Spoedeisendheid

...

Beoordeling

...

7. In het kader van de gewone schorsingsvordering geldt er in beginsel geen dwingende voorwaarde om diligent en voortvarend op te treden, zoals bij een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De regelgeving laat toe dat de schorsing «op elk moment» wordt gevorderd (art. 17, § 1, tweede lid RvS-Wet).

Dit betekent echter niet dat het talmen van een verzoekende partij om in rechte te treden, als proceshouding steeds zonder invloed blijft op de beoordeling van de spoedeisendheid. Een schorsing heeft immers enkel voor de toekomst uitwerking.

Met het instellen van een vordering tot schorsing streeft een verzoekende partij voorts na zich te behoeden voor schadelijke gevolgen van een bepaalde omvang, waarvoor een later arrest ten gronde niet nuttig meer tussenkomt.

Vereist is dan ook dat op het ogenblik van de uit te spreken schorsing het onherroepelijke schadelijke gevolg nog zinvol kan worden geweerd.

Mede om die reden moet een verzoekende partij die de Raad van State ertoe wil brengen om haar zaak bij voorrang op andere zaken te onderzoeken en om een schorsing te bevelen, bij het benaarstigen ervan zelf ook de nodige zorgvuldigheid en ijver aan de dag leggen om dit schadelijke gevolg nog te kunnen weren. Dit betekent onder meer dat zij, gelet op de omstandigheden, de zaak toch zo spoedig mogelijk bij de Raad van State aanhangig maakt.

...

VI. Ernst van de middelen

...

B. Tweede middel

...

Beoordeling

a) De plicht tot formele motivering

18. Aan de Raad van State is geen algemeen beginsel van behoorlijk bestuur bekend dat de verwerende partij een formele motiveringsplicht oplegt. Net om die reden overigens leggen de regelgevers deze plicht normatief – inzonderheid bij de wet van 29 juli 1991 – aan de besturen op. Voor zover verzoekster de formele motiveringsplicht zoekt in de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, is het middel niet ernstig.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 01/09/2017 - 15:46
Laatst aangepast op: vr, 01/09/2017 - 15:46

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.