-A +A

Schorsing van de voorlopige tenuitvoerlegging door de rechter in beroep

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
don, 14/04/2016

Op grond van art. 1402 Ger.W. kan de rechter in hoger beroep de tenuitvoerlegging van de vonnissen in geen geval verbieden of schorsen, zulks op straffe van nietigheid. Deze bepaling strekt ertoe te verhinderen dat de appelrechter de opportuniteit van de in eerste aanleg toegestane voorlopige tenuitvoerlegging opnieuw in vraag stelt. Deze bepaling verhindert evenwel niet dat de appelrechter de beroepen beslissing inzake de voorlopige tenuitvoerlegging tenietdoet indien zij niet op regelmatige wijze is tot stand gekomen.

Op het algemeen verbod van art. 1402 Ger.W. kan aldus een uitzondering gemaakt worden in een beperkt aantal gevallen wanneer de bestreden beslissing het procesrecht schendt. De voorlopige tenuitvoerlegging kan met name ongedaan worden gemaakt

a) wanneer de wet de voorlopige tenuitvoerlegging verbiedt;

b) de rechter uitspraak deed over niet-gevorderde zaken (en er derhalve ultra petita uitspraak werd gedaan of

c) wanneer het recht van verdediging werd geschonden.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1269
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

BVBA K. t/ BVBA B.

...

Over het verzoek tot schorsing van de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis a quo

5. Geïntimeerde verwijst ten onrechte naar de nieuwe versie van art. 1397 Ger.W., krachtens dewelke eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad zijn, zulks niet tegenstaande hoger beroep (behoudens uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt).

De nieuwe versie van art. 1397 Ger.W. werd slechts ingevoerd bij de wet van 19 oktober 2015 die in werking trad op 1 november 2015. Art. 50, tweede lid van deze wet voorziet in een overgangsbepaling, waardoor de nieuwe versie van art. 1397 Ger.W. slechts van toepassing is op zaken die (in eerste aanleg) aanhangig zijn gemaakt vanaf 1 november 2015. In casu werd de zaak in eerste aanleg reeds aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 29 september 2014. De nieuwe wet is bijgevolg niet van toepassing.

6. Op grond van art. 1402 Ger.W. kan de rechter in hoger beroep de tenuitvoerlegging van de vonnissen in geen geval verbieden of schorsen, zulks op straffe van nietigheid. Deze bepaling strekt ertoe te verhinderen dat de appelrechter de opportuniteit van de in eerste aanleg toegestane voorlopige tenuitvoerlegging opnieuw in vraag stelt. Deze bepaling verhindert evenwel niet dat de appelrechter de beroepen beslissing inzake de voorlopige tenuitvoerlegging tenietdoet indien zij niet op regelmatige wijze is tot stand gekomen.

Op het algemeen verbod van art. 1402 Ger.W. kan aldus een uitzondering gemaakt worden in een beperkt aantal gevallen wanneer de bestreden beslissing het procesrecht schendt. De voorlopige tenuitvoerlegging kan met name ongedaan worden gemaakt a) wanneer de wet de voorlopige tenuitvoerlegging verbiedt; b) de rechter uitspraak deed over niet-gevorderde zaken (en er derhalve ultra petita uitspraak werd gedaan of c) wanneer het recht van verdediging werd geschonden.

7. Appellante vordert de schorsing van de tenuitvoerlegging om de volgende redenen:

– de uitvoerbaarheid bij voorraad werd in het beschikkend gedeelte van de conclusies van geïntimeerde enkel bij wijze van stijlclausule gevraagd, maar op geen enkele wijze gemotiveerd;

– het recht van verdediging van appellante werd geschonden, aangezien appellante nooit de conclusies van geïntimeerde heeft ontvangen. A fortiori heeft appellante geen kennis gekregen van de uitbreiding van de vordering.

8. Geïntimeerde heeft de voorlopige tenuitvoerlegging gevorderd, zowel in de inleidende dagvaarding als in haar conclusies neergelegd op 15 juli 2015.

De beslissing tot uitvoerbaarverklaring dient in beginsel niet uitdrukkelijk gemotiveerd te worden, aangezien de beslissing hiertoe geschraagd wordt door de motieven van het vonnis. Enkel wanneer de opportuniteit van de gevraagde uitvoerbaarverklaring uitdrukkelijk betwist wordt (wat in casu niet het geval was), dient de rechter de gevraagde uitvoerbaarheid expliciet te motiveren.

9. Daarentegen werd het recht van verdediging van appellante geschonden.

Geïntimeerde toont niet aan dat zij haar conclusies, neergelegd op 15 juli 2015, waarin overigens tevens een eisuitbreiding werd gedaan voor tergend en roekeloos verweer van 2.500 euro, aan appellante heeft bezorgd. Het enkele feit dat de raadsman van geïntimeerde per aangetekende brief van 3 november 2014 de stukken aan appellante heeft bezorgd, volstaat niet.

Krachtens art. 745 Ger.W. worden alle conclusies aan de tegenpartij of aan haar advocaat gezonden tezelfdertijd als zij ter griffie worden neergelegd.

Aangezien appellante niet over een advocaat beschikte, diende geïntimeerde de conclusies aan appellante zelf te zenden. Zij toont niet aan dit gedaan te hebben. Om zich effectief te kunnen verdedigen, moeten partijen immers kennis kunnen nemen van de inhoud van de conclusie die hun tegenpartij heeft neergelegd.

Geïntimeerde beroept zich op art. 746 Ger.W., waarin bepaald wordt dat de neerlegging van de conclusie ter griffie als betekening geldt. De omstandigheid dat de neerlegging van conclusies ter griffie als betekening geldt, houdt niet in dat door de neerlegging de conclusies geacht worden aan de tegenpartij te zijn medegedeeld. Bij gebrek aan mededeling van de conclusies aan appellante, werd het recht van verdediging van appellante geschonden.

Om die reden wordt de voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis a quo geschorst.

Noot: 

Lauranne Claus, De schorsing van de voorlopige tenuitvoerlegging: weldra niet meer dan een vage herinnering? (vergelijking oude regeling voor ¨Potpourri I en de nieuwe regeling van vandaag), RW 2017-2018, 1269

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 01/04/2018 - 15:03
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:29

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.