-A +A

Schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbare titel door beslagrechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
din, 16/05/2017
A.R.: 
17/419/A

Het komt de beslagrechter evenwel in principe niet toe om de tenuitvoerlegging van een uitvoerbare titel te schorsen. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan zo'n schorsing worden uitgesproken. Dergelijke omstandigheden zijn

(1) misbruik van beslagrecht waarbij een schorsing van de executie dan kan worden beschouwd als een adequate vorm van herstel van de schade ten gevolge van het misbruik van beslagrecht (zie bvb. beslagrechter Antwerpen, 11 oktober 1984, R.W., 1985-86, 1502),

(2) wanneer er over de draagwijdte van de uitvoerbare titel een ernstige betwisting rijst en er hierdoor onherstelbare schade zou worden veroorzaakt (Beslagrechter Brugge, 11 februari 1991, T. Not., 1992, 366),

(3) wanneer de rechterlijke beslissing waarvan de uitvoering wordt nagestreefd tot stand is gekomen met flagrante miskenning van fundamentele regels van procesvoering (Cass., 1 april 2004, R.W., 2004-05, 1422) en

(4) wanneer de uitvoerbare titel niet langer actueel of doeltreffend is (DIRIX, E. en BROECKX, K., o.c., p. 52 nr. 72).

De wet met betrekking tot de invordering van niet-betwiste geldschulden voorziet uitdrukkelijk in een schorsing van de lopende tenuitvoerlegging van zodra de schuldenaar de betwisting ten gronde heeft ingeleid bij de bevoegde bodemrechter.

De bij wet voorziene schorsing gaat in op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift op tegenspraak strekkende tot de betwisting van de schuld bij de bodemrechter. De wet voorziet uitdrukkelijk in de schorsing van de tenuitvoerlegging, zodat deze niet op vordering van de beslagen schuldenaar kan of mag worden uitgesproken.

Publicatie
tijdschrift: 
P&B
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2017/3
Pagina: 
128
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

( ... )

1. De rechtspleging

1.1. Bij tussenvonnis van 18 april 2017 heeft de beslagrechter ambtshalve het debat heropend teneinde de partijen de gelegenheid te bieden om het uitvoerbaar verklaarde proces-verbaal van niet-betwisting in origineel voor te leggen. De verweerster heeft hiervoor het nodige gedaan. De eiseres heeft geen gevolg gegeven aan de vraag van de beslagrechter.

1 .2. Op de openbare terechtzitting van dinsdag 2 mei 2017 is niemand meer verschenen, waarna de debatten opnieuw werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

ll. Verdere beoordeling

2.1. Uit de door de verweerster voorgelegde bijkomende stukken blijkt dat het proces-verbaal van niet-betwisting door de gerechtsdeurwaarder via de (op initiatief van de Nationale Kamer der Gerechtsdeurwaarders) nieuw ontwikkelde informaticatoepassing werd doorgestuurd om uitvoerbaar te worden verklaard door de bevoegde magistraat. Deze uitvoerbaarverklaring bestaat uit het toevoegen aan het proces-verbaal van het formulier van tenuitvoerlegging. Een uitvoerbaar verklaard proces-verbaal van niet-betwisting is te herkennen aan de digitale stempels met uniek nummer van goedkeuring, linksboven op de eerste bladzijde (in geval van uitvoerbaarverklaring door de magistraat) en rechtsboven op deze zelfde eerste bladzijde in geval het downloaden van de titel door de gerechtsdeurwaarder heeft plaatsgevonden (hetgeen maar één keer mogelijk is).

Het origineel van stuk 11 dat door de verweerster wordt voorgelegd bewijst dat aan al deze voorwaarden voldaan werd.

Deze uitvoerbare titel werd vervolgens aan de eiseres betekend op 9 december 2016 samen met een bevel tot betalen. Omdat aan dit bevel geen gevolg werd gegeven is de verweerster op 19 december 2016 overgegaan tot het doen betekenen van een uitvoerend beslag op roerende goederen.

2.2. Uit dit alles kan worden afgeleid dat de verweerster (en de door haar gemandateerde gerechtsdeurwaarder) aan alle wettelijke voorschriften heeft voldaan om de litigieuze exploten van 9 en 19 december 2016 aan de eiseres te betekenen.

Deze gedwongen tenuitvoerlegging is met andere woorden volkomen regelmatig en rechtmatig verlopen. Er is dan ook geen enkele reden om in te gaan op de vordering van de eiseres waarmee zij de opheffing van de beslagmaatregel nastreeft.

2.3. In ondergeschikte orde vordert de eiseres de schorsing van de lastens haar opgestarte tenuitvoerlegging tot wanneer de bevoegde bodemrechter zich zal hebben uitgesproken over haar bezwaren tegen de gevorderde betalingen.

Het komt de beslagrechter evenwel in principe niet toe om de tenuitvoerlegging van een uitvoerbare titel te schorsen. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan zo'n schorsing worden uitgesproken. Dergelijke omstandigheden zijn (1) misbruik van beslagrecht waarbij een schorsing van de executie dan kan worden beschouwd als een adequate vorm van herstel van de schade ten gevolge van het misbruik van beslagrecht (zie bvb. beslagrechter Antwerpen, 11 oktober 1984, R.W., 1985-86, 1502), (2) wanneer er over de draagwijdte van de uitvoerbare titel een ernstige betwisting rijst en er hierdoor onherstelbare schade zou worden veroorzaakt (Beslagrechter Brugge, 11 februari 1991, T. Not., 1992, 366), (3) wanneer de rechterlijke beslissing waarvan de uitvoering wordt nagestreefd tot stand is gekomen met flagrante miskenning van fundamentele regels van procesvoering (Cass., 1 april 2004, R.W., 2004-05, 1422) en (4) wanneer de uitvoerbare titel niet langer actueel of doeltreffend is (DIRIX, E. en BROECKX, K., o.c., p. 52 nr. 72). Geen van deze situaties doet zich voor zodat de door de eiseres in ondergeschikte orde ingestelde vordering (eveneens) niet kan slagen. Bovendien verliest de eiseres klaarblijkelijk uit het oog dat de nieuwe wetgeving met betrekking tot de invordering van niet-betwiste geldschulden uitdrukkelijk voorziet in een schorsing van de lopende tenuitvoerlegging van zodra de schuldenaar de betwisting ten gronde heeft ingeleid bij de (bevoegde) bodemrechter. De bij wet voorziene schorsing van de tenuitvoerlegging (zie artikel 1394/24, § 3 Ger. W.) is ingegaan op het ogenblik van de neerlegging van het verzoekschrift op tegenspraak (strekkende tot de betwisting van de schuld) bij de bodemrechter. Volgens de stukken van de verweerster is dit op 2 februari 2017 gebeurd. De wet voorziet uitdrukkelijk in deze schorsing van de tenuitvoerlegging zodat dit niet op vordering van de eiseres/beslagen schuldenaar kan/mag worden uitgesproken.

Ook dit onderdeel van de vordering van de eiseres is derhalve ongegrond.

III. Gerechtskosten

3.1. De eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden verwezen in de gerechtskosten (art. 1017, eerste lid Ger. W.).

De gerechtskosten omvatten ondermeer de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 Ger. W. (art. 1018, sub 6° Ger. W.). De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij (art. 1022, eerste lid Ger. W.), in casu de verweerster.

3.2. De vordering van de eiseres, in globo bekeken, is in essentie niet in geld waardeerbaar. Artikel 3 van het K.B. 26 oktober 2007 (tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger. W.) voorziet dienaangaande in een (geïndexeerd) basisbedrag van 1.440,00 euro.

De beslagrechter richt zich naar dit basisbedrag en ziet geen redenen om er van af te wijken, hetgeen overigens door geen van de partijen wordt gevorderd.

IV. Uitvoerbaarheid bij voorraad

4. De vorderingen voor de beslagrechter worden ingeleid en behandeld zoals in kort geding (art. 1395, tweede lid Ger. W.), en de inleiding en de behandeling van de zaken vinden dus plaats volgens de artikelen 1035-1041 Ger. W.

De vonnissen van de beslagrechter zijn derhalve, gelet op artikel 1039 Ger. W., in de regel van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad zodat dit niet uitdrukkelijk meer dient te worden gevraagd door de partijen.

( .. ,)

 

Noot: 

Nieuwe Potpourri wet I

(wet van 19 oktober 2015 houdende wijzigingen van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015) - Wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek

Artikelen 1397 - 1401 en 1495 Gerechtelijk Wetboek Deze worden samen genomen en samen besproken aangezien zij de vereisten van de uitvoerbaarheid bespreken (de verplichting tot betekening), de principiële voorlopige uitvoerbaarheid en de principiële schorsende werking van verzet samen met de mogelijkheden om het recht tot voorlopige tenuitvoerlegging te vragen. Het betreft volledig in nieuwe wetsbepalingen die het bestaande systeem van voor de Potpourri I wet volledig wijzigen.

"HOOFDSTUK III. - Voorlopige tenuitvoerlegging.

Art. 1397. Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt en onverminderd artikel 1414, schorst verzet tegen eindvonnissen daarvan de tenuitvoerlegging.

Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt, onverminderd artikel 1414, zijn de eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad, zulks niettegenstaande hoger beroep en zonder zekerheidsstelling indien de rechter deze niet heeft bevolen.

Art. 1398. De voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis geschiedt alleen op risico van de partij die daartoe last geeft.

Zij geschiedt zonder borgstelling indien de rechter deze niet heeft bevolen en onverminderd de regels inzake kantonnement.

Art. 1398/1. In afwijking van artikel 1397, eerste lid, en behalve specifieke bepalingen schorst verzet tegen het eindvonnis gewezen door de rechter van de familierechtbank de tenuitvoerlegging daarvan niet.

De rechter die zitting houdt in de familierechtbank kan, bij een met bijzondere redenen omklede beslissing, de voorlopige tenuitvoerlegging weigeren indien een van de partijen hem daarom verzoekt.

Art. 1398/2. (Opgeheven)

Art. 1399. Verzet en hoger beroep schorsen de tenuitvoerlegging:

1° van de eindvonnissen inzake de staat van personen;

2° de vonnissen uitgesproken door de rechter van de familierechtbank die zitting neemt in het kader van zaken die worden geacht spoedeisend te zijn of zaken waarvoor de spoedeisendheid wordt aangevoerd in de zin van artikel 1253ter/4, en die betrekking hebben op geschillen inzake formaliteiten betreffende de voltrekking van het huwelijk, de opheffing van het verbod op het huwelijk van minderjarigen en de toestemming daartoe.

De voorlopige tenuitvoerlegging van deze vonnissen kan niet worden toegestaan.

Art. 1400.§ 1. De rechter kan aan de voorlopige tenuitvoerlegging de voorwaarde verbinden dat een zekerheid wordt gesteld, die hij bepaalt en waarvoor hij, zo nodig, de modaliteiten vaststelt.

§ 2. De zekerheid is van rechtswege bevrijd wanneer de consignatie door de veroordeelde partij gedaan is overeenkomstig artikel 1404.

Art. 1401. Indien de eerste rechters de voorlopige tenuitvoerlegging hebben uitgesloten, kan deze altijd worden verzocht bij het hoger beroep.]

Art. 1497. In geval van bewarend beslag, is er geen grond tot nieuw beslag voorafgaand aan de tenuitvoerlegging. Er wordt daartoe, in voorkomend geval, overgegaan door middel van de uitvoerbare titel die de beslaglegger bezit of zal bezitten, en na bevel krachtens die titel.

Wanneer bewarend beslag op onroerend goed of bewarend beslag op zeeschepen en binnenschepen omgezet wordt in uitvoerend beslag, geldt de overschrijving of de inschrijving van het bevel voorafgaand aan de tenuitvoerlegging, voor de toepassing van de hoofdstukken V en VI van deze titel, als overschrijving of inschrijving van het exploot van uitvoerend beslag. Dat bevel moet ten laatste binnen vijftien dagen worden overgeschreven of ingeschreven op het bevoegde hypotheekkantoor en de nauwkeurige aanduiding bevatten van de overschrijving of de inschrijving van het bewarend beslag dat in uitvoerend beslag is omgezet."

Samengevat: zonder voorafgaande betekening van de uitgifte of in uitzonderlijke bijzonder dringende gevallen van de minuut voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging (zoals beschreven in artikel 1386, 1495 en 1041 werd het wetboek) kan niet worden uitgevoerd.

Uitzondering: vonnissen waarbij onderzoek maatregelen worden bevolen (artikel 1496 Gerechtelijk Wetboek) en tenuitvoerlegging van notariële akten vergen geen voorafgaandelijke betekening.

Onmiddellijk na de betekening kan worden overgegaan tot beslag. Er is dus geen wachttermijn. Uitzondering is evenwel de veroordeling bij verstek tot betaling van een geldsom die ten vroegste één maand na de betekening kan worden uitgevoerd.

Elk vonnis, zelfs al is het niet uitvoerbaar niettegenstaande verzet of hoger beroep, geldt als toelating om bewarend beslag te leggen voor de uitgesproken veroordelingen, tenzij anders is beslist (artikel 1414 Ger. W.).

Elk verzet tegen een verstekvonnis schorst de tenuitvoerlegging, tenzij de eisende partij de uitvoering bij voorraad niettegenstaande verzet op een gemotiveerde wijze heeft gevorderd en van de rechter bekomen.

Uitzondering hierop maken de dringende en voorlopige maatregelen uit artikel 1253 ter/4§2 Gerechtelijk Wetboek, alle alimentatievonnissen, alle vonnissen met aangevoerde hoogdringendheid (1253ter/4 §1 Ger.W. En andere niet eenzijdige vorderingen voor de familierechtbank (bijvoorbeeld vereffening-verdeling, vorderingen met betrekking tot schenkingen testament), deze vonnissen uitspraken zijn dus uitvoerbaar niettegenstaande verzet tenzij de rechtbank oordeelde dat het verzet op haar uitspraak geen schorsende werking zou hebben.

De eindvonnissen met betrekking tot de staat van de personen zijn niet van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad (artikel 1399 eerste lid 1° Gerechtelijk Wetboek. Zowel een verzet als een hoger beroep in een zaak met betrekking tot de staat van de personen schorst de uitvoerbaarheid.

In de zaken met betrekking tot de staat van de personen kan de rechter hierop geen uitzondering maken en kan hij ondanks artikel 1399 eerste lid,,1° geen (uitzonderlijke) toelating geven tot voorlopige tenuitvoerlegging. Tussenvonnissen en vonnissen alvorens recht te doen, vonnissen die onderzoeksmaatregelen toelaten of organiseren, vorderingen tot aanstelling van deskundigen, blijven wel uitvoerbaar bij voorraad.

Let wel, alle vonnissen van de familierechtbank zijn uitvoerbaar niettegenstaande verzet. Het verzet tegen een vonnis van de familierechtbank schorst dus niet de tenuitvoerlegging (artikel 1397, eerste lid gelegd). Op deze regel kan de rechter afwijken door de voorlopige tenuitvoerlegging van deze vonnissen te verbieden wanneer verzet wordt aangetekend middels deze beslissing bijzonder gemotiveerd is en indien één van de partijen hem daarom verzoekt

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 25/06/2018 - 17:18
Laatst aangepast op: ma, 25/06/2018 - 17:18

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.