-A +A

Schijnhuwelijk Fraus omnia corrumpit

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 16/12/2016
A.R.: 
C.13.0157.N

Het algemeen rechtsbeginsel ' fraus omnia corrumpit ' staat eraan in de weg dat het bedrog de dader voordeel verschaft.

Uit het algemeen rechtsbeginsel ' fraus omnia corrumpit ' volgt dat het huwelijk met een Belg een noodzakelijke voorwaarde uitmaakt voor de in artikel 16, §2, 1°, WBN bedoelde verklaring van nationaliteitskeuze en dat, wanneer vaststaat dat er ex tunc geen huwelijk is in de zin van artikel 146bis Burgerlijk Wetboek, er ook nooit aan de voorwaarde van artikel 16, §2, 1°, WBN werd voldaan (1). (1) Zie concl. OM.

Publicatie
tijdschrift: 
RW
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
1337
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0157.N
A. A.,
eiser,

tegen
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWER-PEN, met kantoor te 2000 Antwerpen, Waalse Kaai 35A,
verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 28 november 2012.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 16, § 2, 1°, WBN, zoals hier toepasselijk, kan de vreemde-ling, die huwt met een Belg of wiens echtgenoot gedurende het huwelijk de Belgi-sche nationaliteit verkrijgt, door een overeenkomstig artikel 15 afgelegde verkla-ring de staat van Belg verkrijgen indien de echtgenoten gedurende ten minste drie jaar in België samen hebben verbleven en zolang zij in België samenleven.

Krachtens artikel 146bis Burgerlijk Wetboek is er geen huwelijk wanneer, ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, uit een geheel van omstan-digheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet is gericht op het tot stand brengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het verkrijgen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van de gehuwde.

2. Het algemeen rechtsbeginsel "fraus omnia corrumpit" staat eraan in de weg dat het bedrog de dader voordeel verschaft.

3. Hieruit volgt dat het huwelijk met een Belg een noodzakelijke voorwaarde uitmaakt voor de in artikel 16, § 2, 1°, WBN bedoelde verklaring van nationali-teitskeuze en dat, wanneer vaststaat dat er ex tunc geen huwelijk is in de zin van artikel 146bis Burgerlijk Wetboek, er ook nooit aan de voorwaarde van artikel 16, § 2, 1°, WBN werd voldaan.

4. De appelrechters stellen vast dat de eiser op 21 juni 2002 huwde met een Belgische vrouw en op 6 juli 2006 door een verklaring op grond van artikel 16 WBN de Belgische nationaliteit verkreeg.

Zij oordelen dat dit huwelijk manifest een schijnhuwelijk is, aangezien de eiser en zijn Belgische echtgenote "nooit de intentie hebben gehad om een duurzame le-vensgemeenschap tussen hen tot stand te brengen" en het instituut van het huwe-lijk hebben misbruikt om een verblijfsrecht in België te bezorgen aan de eiser en het mogelijk te maken dat de eerste echtgenote van de eiser en hun drie kinderen zich hier zouden kunnen vestigen.

Zij oordelen voorts dat de nietigverklaring van dit huwelijk terugwerkende kracht heeft en moet geacht worden er nooit te zijn geweest, zodat de eiser "aan dat hu-welijk geen recht kan ontlenen op het verkrijgen c.q. behoud van de Belgische na-tionaliteit".

5. De appelrechters die aldus oordelen verantwoorden hun beslissing naar recht.
Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiser op 699,60 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer
 


C.13.0157.N
Conclusie van advocaat-generaal A. Van Ingelgem:

I. SITUERING

1. Ingevolge het bestreden arrest wordt het huwelijk van eiser als schijnhuwelijk nietig verklaard en wordt hij geacht nooit de, overeenkomstig artikel 16 van het Wetboek Nationaliteit (WBN) verkregen, Belgische nationaliteit te hebben gehad.

2. Eiser voert daartegen een enig middel tot cassatie aan dat ervan uitgaat dat het WBN slechts de vervallenverklaring voorziet als enige mogelijkheid om eiser de (Belgische) nationaliteit te ontnemen, zodat de beslissing die hem deze retroactief ontneemt op grond van de vernietiging van het huwelijk, niet naar recht verantwoord is.

II. BESPREKING VAN HET MIDDEL

1. In deze zaak stellen de appelrechters vast dat de vordering niet strekte tot een vervallenverklaring van de nationaliteit, maar tot uitvoering van de rechtsgevolgen van de nietigverklaring van het huwelijk op de Belgische nationaliteit van eiser.

2. In casu rijst dus de vraag of er, naast de vervallenverklaring voorzien door het WBN, nog andere mogelijkheden van verlies van de nationaliteit zijn, m.a.w. of ingevolge toepassing van andere regels de nationaliteit verloren kan gaan.

3. Artikel 16 Wetboek Belgische Nationaliteit, zoals hier toepasselijk in de versie van kracht tot 1 januari 2013(1), bepaalde:

§ 1. Het huwelijk heeft van rechtswege geen enkel gevolg op de nationaliteit.

§ 2.1° De vreemdeling die huwt met een Belg of wiens echtgenoot gedurende het huwelijk de Belgische nationaliteit verkrijgt kan, indien de echtgenoten gedurende tenminste drie jaar in België samen hebben verbleven en zolang zij in België samenleven, door een overeenkomstig artikel 15 afgelegde verklaring de staat van Belg verkrijgen.

4. Op grond van de loutere nietigverklaring van het huwelijk kan het verlies van nationaliteit dus niet uitgesproken worden, daar de nationaliteit geen rechtstreeks gevolg van het huwelijk is: sinds de invoering van het Wetboek van de Belgische Nationaliteit door de wet van 28 juni 1984(2) worden aan het huwelijk niet langer van rechtswege gevolgen gekoppeld op het vlak van de nationaliteit. Artikel 16, §1, van dit wetboek bevestigt uitdrukkelijk het in beginsel nationaliteitsneutrale karakter van het huwelijk(3).

5. Uit artikel 16 WBN volgt dat, hoewel het huwelijk zelf geen rechtsgevolgen kan hebben op de nationaliteit, dit huwelijk echter wel rechtens relevant is in het kader van de in artikel 15 bedoelde verklaring van nationaliteitskeuze, vermits een rechtsgeldig huwelijk een noodzakelijke voorwaarde is voor het afleggen van de nationaliteitsverklaring. In die zin kent de wet m.i. aldus wel gevolgen toe aan het huwelijk van een vreemdeling met een Belg. Wanneer dit huwelijk nietig wordt verklaard, kunnen in de regel immers geen rechtsgevolgen aan dit huwelijk worden verbonden.

6. Dat het Wetboek Belgische Nationaliteit op het moment van de uitspraak van de appelrechters enkel in de vervallenverklaring voorzag als een modaliteit van verlies van de nationaliteit, staat er dan, naar mijn mening, in principe niet aan in de weg dat de verkrijging van de nationaliteit, ingevolge de toepassing van andere algemene regels (bijv. fraus omnia corrumpit, nietigverklaring van het huwelijk ingevolge art. 146bis BW), nietig kan zijn niettegenstaande het feit dat het schijnhuwelijk zelf als grond tot vervallenverklaring slechts bij wet van 4 december 2012 werd ingevoerd(4).

7. In de rechtsleer bestaat discussie over de gevolgen van de nietigverklaring van het huwelijk ten aanzien van de nationaliteitsverklaring.

7.1. Bepaalde auteurs(5) zijn zeer duidelijk hieromtrent: nietigverklaring van het huwelijk brengt met zich mee dat de nationaliteit op grond van een nationaliteitsverklaring ook verloren gaat.

7.2. Anderen nemen een genuanceerdere positie aan(6): nietigverklaring van het huwelijk brengt in principe het verval (la caducité) van de nationaliteitsverklaring mee, in elk geval tijdens de procedure van de nationaliteitsverkrijging, d.w.z. wanneer het huwelijk nietig verklaard wordt alvorens de verklaring wordt ingeschreven.

Nochtans stellen zij dat voor een echtgenoot die te goeder trouw handelde de voordelen van het putatief huwelijk moeten gelden. Deze zou zijn nationaliteit niet verliezen. A contrario volgt hieruit naar mijn mening evenwel dat degene die te kwader trouw was - degene die het schijnhuwelijk heeft georganiseerd, zoals te dezen eiser - de nationaliteit dan wel verliest. CLOSSET(7) stelt echter dat de nationaliteit definitief verworven blijft, zodat de nietigverklaring van het huwelijk nadat de procedure van nationaliteitsverwerving is afgelopen, geen gevolgen kan hebben op de nationaliteit, zelfs niet in geval van fraude. Dit strookt met de regel dat de verwerving en het verlies van de Belgische nationaliteit enkel gevolgen hebben voor de toekomst (cf. art. 2 WBN), zodat de verworven rechten behouden blijven(8).

Anderzijds lijkt het feit dat de gevolgen van een nietigverklaring gebaseerd op fraude in deze enkel voor de toekomst zouden gelden toch wel op gespannen voet te staan met de toepassing van de algemene regels i.v.m. de nietigverklaring van het huwelijk, dat een retroactieve werking heeft(9), en met de rechtsgevolgen van het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit.

7.3. Nog andere auteurs(10) wijzen op de discussie in de rechtsleer, maar nemen zelf geen positie in.

8. De in de voorziening geciteerde uitspraak van het hof van beroep te Luik(11) is m.i. alleszins niet relevant: deze herhaalt de regel dat de nietigverklaring van het huwelijk niet automatisch het verlies van nationaliteit met zich brengt en dat dit ook geen reden tot vervallenverklaring is. Evenwel betreft het huidige geschil bovendien een ander probleem dan dat besproken in het Luikse arrest. De kern in deze is dat een huwelijk een noodzakelijke voorwaarde(12) vormt voor de verklaring op grond van artikel 16, §2, WBN. Wat zijn de gevolgen van het verdwijnen van dit huwelijk?

9. Het Hof zal dus in deze een keuze moeten maken: ofwel volgt het de stelling dat, wanneer het huwelijk verdwijnt ingevolge nietigverklaring ex tunc, de voorwaarden van artikel 16, §2, WBN niet vervuld zijn op het moment van de nationaliteitsverklaring, zodat daaraan geen rechtsgevolg kan worden gehecht; ofwel kiest het voor de stelling dat van zodra de nationaliteit is bekomen, zij verworven blijft, ook al wordt het huwelijk achteraf vernietigd en was daar zelfs fraude mee gemoeid. Bovendien heeft de verkrijging en het verlies van de Belgische nationaliteit, uit welke oorzaak ook, alleen gevolg voor de toekomst (art. 2 WBN).

10. Vanuit de hoger vermelde benadering en rekening houdend met het principe en de vaststelling dat de bijzondere regel maar afbreuk doet aan de algemene voor zover hij dat expliciet gewild heeft, geeft mijn ambt er dan ook de voorkeur aan dat waar het huwelijk met een Belg een noodzakelijke voorwaarde voor de in art. 16, §2, 1° WBN bedoelde verklaring van nationaliteitskeuze uitmaakt, en wanneer het vaststaat dat er ex tunc geen huwelijk is geweest in de zin van art. 146bis BW, er derhalve ook nooit aan de voorwaarde van art. 16, §2, 1° WBN werd voldaan.

11. Het middel lijkt mij dan ook te falen naar recht.

III. CONCLUSIE: VERWERPING.
__________________
(1) Vóór de wijziging van dit WBN bij Wet van 4 december 2012, BS 14 december 2012, ed. 2.
(2) BS 22 juli 1984.
(3) C. AERTS en R. VANCRAENENBROECK, Commentaar bij art. 16 WBN, in Artikelsgewijze commentaar Personen- en Familierecht, Kluwer, losbl., Art. 16-3.
(4) Zie art. 23/1, §1, 3° WBN.
(5) G. BAETEMAN, Overzicht van het personen-en gezinsrecht, Kluwer, 1994, nrs. 615-616; P. SENAEVE, Compendium van het personen- en familierecht, Leuven, Acco, 2011, nr. 1407; zie ook S. LEFEBVRE, Schijnhuwelijken. Preventie en repressie in een notendop, NJW 2007, 822, nr. 20.
(6) M. VERWILGHEN, Code de la nationalité belge, Brussel, Larcier, 1985, nr. 623; Ch.-L. CLOSSET, La nationalité belge, in Répertoire Notarial, L. xx, nr. 275; C. AERTS en R. VANCRAENENBROECK, o.c., Art. 16-7, nr. 12; S. Lefebvre, o.c., 823, nr. 21.
(7) Ch.-L. CLOSSET, Traité de la nationalité en droit belge, Brussel, Larcier, 2004, nr. 621bis en 645.
(8) F. SWENNEN, Het personen- en familierecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, 121, nr. 207, 1.
(9) P. SENAEVE, o.c., 2011, nrs. 1406-1407. Deze auteur maakt tevens de uitzondering van het putatieve huwelijk voor de echtgenoot te goeder trouw (nr. 1411).
(10) M. VAN DE PUTTE en J. CLEMENT, Nationaliteit, in APR, Gent, Story, 2001, nr. 174.
(11) Luik, 5 maart 2002, JT 2002, 586.
(12) Het is één van de absolute voorwaarden voor het afleggen van de nationaliteitsverklaring: zie C. AERTS en R. VANCRAENENBROECK, o.c., Art. 16-4, 16-5 en 16-6.
 

Noot: 

Laura Deschuyteneer en Erinda Mehmeti, Nieuwe categorie van verlies van de Belgische nationaliteit op grond van fraus omnia corrumpit? noor onder de publicatie in het RW.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 16/04/2016 - 18:18
Laatst aangepast op: ma, 08/05/2017 - 16:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.