-A +A

Schadevergoeding toekomend aan naakte eigenaar en vruchtgevruiker

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Antwerpen Afdeling Mechelen
Datum van de uitspraak: 
vri, 25/04/2014

De vruchtgebruiker van een schuldvordering heeft recht op interesten, terwijl de blote eigenaar houder blijft van het recht (de hoofdgerechtigde).

Aldus mag de vruchtgebruiker de vordering niet vervreemden, noveren, opeisbaar maken of de opeisbaarheid ervan uitstellen, compenseren.

Maar op de vervaldag beschikt hij over een inningsrecht; draalt hij om daartoe over te gaan, dan is zijn beheer aan een verantwoordelijkheidstoetsing toe.

De vruchtgebruiker kan derhalve de opeisbare schuldvorderingen innen; meer zelfs, een goed beheer impliceert dat de eisbare kapitalen worden geïnd en dat zo nodig de schuldenaar wordt vervolgd. Medewerking van de blote eigenaar is daarbij niet vereist; de blote eigenaar kan evenmin afzonderlijk optreden

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
1316
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

F., A. en E. Van Den W. t/ NV K.V.

I. Feiten en voorgaanden

Alfons Van Den W. was op 8 september 2009 als fietser betrokken in een verkeersongeval met een voertuig, bestuurd door L.M. en verzekerd bij de NV K.V. Hij zou plots de rijbaan zijn overgestoken en overleed op 26 januari 2010.

Op 10 januari 2011 werd er een “overeenkomst tot definitieve regeling op basis van art. 29bis WAM – dading overeenkomstig art. 2044 tot 2058 BW” ondertekend. Het contract bepaalt dat er twee partijen zijn, namelijk de schadelijder, zijnde de erfgenamen van Alfons Van Den W. en de NV K.V. Hierbij werd o.m. bepaald dat de schadelijker van NV K.V. 85.710 euro als schadevergoeding zou ontvangen. De betaling diende als volgt te gebeuren:

– 28.710 euro op een rekening van de weduwe, zijnde L.V.;

– 57.000 euro op een andere rekening, blijkbaar toebehorende aan de jongste dochter, Lieve Van Den W.

Aan de zijde van de schadelijder staat er één handtekening. Het document waarop de rekeningnummers vermeld werden, bevat blijkbaar dezelfde handtekening, waarbij vermeld staat “L.V.”.

Op 7 december 2011 gingen Frank, Ann en Elza Van Den W. over tot dagvaarding voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen. Zij stelden hierbij o.m. dat hun vader op 8 september 2009 het slachtoffer van een verkeersongeval werd, dat de NV K.V. gehouden is tot betaling van de schade voortvloeiende uit het verkeersongeval, dat er buiten hun weten een dading werd opgesteld, dat er betaald werd voor een deel op de rekening van de moeder en voor een deel op de rekening van hun zuster met wie zij in onmin leven, maar dat zij niet akkoord gaan met de begroting van de schade, noch met de wijze van betaling. (...). Zij vorderden hierbij in hoofdzaak dat de NV K.V. zou worden veroordeeld om ten voordele van de gerechtigde in de huwgemeenschap van de ouders en de nalatenschap van vader, een provisioneel bedrag van 85.710 euro te betalen, namelijk door storting op de bankrekening van de notaris die door de rechtbank zal worden aangesteld voor de vereffening en verdeling.

Bij vonnis van 13 november 2012 besliste de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen dat deze vordering als een vordering tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval dient te worden beschouwd en verzond zij de zaak dan ook naar deze rechtbank.

Frank, Ann en Elza Van Den W. breidden nadien nog hun vordering uit. (...).

II. In rechte

...

2. T.a.v. de door Frank, Ann en Elza Van Den W. ingeroepen middelen

Het betoog van Frank, Ann en Elza Van Den W. komt erop neer dat de NV K.V. de schadevergoeding aan de nalatenschap van hun vader diende te betalen, de moeder geen beslissingen kon nemen m.b.t. de gelden en de verzekeraar niet op de rekening van Lieve Van Den W. had mogen storten. Zij vorderen thans dat de NV K.V. zou worden veroordeeld om ten voordele van de gerechtigde in de huwgemeenschap van de ouders en de nalatenschap van vader, een provisioneel bedrag van 85.710 euro te betalen, namelijk door storting op de bankrekening van notaris C. die bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen van 8 juni 2012 werd aangesteld voor de vereffening en verdeling van de huwgemeenschap en de nalatenschap van vader.

Voorts vorderen zij elk een morele schadevergoeding van 5.000 euro.

...

4. Beslissing van de rechtbank

A. T.a.v. de vordering tot betaling van een provisioneel bedrag van 85.710 euro

De NV K.V. zet uiteen dat het uitgekeerde bedrag als volgt samengesteld werd:

– morele schade gedurende de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid tot de datum van het overlijden: 4.371 euro;

– economisch verlies huishouden gedurende de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid (op basis van 6,13 euro per dag): 863,63 euro;

– medische kosten: 5.948,38 euro;

– verplaatsingen: 169,20 euro;

– kledijschade: 335 euro;

– begrafeniskosten (vervroegde betaling): 679,34 euro;

– morele schade van de weduwe door het overlijden: 12.500 euro;

– pensioenverlies: forfait van 50.000 euro;

– economisch verlies huishouden (toekomst): 16.555,93 euro;

Totaal: 91.422,48 euro – 6.450 euro (voorschot) = 84.972,48 euro + de interesten (972,32 euro – 237,56 euro inzake het voorschot) = 85.707,24 euro, afgerond 85.710 euro.

...

Het valt de rechtbank op dat Frank, Ann en Elza Van Den W. de begroting van dit bedrag niet bekritiseren. Integendeel, zij vorderen dat precies ditzelfde bedrag aan de aangestelde notaris zou worden overgemaakt, zij het bij wijze van een provisie.

Het is voorts van belang erop te wijzen dat de rechtsverhouding tussen de aansprakelijke en de benadeelden door het aansprakelijkheidsrecht wordt beheerst. Krachtens dit recht geldt de regel dat wanneer de overledene een partner en kinderen nalaat, zowel de overlevende (huwelijks)partner als de kinderen elk persoonlijk schade lijden, zodat de vordering tot schadevergoeding door elk van hen moet worden ingesteld (A. Van Oevelen, G. Jocqué, C. Persyn en B. De Temmerman, “Overzicht van rechtspraak – Onrechtmatige daad. Schade en Schadeloosstelling (1993-2006)”, TPR 2007, (933), p. 1066-1067, nr. 29.2.a. in fine).

Men mag hierbij niet uit het oog verliezen dat, om aanleiding te kunnen geven tot een aanspraak op schadeloosstelling op grond van een onrechtmatige daad, in de regel vereist is dat de schade persoonlijk werd geleden. De rechtsvordering tot herstel van schade behoort aan degene die door de fout persoonlijk schade heeft geleden alsook aan degene die in de rechten van de getroffene is getreden (A. Van Oevelen, G. Jocqué, C. Persyn en B. De Temmerman, o.c., TPR 2007, p. 957-958, nr. 5).

Er bestaat derhalve geen vereiste dat alle erfgenamen “samen” optreden. Deze stelling geldt uiteraard evenzeer voor wat betreft de verhouding tussen de verzekeraar en de schadelijders. Lieve Van Den W. dient derhalve in deze procedure niet te worden betrokken.

De rechtbank dient derhalve te onderzoeken op welk bedrag Frank, Ann en Elza Van Den W. individueel aanspraak zouden kunnen maken. Hiertoe is een analyse van het huwelijksstelsel vereist.

a) Onderzoek van het huwelijksstelsel en het aandeel waarop elk van de erfgenamen in concreto aanspraak kan maken

Alfons Van Den W. en L.V. huwden onder “het stelsel der gemeenschap van aanwinsten, zoals geregeld bij art. 1498 tot en met 1504 en 1510 en 1513 BW”, zoals blijkt uit het huwelijkscontract verleden voor notaris (...) op 3 augustus 1960.

Ingevolge een akte van wijziging van de huwelijksvoorwaarden verleden voor notaris (...) op 9 februari 1993, gehomologeerd bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen op 26 april 1993, werd het stelsel op zich uitdrukkelijk behouden, maar werd er enerzijds een verblijfsbeding inhoudende toebedeling aan de langstlevende echtgenoot van de algehele gemeenschap in volle eigendom opgenomen en anderzijds een gift tussen echtgenoten bedongen waarbij de overlevende echtgenoot werd begiftigd met alle goederen die de eerststervende op de dag van het overlijden zou nalaten en dat, ingeval de vermindering ten bate van de reservataire erfgenamen zou worden toegepast, de begiftiging het grootst beschikbaar deel in volle eigendom en vruchtgebruik zou inhouden. Er werd tevens bedongen dat voor de uitoefening van elk vruchtgebruik, de begiftigde vrijgesteld wordt van borg te stellen en van aanleg te doen.

Op grond van deze bepalingen werd in de aangifte van nalatenschap, ondertekend door alle erfgenamen, vermeld dat de nalatenschap als volgt toekomt:

– de gemeenschap: voor het geheel in volle eigendom aan de weduwe;

– het eigen vermogen stricto sensu:

– voor ¾ in vruchtgebruik en ¼ in volle eigendom aan de weduwe;

– voor ¾ in blote eigendom aan de vier kinderen samen, d.w.z. elk 3/16.

M.b.t. het gemeenschappelijk vermogen bepaalt het huwelijkscontract van 3 augustus 1960 hierover het volgende: “De gemeenschap van aanwinsten omvat, wat de baten betreft, de winsten van hun gemeenschappelijke arbeid, de vruchten en de inkomsten van de persoonlijke goederen van de echtgenoten, de roerende en onroerende goederen onder bezwarende titel verkregen en voortkomende zowel uit hun gemeenschappelijke arbeid als uit de besparingen op de vruchten en inkomsten van hun persoonlijke goederen”. Dit stelsel betekent derhalve concreet dat de gemeenschap slechts bestaat uit de goederen voortspruitende uit de arbeid van de echtgenoten, de vruchten en inkomsten van hun goederen en de goederen onder bezwarende titel verkregen. Voor wat het eigen vermogen betreft dient verwezen te worden naar het wettelijk stelsel (Rép.not., V, Régimes matrimoniaux (Code Napoléon), *, nrs. 276 en 949).

Toegespitst op de schade ingevolge het ongeval dient men per post na te gaan of het om een eigen goed ging, dan wel of het in het gemeenschappelijk vermogen terechtkwam, waarbij dient te worden gezegd dat in vergelijking met de toestand vór 14 juli 1976 er weinig of niets veranderd is.

Zo wordt aangenomen dat de vergoeding voor morele schade behoort tot het eigen vermogen van de echtgeno(o)t(e) aan wie deze vergoeding werd toegekend, aangezien de morele integriteit een element van de persoonlijkheid vormt. De vergoeding voor medische kosten en kosten van hospitalisatie, revalidatie en huishoudelijke hulp dient gemeenschappelijk te zijn wanneer deze kosten door het gemeenschappelijk vermogen werden gedragen. De vergoeding voor lichamelijke schade dient te worden opgesplitst in twee delen: enerzijds het gedeelte dat strekt tot vergoeding van de aantasting van de fysieke integriteit, dat in het eigen vermogen valt van de echtgeno(o)t(e) die de schade heeft geleden, en anderzijds het gedeelte dat het inkomstenverlies vergoedt en dat in het gemeenschappelijk vermogen valt. De vergoeding voor de aantasting van de lichamelijke geschiktheid om inkomsten te verwerven, zoals de schadevergoeding voor het verlies aan economische waarde als huisman of huisvrouw, behoort tot het eigen vermogen van de betrokken echtgeno(o)t(e) (A. Van Oevelen, “Enkele recente ontwikkelingen inzake schade en schadebegroting in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht” in Aansprakelijkheid, aansprakelijkheidsverzekering en andere schadevergoedingssystemen, Postuniversitaire cyclus Willy Delva XXXIII, Mechelen, Kluwer, 2007, (327), p. 341-342, nr. 8; m.b.t. de economische waarde als huisman of huisvrouw, zie: Cass. 14 november 2000, Arr.Cass. 2000, 1783; voor wat betreft de vergelijking met het recht vór 1976 kan er worden verwezen naar: Cass. 21 mei 1964, Pas. 1964, I, 993; Cass. 12 oktober 1964, Pas. 1965, I, 145; Rép.not., V, Régimes matrimoniaux (Code Napoléon), *, nr. 860; H. Casman, “Art. 1399-1401 BW” in Huwelijksvermogensrecht, Mechelen, Kluwer, losbladig, III.2-25 e.v.; F. Logghe, “Huwelijksvermogensrecht en het verlies aan economische waarde als huisvrouw”, AJT 2001-02, (623), voetnoot 22).

De rechtbank komt derhalve tot de vaststelling dat op basis van het gekozen stelsel elk van de kinderen slechts aanspraak kan maken op de blote eigendom van 3/16 van:

– 4.371 euro (morele schade gedurende de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid tot de datum van het overlijden);

– 335 euro (kledijschade);

– 863,63 euro + 16.555,93 euro (economisch verlies huishouden gedurende de tijdelijke arbeidsongeschiktheid + toekomst).

M.b.t. de overige posten dient te worden gezegd dat deze hetzij tot de huwelijksgemeenschap behoren, hetzij door Frank, Ann en Elza Van Den W. als schadelijders niet aangetoond worden.

Derhalve in totaal: 22.125,56 euro. Frank, Ann en Elza Van Den W. kunnen dan ook thans louter voor dit bedrag hun rechten laten gelden. Voor zover als nodig wenst de rechtbank erop te wijzen dat dit totale bedrag minder bedraagt dan het bedrag dat L.V. rechtstreeks op haar rekening liet overschrijven. Voor elk van de kinderen: 3/16 of 4.148,54 euro in blote eigendom.

b) T.a.v. de vraag of de vruchtgebruiker het hele bedrag kan innen

De NV K.V. werpt op dat de vruchtgebruiker de opeisbare schuldvorderingen kan innen, zodat zij aan Frank, Ann en Elza Van Den W. hieromtrent niets meer verschuldigd is.

Het is inderdaad zo dat de vruchtgebruiker van een schuldvordering recht heeft op interesten, terwijl de blote eigenaar houder blijft van het recht (de hoofdgerechtigde). Aldus mag de vruchtgebruiker de vordering niet vervreemden, noveren, opeisbaar maken of de opeisbaarheid ervan uitstellen, compenseren. Maar op de vervaldag beschikt hij over een inningsrecht; draalt hij om daartoe over te gaan, dan is zijn beheer aan een verantwoordelijkheidstoetsing toe. De vruchtgebruiker kan derhalve de opeisbare schuldvorderingen innen; meer zelfs, een goed beheer impliceert dat de eisbare kapitalen worden geïnd en dat zo nodig de schuldenaar wordt vervolgd. Medewerking van de blote eigenaar is daarbij niet vereist; de blote eigenaar kan evenmin afzonderlijk optreden (R. Derine, F. Van Neste en H. Vandenberghe, Zakenrecht, II, A, Story-Scientia, 1984, nrs. 871 A en 876; zie ook in dezelfde zin: Rép.not., II, Les biens, usufruit, usage, habitation, nrs. 102, 103 en 156; zie ook: H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, VI-2, Brussel, Bruylant, 1953, nrs. 321 e.v., waarbij de vergoeding van de verzekeraar als voorbeeld wordt gegeven (nr. 322)).

De rechtbank kan dan ook de NV K.V. niet veroordelen om de door L.V. als vruchtgebruikster geïnde som opnieuw aan Frank, Ann en Elza Van Den W. of de notaris te doen toekomen.

De rechtbank wenst er voor zoveel als nodig op te wijzen dat indien Frank, Ann en Elza Van Den W. de mening zijn toegedaan dat L.V. als vruchtgebruikster m.b.t. de ontvangen bedragen niet correct heeft gehandeld, zij op zuiver burgerrechtelijk vlak over een aantal mogelijkheden beschikken (zie hierover: R. Dekkers en E. Dirix, Handboek burgerlijk recht, II, Antwerpen, Intersentia, 2005, nrs. 542 e.v.).

B. T.a.v. de persoonlijk geleden morele schade

Frank, Ann en Elza Van Den W. vorderen elk een bedrag van 5.000 euro wegens de morele schade die zij lijden ingevolge het overlijden van hun vader. De NV K.V. gedraagt zich hieromtrent naar de wijsheid van de rechtbank, maar werpt op dat er geen interesten kunnen worden toegekend wegens de laattijdigheid van de vordering.

De rechtbank acht een bedrag van 5.000 euro per kind gerechtvaardigd en kent dan ook dit bedrag toe.

De compensatoire interest strekt tot vergoeding van de schade die de getroffene lijdt ten gevolge van de vertraging waarmee de aansprakelijke derde de schade heeft vergoed.

In zoverre die vertraging te wijten is aan de schuld of de nalatigheid van de getroffene, heeft deze niet het recht de vergoeding ervan te vorderen, ook al heeft de aansprakelijke derde ten gevolge van die vertraging geen schade geleden (Cass. 18 september 1996, Arr.Cass. 1996, 769; het betrof hier een geval waarbij het slachtoffer getalmd had met het instellen van de vordering tot schadevergoeding; zie ook: J. Petit, “Over de rentevoet bij compensatoire interest”, R.Cass. 2000, (249), 250). Hiermee wordt de redenering dat het bijkomende bedrag aan compensatoire interesten dat de aansprakelijke door de vertraging moet betalen gecompenseerd wordt door de bijkomende interesten die hij heeft kunnen verwerven door het langer bijhouden van de hoofdsom, verworpen (A. Van Oevelen, “Interesten bij niet-nakoming van contractuele verbintenissen en in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht” in CBR Jaarboek 2008-09, Antwerpen, Intersentia, 2009, (153), p. 209, nr. 60).

Het overlijden dateert van 26 januari 2010. Op 10 januari 2011 werd de dading ondertekend. Er mag derhalve aangenomen worden dat Frank, Ann en Elza Van Den W. vrij spoedig nadien dienden te beseffen dat hen geen persoonlijke schadevergoeding werd toegekend, zodat zij in de mogelijkheid waren hun vordering tegen uiterlijk 1 mei 2011 te formuleren, zodat er vanaf die datum tot 28 november 2012, datum waarop betrokkenen t.a.v. de NV K.V. hun vordering bekendmaakten, geen interesten worden toegekend (zie en vergelijk met Brussel 7 februari 2001, gewezen nadat het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 15 mei 1997, rechtsprekende in hoger beroep tegen een vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen, door het Hof van Cassatie bij arrest van 23 maart 1999 werd vernietigd m.b.t. de toekenning van vergoedende interesten, T.Vred. 2001, 381).

Men mag niet beweren dat aan de benadeelde eigenlijk het herstel ten laste gelegd wordt van de volledige schade die uit de vertraging in de schadeloosstelling is ontstaan, ofschoon die schade eveneens te wijten is aan de fout van degene die als enige aansprakelijk is gesteld voor het ongeval. Uit de hierboven samengevatte vermeldingen blijkt dat de verzekeraar geen enkele fout heeft begaan die de vertraging in de schadeloosstelling kan doen toenemen, aangezien de vertraging die de rechtspleging heeft opgelopen alleen te wijten is aan het getalm van de eisers. De opschorting van de loop van de vergoedende interest dient derhalve niet beperkt te worden wegens een fout die geen verband houdt met de fout die, als enige, de schade heeft veroorzaakt die door die interest wordt vergoed (Cass. 3 februari 2010, RABG 2010, 16).

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 17/04/2015 - 13:45
Laatst aangepast op: vr, 17/04/2015 - 13:45

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.