-A +A

Schadevergoeding aan goederen met functionele waarde geen afrtek vetusteit

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 18/06/2012

Goederen met een functionele waarde en die bij een vervanging van een groter geheel onafgezien van hun ouderdom mee vervangen zullen dienen te worden geven bij vernieling aanleiding tot integrale schadevergoeding zonder aftyrek van vetustijd. Dit geldt voor een groot deel vandomeingoederen zoals bv. verkeerslichten.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
792
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Vlaams Gewest t/ VZW Belgisch Bureau van Autoverzekeraars

Het geding tussen de partijen betreft de afhandeling van de schade-eis van het Vlaamse Gewest naar aanleiding van een aanrijding van domeingoederen op 27 april 2006, waarvoor de aansprakelijkheid niet ter discussie staat.

Het Vlaamse Gewest en de vzw Belgisch Bureau van de Autoverzekeraars (hierna afgekort als BBA) als vertegenwoordiger in België van de buitenlandse verzekeraar van het aanrijdend voertuig, verschenen op 23 september 2010 vrijwillig voor de politierechtbank tot beslechting van het geschil.

De eerste rechter (...) verklaarde in het bestreden vonnis van 14 maart 2011 de vordering van het Vlaamse Gewest toelaatbaar maar ongegrond.

Het hoger beroep, ingesteld door het Vlaamse Gewest bij verzoekschrift ter griffie neergelegd op 2 april 2012, is gericht tegen BBA. Het beoogt de toewijzing van de oorspronkelijke vordering van het Vlaamse Gewest.

BBA concludeert tot de afwijzing van het hoger beroep als ongegrond.

Beoordeling

1. De schade waarvoor vergoeding wordt gevorderd, betreft een vernielde bevelpost en voedingskast van de verkeerslichten aan het kruispunt van de afrit E19 Merksem – Groenendaallaan. Die schade werd geraamd op in totaal 26.360,17 euro volgens verslag van het expertisebureau, waarover cijfermatig geen betwisting bestaat. BBA heeft opgeworpen dat een vetusteit van 50% moet worden toegepast op de post “materialen” aangezien de bevelpost vijftien jaar oud was op een levensduur van normaal 25 à 30 jaar, en aangezien die bevelpost werd vervangen door een type van de nieuwe generatie. BBA werd hierin gevolgd door de eerste rechter.

Het Vlaamse Gewest voert aan dat voor domeingoederen geen aftrek wegens vetusteit mag worden toegepast, omdat dergelijke goederen slechts een functionele waarde hebben, zodat er bij hun vervanging geen economisch waardeerbare meerwaarde bestaat, en omdat bij een toekomstige heraanleg van de weginfrastructuur het materiaal dat thans in vervanging van het vernielde werd geplaatst, evengoed zal worden vervangen als de oudere uitrusting.

2. Na nieuw onderzoek in hoger beroep is de rechtbank van oordeel dat het Vlaamse Gewest terecht betoogt dat het in mindering brengen van vestuteit er in casu toe zou leiden dat de schade onvolledig wordt vergoed.

De vervanging van de vernielde uitrustingsgoederen door nieuw en technologisch meer geavanceerd materiaal zou voor het Vlaamse Gewest enkel een meerwaarde kunnen opleveren indien vaststaat dat de vervanging door dat nieuwe materiaal hoe dan ook en binnen afzienbare tijd zou zijn gebeurd. Dit is ook de hypothese die onder de titel “slijtage” wordt geregeld in de door het Vlaamse Gewest voorgelegde overeenkomst VBBO-Belgische Staat, die overigens niet (meer) tegenwerpbaar is aan BBA.

Te dezen blijkt evenwel hoegenaamd niet dat de vernielde bevelpost en voedingskast ook zonder het ongeval zouden zijn vervangen door de voorzieningen die thans werden aangebracht. De kans daarop is zelfs eerder klein te noemen, omdat het een gegeven van algemene bekendheid is dat de weginfrastructuur van de R1 nabij de Groenendaallaan in elk geval zal worden gewijzigd in het kader van het Oosterweelproject, ongeacht welke variant daarvan door de Vlaamse overheid zal worden gekozen. Het Vlaamse Gewest wijst er terecht op dat de inmiddels in vervanging geplaatste goederen dan eveneens zullen worden vervangen, zodat zij geen meerwaarde kunnen opleveren.

Om dezelfde reden kan de vervanging evenmin worden beschouwd als een vervroegde uitgave die louter zou moeten worden verdisconteerd.

Bijgevolg vormt de (volledige) kost van de vervanging van de domeingoederen, die normaal nog tot aan de heraanleg hadden kunnen dienen, een schade die werd veroorzaakt door het ongeval en die derhalve dient te worden vergoed.

Het hoger beroep is dus gegrond.

Het Vlaamse Gewest is nog gerechtigd op vergoeding van 26.360,17 – 19.654,87 = 6.705,30 euro, vermeerderd met de vergoedende interesten.

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 13/01/2015 - 18:57
Laatst aangepast op: di, 13/01/2015 - 18:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.