-A +A

Samenwonen zelfs met betrekken van afzonderlijke kamers

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidsrechtbank
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
woe, 01/04/2015

Artikel 59 van het M.B. van 26 november 1991 omschrijft "samenwonen" als volgt:
"Onder samenwonen wordt verstaan het onder hetzelfde dak samenleven van twee of meer personen die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen"

Er is dus sprake van samenwoonst wanneer voldaan is aan de volgende twee cumulatieve voorwaarden:

Het onder één dak samenleven van twee of meer personen vereist:

- het materiële criterium,
- het in hoofdzaak gemeenschappelijk regelen van de huishoudelijke aangelegenheden: economisch criterium.

Nu het eerste criterium door de eiser niet wordt betwist, dient de rechtbank zich enkel uit te spreken over het al dan niet voldaan zijn van de tweede voorwaarde: het economisch criterium.

Onder hetzelfde dak samenleven en een gemeenschappelijke huishouding voeren is een feitenkwestie welke in concreto wordt afgeleid uit vaststellingen en verklaringen die samen een bundel van vermoedens vormen die samen voldoende zijn om te besluiten tot het bestaan van het samenwonen.
 

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
119
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

ARBEIDSRECHTBANK TE GENT - AFDELING GENT

1 APRIL 2015

Voorzitter: A. Langeraert Raadsheren: K. De Geyter en C. Van Bever 

Uit de gegevens van het dossier blijkt dat elke persoon in het huis een afzonderlijke kamer heeft. De overige gedeelten zijn gemeenschappelijk. De huur, de elektriciteitskosten en de kosten van het waterverbruik worden gedeeld. De drie onderhuurders betalen aan de hoofdhuurder 215,- euro, dat door de hoofdhuurder wordt doorgestort aan de verhuurder. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van samenwoonst wanneer voldaan is aan twee cumulatieve voorwaarden. Vooreerst moeten twee of meer personen onder één dak samenleven (het materiële criterium). Hierover bestaat geen betwisting. Een tweede voorwaarde is dat deze personen de huishoudelijke aangelegenheden in hoofdzaak gemeenschappelijk regelen (economisch criterium). De rechtbank meent dat het economische criterium van samenwoonst als bewezen voorkomt op basis van de feiten dat de woning geen afzonderlijke meters voor nutsvoorzieningen en geen afzonderlijke badkamer en keuken heeft.

Arbrb. Gent (afd. Gent) 1 april 2015, NjW 2018, 119.

C.T., [ ... ]

eisende partij [ ... ]

tegen:

de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), [ ... ]

verwerende partij,

[ ... ]

GROND VAN DE ZAAK:

De directeur van het werkloosheidsbureau te Gent heeft op 30 september 2013 beslist:

U vanaf 01.05.2013 uit te sluiten van het recht op uitkeringen als alleenwonende werknemer en u slechts uitkeringen toe te kennen als samenwonend werknemer;

(artikel 110 en 114 Werkloosheidsbesluit)

Om de uitkeringen die u onrechtmatig ontving in de periode van 01.05.2013 terug te vorderen (artikel 169 en 170 Werkloosheidsbesluit)

U een verwittiging te geven omdat u een onjuiste verklaring heeft afgelegd. (artikel 153 en I57bis, 91 Werkloosheidsbesluit)

Deze beslissing is gesteund op het feit dat de eiser, waar hij had aangegeven alleen te wonen, echter samenwonend bleek te zijn.

De eisende partij is het hiermee niet eens en vordert de vernietiging van de betreden beslissing.

[ ... ]

BESPREKING:

Uit de gegevens van het administratief dossier blijkt dat de eiser, geboren op 28 december 1990, met formulier Cl dd. 26 juni 2013 aangaf alleen te wonende op het adres: [ ... ]

Op basis van deze verklaring werden hem uitkeringen toegekend als alleenwonende.

Na een onderzoek gevoerd door de diensten van de RVA werd vastgesteld dat zijn aangifte niet overeenstemde met zijn werkelijke gezinssituatie aangezien hij volgens de gegevens van het Rijksregister met vier andere personen samenwoonde op hetzelfde adres, zijnde W.P., J.D.M., B.V.A. en Y.D.

Gezien deze feiten werd de eiser uitgenodigd voor een verhoor op 16 september 2013.

De eiser was aanwezig en verklaarde wat volgt:

"Ik woon aan het adres [ ... ] in een huurhuis. Dit huis wordt gedeeld door 4 personen die er effectief wonen, zijnde W.P., Y.D., B.V.A. en ikzelf. J.D.M. woont er niet, hij had er enkel zijn referentieadres. De hoofdhuurder is W.P., op zijn naam staat het huurcontract.

De huishuur wordt door 4 gedeeld en komt met inbegrip van nutsvoorzieningen neer op ongeveer 215 EUR/maand per persoon. Ik verzamel het geld van de drie bewoners en stort het dan maandelijks door naar W.P., ik voeg hierbij een bewijs van storting van 606,56 EUR, correctie naar de huiseigenaar.

In het huis hebben de vier bewoners een aparte kamer met slaapgelegenheid, voor de rest is er een gemeenschappelijke keuken en badkamer, maar er wordt eigenlijk nooit gemeenschappelijk gegeten of gekookt. Er is geen enkele band tussen de vier bewoners. Ik voeg hierbij een stick met 27 foto's van het huis: ik ben bereid om een huisbezoek toe te staan".

Op basis van voormelde verklaring heeft de directeur van het werkloosheidsbureau te Gent de bestreden beslissing genomen.

In navolging van deze beslissing werd aan de eiser een terugvordering betekend voor een bedrag van 1.567,74 EUR.

Zienswijze der partijen:

De eiser betwist niet dat hij samenwoonde op hetzelfde adres als de twee personen, maar betwist het economisch criterium: het voeren van een gemeenschappelijke huishouding.

Desbetreffend verwijst deze partij naar volgende elementen:

De oorspronkelijke huurovereenkomst staat op naam van W.P.;

W.P. verhuurde een aantal kamers in zijn woning;

De onderhuurovereenkomst voorziet in een basishuurprijs van 215 EUR per maand;

De eiser verzamelt de huurgelden van de drie anderen en stort deze door naar de eigenaar/verhuurder. De eiser beschikt over een eigen kamer met eigen kookgelegenheid, een TV, zitbank en laptop;

De keuken en badkamer zijn gemeenschappelijk, maar ieder heeft zijn eigen kast of rek om diens spullen in op te bergen;

Zij koken afzonderlijk en staan afzonderlijk in voor de aankoop van hun levensmiddelen;

In de keuken staan 3 frigo's, twee kookfornuizen en twee ovens;

In de OCMW wetgeving wordt betrokkene als alleenstaande beschouwd;

Tot slot verwijst de eiser naar de beslissing betreffende de gezinstoestand van zijn medebewoner B.V.A. waarin werd geoordeeld dat deze dient beschouwd te worden als zijnde alleenstaande. De eiser is van oordeel dat in deze éénzelfde beslissing moet genomen worden nu beide situaties identiek zijn.

De RVA is het met voormelde stelling van de eiser niet eens.

Volgens deze partij dient de eiser het bewijs te leveren van het feit dat hij als alleenstaande te beschouwen is; een bewijs dat in casu niet wordt geleverd. Zelfs als hij een afzonderlijke badkamer en dito keuken heeft, al staan er drie frigo's en twee kookplaten met ovens. Er is slechts één deurbel en geen afzonderlijke meters voor nutsvoorzieningen.

Op basis van deze feiten alleen, heeft de 5' Kamer van deze rechtbank reeds eerder geoordeeld dat het economisch criterium van de samenwoont als bewezen voorkomt.

De foto's die de eiser als zijnde een bewijs van zijn stelling voorlegt, zijn niets zeggend en daarbij niet relevant. Bovendien verschaft het formulier Cl duidelijke informatie wanneer de werkloze wordt beschouwd als zijnde alleenwonende. De eiser had de eiser zijn situatie duidelijk kunnen omschrijven en had ook op dat moment vragen kunnen stellen aan zijn vakorganisatie.

De verwijzing naar de reglementering inzake de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn, waar de eiser als alleenstaand zou worden beschouwd, is bij de beoordeling van onderhavige zaak niet van belang. In voorliggende zaak dient geoordeeld overeenkomstig de wetgeving inzake Werkloosheidsuitkeringen.

De eiser voert tenslotte nog aan dat de RVA in een dossier van zijn medebewoner, E.V.A., anders zou geoordeeld hebben dan in zijn dossier. Desbetreffend legt de eiser een brief voor waarin aan E.V.A. wordt meegedeeld dat:

"Ik deel u mee dat het onderzoek waarvoor u naar het werkloosheidsbureau werd geroepen op 23/10/2013 is afgesloten en geen nadelige invloed heeft op uw recht op uitkering".

De eiser legt deze brief voor maar toont niet aan dat de beslissing inzake E.V.A. hetzelfde voorwerp heeft als het zijne. Mocht het voorwerp van de beslissing dezelfde zijn, dan nog toont de eiser niet aan dat zijn medebewoner E.V.A. een onjuiste aangifte heeft gedaan op het formulier Cl.

Wat de terugvordering betreft stelt artikel 169 Werkloosheidsbesluit dat elke onrechtmatig ontvangen som ten titel van werkloosheidsuitkering dient te worden terugbetaald. Daartoe is niet vereist dat de werkloze ter kwader trouw heeft gehandeld, zodat de RVA geenszins de kwade trouw van de werkloze moet

Bovendien blijken de badkamer en de keuken gemeenschappelijk en de foto's die voorgelegd worden zijn nietszeggend. Bovendien blijken geen aparte meters aanwezig te zijn voor de nutsvoorzieningen.

Tot slot verwijst de RVA naar het infoblad gevoegd bij de aangifte van de persoonlijk en familiale toestand. Er wordt daarbij duidelijke informatie gegeven wanneer de werkloze beschouwd wordt als alleenwonend: wanneer geen andere personen deel uitmaken van de huishouding ...

Beoordeling door de rechtbank:

Artikel 59 van het M.B. van 26 november 1991 omschrijft "samenwonen" als volgt:

"Onder samenwonen wordt verstaan het onder hetzelfde dak samenleven van twee of meer personen die hun huishoudelijke aangelegenheden hoofdzakelijk gemeenschappelijk regelen"

Er is dus sprake van samenwoonst wanneer voldaan is aan de volgende twee cumulatieve voorwaarden:

Het onder één dak samenleven van twee of meer personen:

- het materiële criterium,
-
- het in hoofdzaak gemeenschappelijk regelen van de huishoudelijke aangelegenheden: economisch criterium.
-
Nu het eerste criterium door de eiser niet wordt betwist, dient de rechtbank zich enkel uit te spreken over het al dan niet voldaan zijn van de tweede voorwaarde: het economisch criterium. Onder hetzelfde dak samenleven en een gemeenschappelijke huishouding voeren is een feitenkwestie welke in concreto wordt afgeleid uit vaststellingen en verklaringen die samen een bundel van vermoedens vormen die samen voldoende zijn om te besluiten tot het bestaan van het samenwonen.

Uitspraken door het Hof van Cassatie, arbeidshoven en arbeidsrechtbanken nopens de toepassing van artikel 59 van het M.B. van 26 november 1991 zijn legio. Deze rechtbank beperkt zich tot de volgende:

Samenwonen veronderstelt noodzakelijkerwijs de regelmatige aanwezigheid van twee of meer personen onder één dak, maar niet hun ononderbroken aanwezigheid.

(Cass. 7 oktober 2002, J.T.T. 2002, 435, concl. Proc. Gen. Leclercq). Samenwonenden regelen de huishoudelijke zaken volledig of hoofdzakelijk in onderling akkoord, maar vermengen niet noodzakelijk volledig of gedeeltelijk hun inkomsten.

(Cass. 24 januari 1983, Soc. Kron. 1983, 97).

Het is dus van geen belang of hun inkomsten zijn samengevoegd of niet. (Arbh. Luik 15 mei 1990, T.S.R. 1991, 133; Arbh. Bergen 3 april 1992, T.S.R. 1992, 391).

Financieel tussenkomen zonder dat bewezen is dat het hoofdzakelijk gaat om uitgaven m.b.t. een gemeenschappelijke huishouding, levert geen bewijs van samenwoonst.

(Arbh. Gent 3 februari 1995, A.J.T. 1995, 391).

Het wonen in een gemeenschapshuis betekent niet noodzakelijk dat alle er wonende personen, samenwonend zijn in de zin van de werkloosheidsverzekering. Vraag is of zij met de andere bewoners een gemeenschappelijke huishouding vormen.

(Arbh. Brussel 8 februari 1990, J.T.T. 1991, 54).

De werkloze die beweert alleen te wonen, dient daarvan het bewijs te leveren. (Cass. 14 september 1998, R.W. 1999, 547; Arbh. Gent 11 februari 1999, T.G.R. 1999, 115; Arbh. Brussel 22 november 2007, J.T.T. 2008, 42).

Wanneer geen van beide partijen die onder hetzelfde dak leven, kan aantonen dat gedurende de betwiste periode de nodige schikkingen waren getroffen voor een afzonderlijke bewoning binnen één huis en de gezinslasten verdeeld worden, is er samenwoning.

(Arbh. Bergen 16 oktober 1991, T.S.R. 1992, 70).

Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat in eerste instantie een "hoofdzakelijk huishoudelijke regeling" dient te worden onderzocht.

Er kan geen betwisting bestaan nopens het feit dat de woning die de eiser met andere bewoners huurt, geen afzonderlijke badkamer en dito bel heeftal staan er drie frigo’s en twee kookplaten met ovens. Er is slechts één deurbel en geen afzonderlijke meters voor nutsvoorzieningen. Op basis van deze feiten alleen, heet de 5 e Kamer van deze rechtbank reeds eerder geoordeeld dat het economisch criterium van de samenwoont als bewezen voorkomt.

De foto’s die de eiser als zijnde een bewijs van zijn stelling voorlegt, zijn niets zeggend en daarbij niet relevant. Bovendien verschat het formulier C1 duidelijke informatie wanneer de werkloze wordt beschouwd als zijnde alleenwonende. De eiser had de eiser zijn situatie duidelijk kunnen omschrijven en had ook op dat moment vragen kunnen stellen aan zijn vakorganisatie.

De verwijzing naar de reglementering inzake de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn, waar de eiser als alleenstaand zou worden beschouwd, is bij de beoordeling van onderhavige zaak niet van belang. In voorliggende zaak dient geoordeeld overeenkomstig de wetgeving inzake Werkloosheidsuitkeringen. De eiser voert tenslotte nog aan dat de RVA in een dossier van zijn medebewoner, B.V.A., anders zou geoordeeld hebben dan in zijn dossier.

Desbetrefend legt de eiser een brief voor waarin aan B.V.A. wordt meegedeeld dat: “Ik deel u mee dat het onderzoek waarvoor u naar het werkloosheidsbureau werd geroepen op 23/10/2013 is afgesloten en geen nadelige invloed heet op uw recht op uitkering”. De eiser legt deze brief voor maar toont niet aan dat de beslissing inzake B.V.A. hetzelfde voorwerp heet als het zijne.

Mocht het voorwerp van de beslissing dezelfde zijn, dan nog toont de eiser niet aan dat zijn medebewoner B.V.A. een onjuiste aangite heet gedaan op het formulier C1. Wat de terugvordering betret stelt artikel 169 Werkloosheidsbesluit dat elke onrechtmatig ontvangen som ten titel van werkloosheidsuitkering dient te worden terugbetaald. Daartoe is niet vereist dat de werkloze ter kwader trouw heet gehandeld, zodat de RVA geenszins de kwade trouw van de werkloze moet

Wanneer de werkloze evenwel bewijst dat hij ter goeder trouw uitkeringen heeft ontvangen waarop hij geen recht had, wordt de terugvordering beperkt tot de laatste honderdvijftig dagen van onverschuldigde toekenning. Deze beperking wordt niet in acht genomen ingeval van cumulatie van uitkeringen in de zin van artikel 27, 4°, of van cumulatie van een uitkeringen in de zin van artikel 27, 4°, met een prestatie toegekend krachtens een andere regeling van sociale zekerheid. Nu de eiser niet kan aantonen alleenstaande te zijn, kan de terugvordering niet worden beperkt.

bewijzen (Cass. 10 september 1984, Arr. Cass. 1984-85, nr. 23). Wanneer de werkloze evenwel bewijst dat hij ter goeder trouw uitkeringen heet ontvangen waarop hij geen recht had, wordt de terugvordering beperkt tot de laatste honderdvijtig dagen van onverschuldigde toekenning.

Deze beperking wordt niet in acht genomen ingeval van cumulatie van uitkeringen in de zin van artikel 27, 4°, of van cumulatie van een uitkeringen in de zin van artikel 27, 4°, met een prestatie toegekend krachtens een andere regeling van sociale zekerheid. Nu de eiser niet kan aantonen alleenstaande te zijn, kan de terugvordering niet worden beperkt.

Tot slot blijkt dat de eiser een onjuiste verklaring heeft afgelegd, waarvoor hem een verwittiging werd gegeven.

In zijn repliek op het advies van het openbaar ministerie bespreekt de eiser een vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel, waarnaar door de arbeidsauditeur werd verwezen in zijn advies, maar brengt geen gegevens naar voor die niet gekend waren ten tijde van de sluiting der debatten.

Met die repliek kan geen rekening gehouden worden nu de rechtspraak in voormeld vonnis door de rechtbank niet wordt overgenomen in huidig vonnis.

In een arrest dd. 12 maart 2015 van het arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen, diende het hof zich uit te spreken in een gelijkaardig geschil.

Deze zaak is gekend onder het A.R. 2014/AA/288.

De werkloze had een tijd samengewoond met haar vriend, maar na de beëindiging van hun relatie huurde zij een studio boven deze van haar vriend. De studio beschikte over een eigen badkamer en eigen keuken.

De werkloze verwees daarbij nog naar volgende elementen:

Het feit dat zij met een werkloosheidsformulier Cl bij de RVA aangifte had gedaan van het feit dat zij alleen woonde;

De elektronische informatie identiteitskaart;

De verklaring van beëindigen wettelijke samenwoonst; Huurovereenkomst studio derde verdieping vanaf 01/09/2012;

Bewijs opening waarborgrekening en storting huurwaarborg;

De verklaring van de verhuurder; De verklaring afgelegd door een aantal personen;

Attest van samenstelling van het gezin op 25 augustus 2013;

Attest van samenstelling gezin op haar naam op 26 augustus 2013; Attest van samenstelling van haar vriend op 26 augustus 2013;

Attest van samenstelling op haar naam op 5 december 2013; en

Een overzicht van de door haar betaalde huurgelden sedert september 2012.

Het arbeidshof Antwerpen wees echter de vordering van de werkloze af op basis van volgende elementen:

Uit het voorgebracht attest 'samenstelling gezin' blijkt dat zowel de werkloze als haar vriend ingeschreven zijn op hetzelfde adres;

De getuigenverklaringen wegen niet op tegen de officiële inschrijving in het bevolkingsregister;

De voorgebrachte verklaring van 'beëindiging van wettelijke samenwoning' is een éénzijdige verklaring;

Wat het voorgebrachte huurcontract betreft, oordeelde het arbeidshof dat dit contract noch door de werkloze, noch door de verhuurder geregistreerd was en Aldus geen vaste dagtekening heeft;

De RVA merkt op dat het desbetreffende gebouw slechts één huisnummer heft alsook één brievenbus. Er waren ook geen afzonderlijke meters voor de nutsvoorzieningen; de werkloze brengt geen kadastrale legger voor waaruit zou blijken dat in het desbetreffende gebouwen aparte wooneenheden zijn;

Wat de voorgebrachte betalingsbewijzen van huurgelden betreft, oordeelde het arbeidshof dat de werkloze niet naar voldoening van recht dat zij een huishouding heft dat zich volledig onderscheid van haar vriend;

Er liggen geen bewijzen voor met betrekking tot de betaling van facturen voor nutsvoorzieningen en telecommunicatie.

Waar de werkloze in ondergeschikt orde een getuigenbewijs aanbood werd geoordeeld dat zulks geen bepaald en terzake dienend feit was zoals bedoeld in artikel 915 van het Gerechtelijk Wetboek maar hetgeen de conclusie zou moeten zijn die uit bepaalde, concrete en voor tegenbewijs vatbare feiten kunnen betrokkene worden.

Dat het arbeidshof Antwerpen, afdeling Antwerpen de samenwoonst streng beoordeelt, blijkt uit het voorgaande. Bovendien diende de werkloze de werkloosheidsuitkeringen die zij in de bewuste periode had genoten, aan de RVA terug te betalen en werd de beslissing tot uitsluiting van het recht op werkloosheidsuitkeringen op grond van artikel 153, eerste lid Werkloosheidsbesluit bevestigd.

Het beroep door de werkloze aangetekend werd als ongegrond afgewezen en werd het eerste vonnis gewezen door de rechter van de arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, bevestigd.

Rekening houdend met de vaste rechtspraak van deze rechtbank en kamer, dient de vordering, zoals hiervoor besproken, afgewezen te worden als zijnde ongegrond.

De bestreden beslissing dd. 30 september 2013 dient bevestigd te worden.

OM DEZE REDENEN

[ ... ]

Verklaart de vordering toelaatbaar doch ongegrond.

Bevestigt de bestreden beslissing dd. 30 september 2013 door de directeur van het Werkloosheidsbureau Gent ten aanzien van de eisende partij genomen.

[ ... ]

 

Noot: 

• Arbh. Gent (afd. Gent) 5 september 2016, NjW20I8, 117

• Cass. 9 oktober 2017, NjW 2018, 115.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 28/03/2018 - 19:51
Laatst aangepast op: do, 29/03/2018 - 18:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.