-A +A

Samenhang vorderingen in verschillende aanleg

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Datum van de uitspraak: 
vri, 20/03/2015
A.R.: 
C.14.0298.N

Uit artikel 1050, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat tegen een vonnis waarbij de rechter zich enkel bevoegd of onbevoegd verklaart, geen onmiddellijk hoger beroep openstaat en een dergelijk beroep slechts mogelijk is nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard, of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid (1). (1) Cass. 25 maart 2010, AR C.09.0554.N, AC 2010, nr. 221.

Vorderingen in verschillende aanleg kunnen niet samenhangend zijn, ook al zijn zij voor hetzelfde rechtscollege aanhangig.

Publicatie
tijdschrift: 
juridat
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.14.0298.N
MAATSCHAPPIJ VOOR HET INTERCOMMUNAAL VERVOER TE BRUSSEL, (afgekort MIVB), met zetel te 1000 Brussel, Koningsstraat 76,
eiseres,
tegen
ETHIAS nv, met zetel te 4000 Luik, rue des Croisiers 24,
verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 9 november 2010 en tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 21 januari 2014.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
Eerste onderdeel
1. Artikel 1050, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat tegen een beslis-sing inzake de bevoegdheid slechts hoger beroep kan worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis.

Uit deze bepaling volgt dat tegen een vonnis waarbij de rechter zich enkel be-voegd of onbevoegd verklaart, geen onmiddellijk hoger beroep openstaat en een dergelijk hoger beroep slechts mogelijk is nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard, of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:
- de politierechtbank van Brussel zich bij vonnis van 3 november 2008 onbe-voegd heeft verklaard om kennis te nemen van de vordering van de verweerster tegen de eiseres en de zaak heeft verzonden naar de rechtbank van eerste aan-leg te Brussel;
- de verweerster tegen dit vonnis hoger beroep heeft aangetekend bij de recht-bank van eerste aanleg te Brussel.

3. Door dit hoger beroep, dat werd gericht tegen een vonnis waarbij de politie-rechtbank zich enkel onbevoegd had verklaard en de zaak naar de volgens haar bevoegde rechter had verwezen ontvankelijk te verklaren, schendt het bestreden vonnis van 9 november 2010 artikel 1050, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek.
Het onderdeel is gegrond.

Derde onderdeel

4. Krachtens artikel 30 Gerechtelijk Wetboek kunnen rechtsvorderingen als samenhangende zaken worden behandeld wanneer zij onderling zo nauw verbon-den zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen teneinde oplossingen te ver-mijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijk worden be-recht.

Krachtens artikel 566, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kunnen verschillende vor-deringen of verschillende punten van een vordering tussen twee of meer partijen, welke, afzonderlijk ingesteld, voor verschillende rechtbanken zouden moeten worden gebracht, indien zij samenhangend zijn, voor dezelfde rechtbank samen-gevoegd worden met inachtneming van de voorrang bepaald in artikel 565, 2° tot 5°.

Krachtens artikel 565, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, in zijn hier toepasselijke versie, geschiedt in geval van aanhangigheid de verwijzing naar de aldaar bepaal-de voorrang.

5. De door die bepaling opgelegde voorrang veronderstelt dat de vorderingen hangende zijn voor rechtscolleges van dezelfde rang. Er is bijgevolg geen samen-hang tussen vorderingen in verschillende aanleg. Dit geldt ook wanneer de beide zaken voor hetzelfde rechtscollege aanhangig zijn.

6. Door te beslissen om de zaak die naar haar werd verwezen door de politie-rechtbank en waarvan zij bijgevolg in eerste aanleg was gevat wegens samenhang samen te voegen met de zaak waarvan zij was gevat ingevolge het tegen datzelfde vonnis aangetekend hoger beroep, schendt het bestreden vonnis van 9 november 2010 de voormelde wetsbepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

Omvang van cassatie

7. De vernietiging van het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 9 november 2010 brengt de vernietiging mee van het arrest van het hof van beroep te Brussel van 21 januari 2014 dat er het gevolg van is.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis en het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis en arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Leuven.

 

 

Noot: 

Bart Van Den Bergh, Onterechte voeging wegens samenhang, voorbarig hoger beroep tegen een vonnis inzake onbevoegdheid en de omvang van de vernietiging van een cassatiearrest, RW 2016-2017, 538

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 02/12/2016 - 14:52
Laatst aangepast op: vr, 02/12/2016 - 14:52

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.