-A +A

Samenhang ingevolge internationale bevoegdheidsbedingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 13/03/2017

Krachtens artikel 634 Gerechtelijk Wetboek zijn de regels betreffende de samenhang zoals bepaald in onder meer artikel 566 van dit wetboek van toepassing op de territoriale bevoegdheid.

Artikel 566, eerste lid Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat verschillende vorderingen of verschillende punten van een vordering tussen twee of meer partijen, welke, afzonderlijk ingesteld, voor verschillende rechtbanken zouden moeten worden gebracht, indien zij samenhangend zijn, voor dezelfde rechtbank kunnen samengevoegd worden met inachtneming van de voorrang bepaald in artikel 565, 2° tot 5°.

Overeenkomstig deze bepaling geschiedt de verwijzing volgens een bepaalde voorrang, waarbij geen hiërarchie bestaat tussen rechtbanken van dezelfde rangorde. Evenwel heeft, overeenkomstig artikel 565, 5° Gerechtelijk Wetboek de rechtbank waartoe men zich het eerst wendt, voorrang boven die waarvoor de zaak later wordt aangebracht.

Artikel 701 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat verscheidene vorderingen tussen twee of meer partijen, indien zij samenhangend zijn, bij eenzelfde akte kunnen worden ingesteld.

Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat, wanneer samenhangende vorderingen vallen onder de territoriale bevoegdheid van verschillende Belgische rechtbanken van koophandel de eisende partij kan kiezen om, via eenzelfde inleidende akte, alle vorderingen voor om het even welke van deze rechtbanken te brengen.

Deze keuzevrijheid geldt ook wanneer internationale bevoegdheidsbedingen meerdere Belgische rechtbanken van dezelfde rangorde aanduiden en hen allen een “exclusieve” bevoegdheid toekennen en de eisende partij op grond van één van deze bedingen niet de plicht had, maar enkel de mogelijkheid om één van de vorderingen te brengen voor een rechtbank gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2015/12
Pagina: 
857
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(H.M.E.L., vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk / H.C.V.G. NV)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 26 maart 2013.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
Ontvankelijkheid
1. De verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid op: het onderdeel kan niet tot cassatie leiden aangezien het is gesteund op de toepassing van de regels van territoriale bevoegdheid bij samenhang, terwijl het bestreden arrest zich hierover niet uitspreekt maar zijn internationale bevoegdheid of rechtsmacht beoordeelt.

2. Na te hebben vastgesteld dat geen van de partijen de opsplitsing vordert, oordelen de appelrechters dat:

de rechtsvorderingen met betrekking tot de drie contracten zo nauw verbonden zijn dat het wenselijk is om ze als samenhangende zaken te behandelen en te berechten;
de omstandigheid dat een rechter zijn bevoegdheid ontleent aan een bevoegdheidsbeding op zich de regels van de samenhang niet uitsluit;
er een conflict is tussen de bevoegdheidsbedingen, waarbij enerzijds de rechtbanken van Brussel en anderzijds de rechtbanken te Offenbach am Main, dan wel, naar keuze, die van de zetel van de verdeler, te dezen Dendermonde, bevoegd zijn;
artikel 23 EG-verordening nr. 44/2001 slechts het gerecht of de gerechten van een lidstaat als exclusief bevoegd aanwijst, maar niet bepaalt welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van samenhangende eisen;
er geen objectieve reden is om wat betreft het bevoegdheidsbeding meer gewicht toe te kennen aan de ene dan wel aan de andere overeenkomst;
artikel 9 WIPR niet kan worden aangevoerd om te rechtvaardigen dat alle rechtsvorderingen voor de rechtbank van koophandel te Brussel werden gebracht;
de omstandigheid dat de EG-verordening nr. 44/2001 niet voorziet in een regeling om samenhangende vorderingen in te leiden voor dezelfde rechter hieraan geen afbreuk doet.
Vervolgens beslissen de appelrechters dat “de [eiseres] de gevolgen dient te dragen van de conflictsituatie die voortvloeit uit de door haar ingeroepen samenhang,” zodat “moet geoordeeld worden dat enkel de rechtbank van Dendermonde bevoegd was om kennis te nemen van het samenhangende geschil tussen partijen”.

3. Uit deze redenen blijkt dat de appelrechters hun beslissing om de zaak te verzenden naar het hof van beroep te Gent, als appelrechter van de naar hun oordeel bevoegde rechtbank van koophandel te Dendermonde, steunen op de toepassing van de nationale regels van samenhang en territoriale bevoegdheid bij gebrek aan enige op het geval toepasselijke regel van internationale bevoegdheid of rechtsmacht.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid
4. Krachtens artikel 634 Gerechtelijk Wetboek zijn de regels betreffende de samenhang zoals bepaald in onder meer artikel 566 van dit wetboek van toepassing op de territoriale bevoegdheid.

Artikel 566, eerste lid Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat verschillende vorderingen of verschillende punten van een vordering tussen twee of meer partijen, welke, afzonderlijk ingesteld, voor verschillende rechtbanken zouden moeten worden gebracht, indien zij samenhangend zijn, voor dezelfde rechtbank kunnen samengevoegd worden met inachtneming van de voorrang bepaald in artikel 565, 2° tot 5°.

Overeenkomstig deze bepaling geschiedt de verwijzing volgens een bepaalde voorrang, waarbij geen hiërarchie bestaat tussen rechtbanken van dezelfde rangorde. Evenwel heeft, overeenkomstig artikel 565, 5° Gerechtelijk Wetboek de rechtbank waartoe men zich het eerst wendt, voorrang boven die waarvoor de zaak later wordt aangebracht.

Artikel 701 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat verscheidene vorderingen tussen twee of meer partijen, indien zij samenhangend zijn, bij eenzelfde akte kunnen worden ingesteld.

5. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat, wanneer samenhangende vorderingen vallen onder de territoriale bevoegdheid van verschillende Belgische rechtbanken van koophandel de eisende partij kan kiezen om, via eenzelfde inleidende akte, alle vorderingen voor om het even welke van deze rechtbanken te brengen.

Deze keuzevrijheid geldt ook wanneer internationale bevoegdheidsbedingen meerdere Belgische rechtbanken van dezelfde rangorde aanduiden en hen allen een “exclusieve” bevoegdheid toekennen en de eisende partij op grond van één van deze bedingen niet de plicht had, maar enkel de mogelijkheid om één van de vorderingen te brengen voor een rechtbank gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie.

6. De appelrechters stellen vast dat twee van de drie contracten voorzien in een bevoegdheidsbeding dat de rechtbank van koophandel te Brussel, gevat door de eiseres, als bevoegde rechtbank aanduidt en dat de vorderingen uit de derde overeenkomst waarvoor de eiseres de rechtbank van Brussel eveneens had gevat, naar keuze van de eiseres onder de bevoegdheid vallen van ofwel de rechtbanken van Offenbach am Main ofwel onder die van de zetel van de verdeler, te weten de rechtbank van koophandel te Dendermonde.

De appelrechters stellen de samenhang vast tussen de rechtsvorderingen met betrekking tot de drie contracten.

7. De appelrechters oordelen dat:

aangezien de eiseres tot dagvaarding is overgegaan en hiervoor zelf de gevolgen dient te dragen van de conflictsituatie die voortvloeit uit de door haar ingeroepen samenhang, enkel de rechtbank van koophandel van Dendermonde bevoegd was om kennis te nemen van het samenhangend geschil;
deze rechtbank immers de bevoegde rechter zou zijn geweest bij het ontbreken van voormelde bevoegdheidsbedingen.
Op die gronden verwijzen zij alle voormelde vorderingen naar het hof van beroep te Gent, als appelrechter van de rechtbank van koophandel te Dendermonde.

Door aldus te oordelen verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Cassatie zonder verwijzing
8. Ingeval het Hof van Cassatie een beslissing betreffende de bevoegdheid vernietigt, verwijst het Hof de zaak krachtens artikel 1109/1 Gerechtelijk Wetboek zo nodig naar de bevoegde rechter die het aanwijst.

Uit het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat de rechtbank van koophandel van Brussel bevoegd was om zich over de zaak in zijn geheel uit te spreken.

De zaak moet derhalve worden terug verwezen naar het hof van beroep te Brussel, anders samengesteld.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak terug naar het hof van beroep te Brussel, anders samengesteld, dat zich zal gedragen, wat de bevoegdheid betreft, naar de beslissing van het Hof.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 10/07/2017 - 10:47
Laatst aangepast op: ma, 10/07/2017 - 10:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.