-A +A

rooien en ontbossen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 08/09/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1378
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

zie ook de Noot van Marc Boes onder de publicatie van dit vonnis, Rooen is niet hetzelfde als ontbossen: lees met paswoord van RW

 

P.V.H. t/ Openbaar ministerie

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 11 februari 2009.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van art. 87 Bosdecreet, alsmede miskenning van het legaliteitsbeginsel in strafzaken zoals verwoord in art. 14 Grondwet en «het verbod van rechterlijke incriminatie»: ten onrechte oordelen de appelrechters dat de uitzonderingsbepaling van art. 87, vijfde lid, Bosdecreet waarbij voor het rooien van bossen enkel een voorafgaande melding is vereist, enkel van toepassing zou zijn indien voor de beplanting een vergunning verleend zou zijn door het college van burgemeester en schepenen en het eensluidend advies van de landbouwkundig ingenieur van de Dienst Landbouw en van de ambtenaar verleend is; voormelde uitzondering is van toepassing zodra het gaat om aanplantingen van houtachtige gewassen gedaan in agrarisch gebied; zij is daarenboven eveneens van toepassing in geval van ontbossing, waarvoor aldus geen stedenbouwkundige vergunning overeenkomstig art. 99, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 is vereist.

2. Art. 99, § 1, 2o, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt dat niemand zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning mag ontbossen in de zin van het Bosdecreet van alle met bomen begroeide oppervlakten bedoeld in art. 3, § 1 en § 2, van dat decreet.

Art. 4, 15o, Bosdecreet verstaat onder «ontbossen» iedere handeling waardoor een bos geheel of gedeeltelijk verdwijnt en aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven.

Art. 4, 20o, Bosdecreet definieert de «rooiing» als het verwijderen van bomen en houtachtige gewassen, met inbegrip van het wortelstelsel.

3. Anders dan bij «ontbossen» houdt «rooiing» aldus niet in dat aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven.

Art. 87, vijfde lid, Bosdecreet, dat als uitzondering op de vergunningsplicht van art. 99 Stedenbouwdecreet 1999, een enkele meldingsplicht oplegt voor de rooiing binnen een termijn van twaalf jaar na de aanplanting of de laatste exploitatie van houtachtige gewassen of van spontane bebossing, is bijgevolg niet van toepassing ingeval na het verwijderen van deze gewassen aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat art. 87, vijfde lid, Bosdecreet eveneens van toepassing is in geval van ontbossing, faalt het naar recht.

4. Voor het overige stellen de appelrechters vast dat het te dezen niet enkel een rooiing maar een ontbossing betreft.

In zoverre het middel opkomt tegen hun interpretatie met betrekking tot de meldingsplicht van art. 87, vijfde lid, Bosdecreet, in geval van rooiing, is het gericht tegen een motivering die overtollig is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van art. 95 Bosdecreet en van art. 149 en 159 Grondwet: de maatregelen tot herstel bedoeld in art. 95 Bosdecreet beogen enkel het herstellen in de oorspronkelijke toestand en niet het creëren van een nieuwe toestand; bijgevolg mochten de appelrechters niet ingaan op de vordering van het bestuur tot aanplanting van zomereiken, zwarte els en/of berk na rooiing van een populierenplantage, welke vordering kennelijk onredelijk is.

6. De rechter is verplicht het herstel te bevelen zodra dit noodzakelijk is om de gevolgen van het misdrijf te doen verdwijnen. Daaruit volgt dat het herstel in de oorspronkelijke toestand niet inhoudt dat de plaats noodzakelijk moet worden hersteld in de materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór het bosmisdrijf bestond. Dit herstel kan ook inhouden dat aan de illegale ontbossing een einde wordt gemaakt door aanplanting van andere boomsoorten dan die welke onrechtmatig werden verwijderd.

Ook het vereiste van evenredigheid van de gevorderde maatregel is geen beletsel voor een dergelijke vorm van herstel.

Met de redenen die het bestreden arrest vermeldt, wordt de bevolen herstelmaatregel naar recht verantwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

...

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 25/04/2010 - 21:26
Laatst aangepast op: zo, 25/04/2010 - 21:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.