-A +A

Rekenfout van een bank veroorzaakt geen bevrijding van de schuldenaar

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
don, 13/11/2014

Een materiële vergissing vaneen notaris bij de berekening van het schuldsaldo van een hypotheek, bevrijdt de schuldenaar niet, zelfs wanneer de bank deze rekenfout zou hebben overgenomen. Overeenkomsten wordenniet uitgevoerd met rekenfouten maar met goede trouw.

 

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
220
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

ING België NV,[ ... ] appellant,[ ... ]

tegen

1. B.P., [ ]

2.S.V., [ ]

geïntimeerden, [ ... ]

1. DE ANTECEDENTEN EN DE VORDERINGEN

NV ING België (verder genoemd: ING) liet op 12.11.2010 de heer B.P. en zijn echtgenote, mevrouw S.V. (verder genoemd: B.P.-S.V.) dagvaarden om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren (thans rechtbank van eerste aanleg van Limburg, afdeling Tongeren).

ING zette hierbij uiteen dat B.P.-S.V. bij haar kredieten hadden aangegaan die zij wensten te herfinancieren, en dat zij hiertoe bij brief van 21.12.2009 aan notaris Smeets te Maasmechelen de afrekening overmaakte waarin evenwel een rekenfout was geslopen. Het opgegeven bedrag werd aan ING door de notaris betaald doch ingevolge de telfout in de afrekening bleef op het hypothecair krediet met nr. [ ... ] een saldo openstaan zodat zij niet vermocht over te gaan tot handlichting van de hypothecaire inschrijving voor dit krediet genomen. ING België vorderde derhalve in essentie voor recht te horen zeggen dat B.P.-S.V. gehouden blijven hun verplichtingen na te leven uit hoofde van het saldo in de hypothecaire lening met nummer [ ... ] die gewaarborgd wordt door een hypothecaire inschrijving genomen op het onroerend goed gelegen te [ ... ].

Het bestreden vonnis van 13.09.2013 verklaarde de vordering van ING ongegrond. De tegeneis tot het verlenen van handlichting werd gegrond verklaard, onder verbeurte van een dwangsom. ING werd veroordeeld tot de gerechtskosten.

Met een op 30.10.2013 neergelegd verzoekschrift tekende ING hoger beroep aan.

Zij vordert de hervorming van het eerste vonnis en meent dat haar eis ten onrechte is afgewezen.

ING vordert tevens de veroordeling van B.P.-S.V. tot de gerechtskosten van beide aanleggen.

B.P.-S.V. besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep, tot de bevestiging van het bestreden vonnis, en tot de verwijzing van ING in de kosten van het hoger beroep.

2. BEOORDELING

1. Ingevolge het verzoek van notaris Smeets maakt ING haar bij brief van 21.12.2009 een afrekening over van de

 

verbintenissen van B.P.-S.V. in hoofdsom, intresten en toebehoren (wederbeleggingsvergoeding).

Het totaal van de opgegeven verschuldigde bedragen is 573.110,87 euro plus 77,93 euro intresten per dag vertraging na 21.12.2009.

Bij vergissing wordt in het schrijven aan de notaris een totaal opgegeven van 537.110,87 euro.

In geval van terugbetaling verklaart ING zich akkoord met handlichting van de genomen hypothecaire inschrijvingen en om afstand te doen van een hypothecaire volmacht.

Op 24.12.2009 maakt notaris Smeets aan ING de som over van 537.500,52 euro, zijnde 537.110,87 euro meer 5 dagen bijkomende intresten.

Bij mail van 30.12.2009 deelt ING aan notaris Smeets het volgende mee:

"Terwijl ik begon met de ajboekingen van de HK's stel ik vast dat de afrekening niet correct is opgemaakt.

Spijtig genoeg klopt het totaalbedrag niet. Het totaalbedrag zou moeten zijn: 572.895,14 euro.

Dus 572.895,14 euro - 537.500,52 euro

(reeds ontvangen bedrag)

35.394,62 euro tekort."

De notaris laat aan ING weten niet meer in het bezit te zijn van gelden doch bereid te zijn om mee te zoeken naar een oplossing voor deze "materiële missing". Met een schrijven van hun raadsman van 12.01.2010 stellen B.P.-S.V. ING in gebreke haar akkoord tot handlichting te geven.

Bij brief van 04.03.2010 bevestigt ING aan de notaris haar definitieve akkoord om voor twee kredieten handlichting van hypothecaire inschrijving te geven en om af te zien van de hypothecaire volmacht. Voor het derde krediet verklaart zij slechts gedeeltelijk handlichting te kunnen verlenen en de inschrijving te behouden voor een bedrag van 36.156 euro in hoofdsom en 2.500 euro in intresten, provisies en toebehoren. Op 11.05.2010 worden B.P.-S.V. gemeld als wanbetaler aan de Nationale Bank van België.

Bij beschikking van 22.07.2010 legt de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Tongeren (thans rechtbank

van koophandel te Antwerpen, afdeling Tongeren) op verzoek van B.P.-S.V. aan ING verbod op om zulke melding van wanbetaling te doen zolang geen uitspraak ten gronde is gedaan over het uit hoofde van de lening verschuldigde saldo. Hun vordering tot handlichting van de hypotheek wordt afgewezen onder meer bij gebreke aan hoogdringendheid.

2. B.P.-S.V. betwisten de ontvankelijkheid van de vordering van ING.

Zij stellen dus op dit punt impliciet incidenteel beroep in tegen het bestreden vonnis.

Ten onrechte menen B.P.-S.V. dat het ING aan belang ontbreekt om van de rechtbank een uitvoerbare titel te vorderen, omdat zij reeds beschikt over een authentieke akte die een uitvoerbare titel uitmaakt.

Het hof onderschrijft op dit punt demotivering van de eerste rechter, die hier als hernomen dient te worden beschouwd. B.P.-S.V. brengen in hoger beroep geen middel bij dat van aard is om deze oordeelkundige redengeving door de eerste rechter te herzien.

De eis van ING is ontvankelijk.

3. Bij het weergeven van de optelling van de bedragen, opgenomen in haar afrekening van 21.12.2009, heeft ING onmiskenbaar een vergissing begaan.

Indien de opgegeven bedragen in hoofdsom, intresten en wederbeleggingsvergoeding worden samengeteld geeft dit een totaal van 573.110,87 euro en niet van 537.110,87 euro.

Het is dus duidelijk dat bij het uittikken van het totaal bedrag het tweede en derde cijfer, 7 en 3, door onoplettendheid zijn omgewisseld.

4. De vraag is of B.P.-S.V. zich op deze vergissing kunnen beroepen om te stellen dat zij ook wat betreft het laatste krediet bevrijd zijn van al hun verbintenissen ten aanzien van ING, dan wel of zij tot de betaling van het saldo gehouden blijven.

ING verwijst naar artikel 2058 B.W. dat als volgt luidt: "Een rekenfout, bij een dading gemaakt, moet verbeterd worden."

 

 

 

Een mathematische fout moet evenwel niet enkel in geval van een overeen - komst van dading worden verbeterd. Deze regel is een logisch gevolg van het feit dat overeenkomsten te goeder trouw moeten worden uitgevoerd (art. 1134 B.W.).

De door ING gemaakte tikfout moet rechtgezet worden.

Terecht merkt ING op dat eenzelfde redenering zich ongetwijfeld met het goedkeuren van B.P.-S.V. zou opdringen, indien de materiële vergissing niet tot een lager maar tot een hoger totaal dan het werkelijke verschuldigde totaal aanleiding zou hebben gegeven. B.P.-S.V. kunnen zich derhalve niet beroepen op de bewezen materiële misslag van ING in haar afrekening van 21.12.2009 teneinde hun verbintenissen integraal uitgedoofd te achten.

5. Dat in de mail van ING aan notaris Smeets van 30.12.2009 (opnieuw) een verschrijving is gebeurd, is duidelijk vermits het bij vergissing opgegeven bedrag van 572.895,14 euro lager ligt dan het initieel bedrag van 573,110,73 euro.

Voor de beoordeling van de voorliggende betwisting tussen de partijen is deze vaststelling echter niet terzake dienend.

6. De afrekening dd. 21.12.2009 bevat een tabel waarin voor elke onderscheiden verbintenis het bedrag in hoofdsom, intresten en wederbeleggingsvergoeding is vermeld.

Deze bedragen moeten worden aanzien als correct en aanvaard door B.P.-S.V. aangezien zij deze ten gepaste tijde niet hebben betwist.

Zij gaven integendeel hun notaris de opdracht om op basis van die cijfers tot betaling van hun schuld ten aanzien van ING over te gaan en een herfinanciering aan te vragen bij Axa Bank.

7. De eis van ING is gegrond.

8. De tegeneis is ontvankelijk doch niet gegrond.

 

3. BESLISSING

[ ... ]

Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en het incidenteel beroep ongegrond.

Het hof wijzigt het bestreden vonnis. Het hof verklaart de hoofdeis ontvankelijk en gegrond en verklaart de tegeneis ontvankelijk doch ongegrond.

Het hof zegt voor recht dat de heer B.P. en mevrouw S.V. gehouden blijven tot hun verplichtingen uit hoofde van de hypothecaire lening met nummer [ ... ] die gewaarborgd wordt door een hypothecaire inschrijving genomen op het onroerend goed te [ ... ].

[ ... ]

Noot Caroline Lebon: EENVOUDIGE REKENFOUT VAN BANK LEIDT NIET TOT UITDOVING BETALINGSVERPLICHTING VAN KLANT

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 01/04/2016 - 14:54
Laatst aangepast op: vr, 01/04/2016 - 14:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.