-A +A

Regresvordering verzekeraar tegen werknemer verzekerde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Politierechtbank
Plaats van uitspraak: Brugge
Datum van de uitspraak: 
woe, 04/12/2013

Art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat, ingeval de werknemer bij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst schade berokkent aan derden of de werkgever, hij enkel aansprakelijk is voor zijn bedrog en zijn zware schuld en dat hij voor zijn lichte schuld slechts aansprakelijk is als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. Hij is enkel persoonlijk aansprakelijk als hij aan derden schade heeft berokkend door een opzettelijke fout, een zware fout of een gewoonlijk voorkomende lichte fout.

Deze aansprakelijkheidsregeling geldt zowel tegenover de werkgever als tegenover de derde, zoals de verzekeraar van de werkgever. Ook inzake verkeersongevallen geldt dat de werknemer slechts aansprakelijk is als bedrog, zware schuld of gewoonlijk voorkomende lichte schuld bewezen wordt

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
1668
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV K.V. t/ BVBA L.

...

A. Gegevens en voorwerp van de vordering

1. De vordering van eiseres strekt ertoe verweerder te horen veroordelen tot betaling van een provisie van 531,68 euro.

Eiseres heeft als verzekeringsmaatschappij burgerlijke aansprakelijkheid van verweerder schadevergoeding moeten uitbetalen aan een derde benadeelde, naar aanleiding van een verkeersongeval te Brugge op 16 september 2010, waarvoor verweerder bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 18 april 2012 strafrechtelijk werd veroordeeld. Tevens werd hij veroordeeld voor het sturen zonder passend rijbewijs.

Eiseres vordert haar uitgaven terug met toepassing van art. 25, 3o b van de modelpolis.

BVBA L. werd gedagvaard in tussenkomst en vrijwaring.

Een afschrift van het strafdossier, gekend onder notitienummer (...) van het parket van de procureur des Konings te Brugge, afdeling politiezaken, wordt voorgelegd, evenals een afschrift van het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 18 april 2012, dat ter zake werd gewezen.

Beoordeling

1. Eiseres is de BA-verzekeraar van de landbouwtrekker (...) met nummerplaat (...), eigendom van haar verzekeringsneemster BVBA L., huidig gedwongen tussenkomende partij in tussenkomst en vrijwaring.

Op 16 september 2010, omstreeks 16.09 uur, bestuurde huidig verweerder, werknemer van de BVBA L., te Brugge (...) deze landbouwtractor. Bij het naar links afdraaien op een stuk land werd de tractor links aangereden door de bromfietser (De V. J.), die zich van het werk (...) naar huis begaf.

Ten gevolge van de aanrijding werd de bromfietser zwaargewond overgebracht naar het ziekenhuis (...).

Op basis van het proces-verbaal met notitienummer (...) werd huidig verweerder op verzoek van het parket gedagvaard om te verschijnen voor de Politierechtbank te Brugge op 17 november 2011 waar hij zich diende te verantwoorden voor volgende feiten:

a) overtreding van artt. 418-420 Sw. (onopzettelijke slagen en verwondingen aan J. De V.);

b) overtreding van art. 19.1 Wegverkeersreglement;

c) overtreding van art. 3 van het KB van 23 maart 1998 (sturen zonder rijbewijs).

BVBA L. werd mede gedagvaard als burgerrechtelijk aansprakelijke partij, NV K. Verzekeringen (huidige eiseres), die een verzekeringsovereenkomst burgerlijke aansprakelijkheid had gesloten met BVBA L., kwam vrijwillig tussen.

Bij vonnis van 17 november 2011 werd huidig verweerder vrijgesproken voor de telastleggingen A en B, en veroordeeld voor de telastlegging C tot een geldboete van 200 euro (x 5,5) waarvan de helft met uitstel en een rijverbod van vijftien dagen. BVBA L. werd burgerrechtelijk aansprakelijk verklaard voor de geldboete en de kosten met betrekking tot de bewezen telastlegging C.

J. De V. had zich burgerlijke partij gesteld tegen BVBA L. en de vrijwillig tussenkomende partij K. Verzekeringen (huidige eiseres). Wegens de vrijspraak van huidig verweerder werd de vordering van J. De V. ongegrond verklaard en werd NV K. Verzekeringen buiten zaak gesteld.

Burgerlijke partij De V. tekende tegen dit vonnis hoger beroep aan, en werd daarin gevolgd door het openbaar ministerie.

Bij vonnis van 18 april 2012 werd de vrijspraak van huidig verweerder voor feit B bevestigd, maar werd feit A wel bewezen verklaard en werd hij veroordeeld tot een geldboete van 50 euro (x 5,5) waarvan de helft met uitstel. De veroordeling voor feit C werd bevestigd.

Op burgerlijk gebied werd het eerste vonnis hervormd in die zin dat de burgerlijke partijstelling gegrond werd verklaard en BVBA L. als burgerrechtelijk aansprakelijke partij en NV K. Verzekeringen als vrijwillig tussenkomende partij in solidum veroordeeld werden tot het betalen van een provisie van 500 euro, vermeerderd met de vergoedende intresten vanaf 19 september 2010, aan J. De V. Tevens werd een medisch deskundige, (...), aangesteld met de gebruikelijke opdracht ten aanzien van J. De V.

Eiseres, die vrijwillig tussenkwam in de strafprocedure, is van oordeel dat zij ten aanzien van huidig verweerder gerechtigd is om regres uit te oefenen voor alle uitgaven die zij heeft verricht (en nog zal verrichten) en dit op grond van art. 25, 3o, b van de modelpolis (rijden zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs). Uit het strafdossier is gebleken dat verweerder op het ogenblik van het ongeval slechts in het bezit was van een rijbewijs B, hoewel hij als bestuurder van de tractor in het bezit moest geweest zijn van een rijbewijs G.

Eiseres betaalde tot op heden een bedrag van 531,68 euro (de door de Correctionele Rechtbank te Brugge toegekende provisie en interesten), zodat zij haar vordering op heden beperkt tot een provisioneel bedrag van 531,68 euro, te vermeerderen met de vergoedende interesten en de gerechtelijke interesten vanaf datum van de betaling, 9 mei 2012, met voorbehoud voor de kosten.

Verweerder betwist de vordering van eiseres op gronden die hierna verder worden ontmoet.

Tevens ging verweerder bij exploot van 18 februari 2013 over tot dagvaarding in gedwongen tussenkomst en vrijwaring van BVBA L., stellende dat hij zich kan beroepen op de immuniteit zoals bepaald in art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet en dat verweerster in gedwongen tussenkomst hem, als zijn werkgeefster en met toepassing van art. 1384, derde lid BW, moet vrijwaren tegen de aanspraken van eiseres.

2. Verweerder beroept zich op zijn immuniteit zoals bepaald in art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet en voert aan dat eiseres vergoeding vordert voor schade die zij geleden heeft (uitkering aan de burgerlijke partij) in uitvoering van het verzekeringscontract. Het contractueel regresrecht verhindert niet dat toepassing moet worden gemaakt van art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet. Verweerder meent dat zijn strafrechtelijk beteugelde fout (sturen zonder passend rijbewijs) niet gelijkstaat aan een zware fout of een gewoonlijk voorkomende lichte schuld.

Art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat, ingeval de werknemer bij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst schade berokkent aan derden of de werkgever, hij enkel aansprakelijk is voor zijn bedrog en zijn zware schuld en dat hij voor zijn lichte schuld slechts aansprakelijk is als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. Hij is enkel persoonlijk aansprakelijk als hij aan derden schade heeft berokkend door een opzettelijke fout, een zware fout of een gewoonlijk voorkomende lichte fout (A. Van Oevelen, “De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer en van de werkgever voor de onrechtmatige daden van de werknemer in het raam van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst”, RW 1987-88, 1186). Art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet is een afwijking op de regel dat eenieder steeds jegens derden aansprakelijk is voor de schadelijke gevolgen van zijn fout. Die beperking van de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer heeft tot doel de werknemer te beschermen tegen de verhoogde risico’s van aansprakelijkheid waarin hij bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst blootstaat en die voor hem een zware financiële last kunnen betekenen (W. Van Eeckhoutte, A. Taghon en S. Vanoverbeke, “Overzicht van rechtspraak, Arbeidsovereenkomsten (1988-2005)”, TPR 2006, p. 238). De regel van art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet is van dwingend recht (APR, Tw. Arbeidsovereenkomst, nr. 208). Deze aansprakelijkheidsregeling geldt zowel tegenover de werkgever als tegenover de derde. Ook inzake verkeersongevallen geldt dat de werknemer slechts aansprakelijk is als bedrog, zware schuld of gewoonlijk voorkomende lichte schuld bewezen wordt (W. Van Eeckhoutte e.a., “Overzicht van rechtspraak, Arbeidsovereenkomsten”, TPR 1989, p. 569, nr. 122).

In casu werd verweerder strafrechtelijk veroordeeld voor het onvrijwillig toebrengen van slagen en verwondingen aan een derde, op basis van een overtreding van art. 19 Wegverkeersreglement. Op burgerrechtelijk gebied werd hij door de benadeelde niet persoonlijk aangesproken, gelet op zijn niet betwiste immuniteit en vrijstelling van burgerlijke aansprakelijkheid op grond van art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet. Eiseres werd in solidum met de werkgever/aansteller veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding. Deze veroordeling was louter gebaseerd op de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de werkgever voor de fout van de werknemer/aangestelde (art. 1384, derde lid BW) en dus niet op de persoonlijke aansprakelijkheid van de werknemer.

Aan de oorsprong van de vergoedingsplicht van eiseres ligt dus niet de aansprakelijkheid van verweerder, maar de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de gedwongen tussenkomende partij. De vrijstelling van aansprakelijkheid van art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet geldt enkel voor de aangestelde en sluit de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de werkgever op grond van art. 1384, derde lid BW niet uit (W. Van Eeckhoutte, A. Taghon en S. Vanoverbeke, o.c., TPR 2006, 245).

Krachtens het immuniteitsbeginsel is verweerder niet persoonlijk aansprakelijk voor het ongeval. Bovendien staat het sturen zonder rijbewijs buiten elk oorzakelijk verband met het ongeval, zoals impliciet maar zeker ook blijkt uit het vonnis van de correctionele rechtbank, omdat twee afzonderlijke straffen werden uitgesproken.

Ingaan op de vordering van eiseres, en verweerder dus op grond van art. 25, 3o b van de modelpolis veroordelen tot het terugbetalen van alle uitgaven die de verzekeraar al gedaan heeft en nog zal moeten doen, zou voor gevolg hebben dat de vrijstelling van gemeenrechtelijke aansprakelijkheid van verweerder, totaal miskend en omzeild wordt. De bescherming die de werknemer in art. 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet wordt geboden en die van dwingend recht is, zou daarmee totaal uitgehold worden. Naar analogie kan worden verwezen naar het regresrecht van de verzekeraar na vergoeding in het kader van art. 29bis WAM. De WAM-verzekeraar die op grond van art. 29bis WAM een vergoeding heeft uitbetaald aan een zwakke weggebruiker, kan in de in art. 25 van de modelpolis vermelde gevallen een regresvordering uitoefenen tegen de aansprakelijke verzekerde, maar slechts in de mate waarin de verzekerde krachtens het gemene recht gehouden is tot vergoeding van het slachtoffer (Cass. 7 februari 2011, NJW 2011, 338, noot I.B., “Verhaal van WAM-verzekeraar op verzekeringnemer voor vergoedingen betaald op grond van artikel 29bis WAM”, RW 2012-13, 460; Pol. Brugge 13 januari 2000, RW 2001-02, 423; Rb. Bergen 11 januari 2012, VAV 2012, 293; F. Feron, “L’action récursoire en assurance R.C. auto”, VAV 2011, 72). Het regresrecht van de verzekeraar is beperkt tot het bedrag waartoe de verzekeraar op grond van de aansprakelijkheid van zijn verzekerde is gehouden (Cass. 7 juni 2010, NJW 2010, 624, noot G. Jocqué, RGAR 2011, nr. 14810, noot B. De Coninck; Pol. Oudenaarde 17 december 2012, RW 2013-14, 313).

De vraag of het rijden zonder rijbewijs nu al dan niet een zware fout is of een gewoonlijk voorkomende lichte fout in de zin van art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet, is in onderhavig geval totaal irrelevant, omdat deze fout in geen enkel oorzakelijk verband staat met de schade en bijgevolg niet kon leiden tot aansprakelijkheid van verweerder.

3. Bijgevolg is de vordering van eiseres tegen verweerder ongegrond. Het gevolg daarvan is dat de vordering in tussenkomst en vrijwaring tegen BVBA L. zonder voorwerp is.

Noot: 

Onder de publicatie van dit vonnis in het rechtskundig weekblad: Charlotte Henskens, Het regresrecht van de aansprakelijkheidsverzekeraar tegen de verzekerde werknemer.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 12/06/2017 - 17:57
Laatst aangepast op: ma, 12/06/2017 - 17:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.