-A +A

Regresvordering op grond van uitsluitingsbeding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 04/12/2013
A.R.: 
P.13.0285.F

Artikel 89, §5, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, dat de strafrechter, voor wie de verzekeraar door de benadeelde in de zaak wordt betrokken, verbiedt uitspraak te doen over de rechten die de verzekeraar ten aanzien van de verzekerde kan doen gelden, verbiedt niet dat de tussenkomende verzekeraar voor de strafrechter, tegen de benadeelde die zijn rechtstreeks vorderingsrecht uitoefent op grond van de verzekeringsovereenkomst, de excepties opwerpt bedoeld in artikel 87, §2, van de wet; dergelijke exceptie is immers geen recht dat de verzekeraar ten aanzien van de verzekerde doet gelden maar heeft, indien gegrond, alleen tot gevolg dat eerstgenoemde wordt vrijgesteld van de dekking die hij het slachtoffer verschuldigd is; de beoordeling van die exceptie door de strafrechter is onlosmakelijk verbonden met de uitoefening van de rechtstreekse vordering van de benadeelde (zie ook: Zie Cass. 27 jan. 2004, AR P.03.0839.N, AC 2004, nr. 46).

Artikel 8, tweede lid, van de Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, dat de verzekeraar in staat stelt zich van zijn verplichtingen te bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald, sluit niet alleen uit dat hij zich van zijn verplichtingen kan bevrijden voor de gevallen van grove schuld die in algemene bewoordingen zijn gesteld, maar ook voor de gevallen van grove schuld die kunnen worden bepaald, rekening houdend met de maatregelen die in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming dan wel door de coördinator veiligheid en gezondheid zijn aanbevolen (zie ook: Cass. 29 juni 2009, AR C.08.0003.F, AC 2009, nr. 446 en Marcel FONTAINE, Droit des assurances, 3de uitg. Larcier, 2006, p. 261, nr. 374).

De regresvordering die de arbeidsongevallenverzekeraar kan instellen tegen de voor het arbeidsongeval aansprakelijke, mag het bedrag niet overschrijden van de schadeloosstelling die de getroffene voor dezelfde schade naar gemeen recht had kunnen verkrijgen (1); wanneer de schade is veroorzaakt door de samenlopende fouten van de beklaagde en het slachtoffer, treedt de arbeidsongevallenverzekeraar in de rechten van de getroffene, naar rato van het aandeel van de beklaagde in de aansprakelijkheid voor het ongeval (2). (1) Zie Cass. 16 sept. 1985, AR 4734, AC 1986-1987, nr. 27. (2) Zie Cass. 18 jan. 1994, AR 6950, AC 1994, nr. 25.

 

 

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2014/11
Pagina: 
716
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(1. F.V. CVBA / F.D., M.D., S.J. en Axa Belgium NV)

(2. L.G. en A.G. / M.D. en S.J.)

(3. Axa Belgium NV / F.V. CVBA, R.S. (advocaat, vereffenaar van de NV E.S.), C.I.B. NV, R.W., P.S., G.M. en A.C.I.S.D.S. VZW)

(4. R.S. (advocaat, vereffenaar van de NV E.S.) / F.D., M.D., S.J. en Axa Belgium NV)

(5. F.D. en S.J. / F.V. CVBA, C.V., R.S. (advocaat, vereffenaar van de NV E.S.), C.I.B. NV, R.W., P.S., G.M., A.C.I.S.D.S. VZW, G. NV en L.G.)

(6. G. NV / M.D. en S.J.)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 10 januari 2013.

De eiseres, de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid F.V., voert twee middelen aan en de eisers L.G., A.G. en de naamloze vennootschap G. voeren drie middelen aan. De eiseres, de naamloze vennootschap Axa Belgium, voert een middel aan, evenals de eiser R.S., qualitate qua.Die middelen worden voorgedragen in vier memories waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest gehecht is.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling
De eiseres, die in het bestreden arrest en in de akte van cassatieberoep coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid F.V. wordt genoemd, is dezelfde als de hoger omschreven F.V., coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

A. Cassatieberoep van F.V. CVBA
1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over het aansprakelijkheidsbeginsel en de verplichting voor de eiseres om de schade te vergoeden van de verweerders F. en M.D., S.J. en van Axa Belgium NV
Eerste middel
Het middel voert schending aan van artikel 89, § 5 wet landverzekeringsovereenkomst. Die bepaling verbiedt de strafrechter, voor wie de verzekeraar door de benadeelde in de zaak wordt betrokken, uitspraak te doen over de rechten die de verzekeraar ten aanzien van de verzekerde kan doen gelden.

Volgens de eiseres overtreedt het arrest dat verbod door te beslissen dat de door haar aangevoerde clausules tot uitsluiting van dekking geen uitwerking hebben, waardoor zij verplicht wordt de schade te dekken.

Het voormelde artikel 89, § 5 verbiedt de tussenkomende verzekeraar voor de strafrechter niet om de benadeelde, die zijn rechtstreeks vorderingsrecht uitoefent op grond van de verzekeringsovereenkomst, de excepties tegen te werpen bedoeld in artikel 87, § 2 van de wet.

Dergelijke exceptie is immers geen recht dat de verzekeraar ten aanzien van de verzekerde doet gelden maar heeft, indien ze wordt aangenomen, alleen tot gevolg dat eerstgenoemde wordt bevrijd van de dekking die hij het slachtoffer moet verlenen.

De beoordeling van die exceptie door de strafrechter is onlosmakelijk verbonden met de uitoefening van de rechtstreekse vordering van de benadeelde.

Daaruit volgt dat het arrest, door de eiseres het voordeel te ontzeggen van de door haar aangevoerde uitsluitingsbedingen, geen uitspraak doet over een punt dat de in het middel bedoelde wetsbepaling aan de rechtsmacht van het hof van beroep zou hebben onttrokken.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel
Krachtens artikel 8, tweede lid wet landverzekeringsovereenkomst, dekt de verzekeraar de schade veroorzaakt door de schuld, ook de grove schuld, van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde. De verzekeraar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald.

Die bepaling sluit niet alleen uit dat de verzekeraar zich van zijn verplichtingen kan bevrijden voor de gevallen van grove schuld die in algemene bewoordingen zijn gesteld, maar ook voor de gevallen van grove schuld die kunnen worden bepaald in functie van de maatregelen die door het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming dan wel door de coördinator veiligheid en gezondheid zijn aanbevolen.

Het arrest stelt vast dat artikel 26 van de algemene voorwaarden van de door de hoofdaannemer bij de eiseres gesloten polis burgerlijke aansprakelijkheid exploitatie, bepaalt dat de schade “veroorzaakt door het ontbreken of weghalen van wettelijke veiligheidsuitrusting” van de verzekering wordt uitgesloten.

De appelrechters, die oordelen dat bij gebrek aan een definitie van het begrip veiligheidsuitrusting, de tekst van de clausule een algemeen karakter heeft waardoor het geen uitwerking kan hebben, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(…)

D. Cassatieberoep van Axa Belgium NV
1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen die, op haar burgerlijke rechtsvorderingen tegen de verweerders, F.V. CVBA en R.S. qualitate qua, uitspraak doen over
a. het beginsel van de aansprakelijkheid
Middel
Het voorwerp van de regresvordering die de arbeidsongevallenverzekeraar kan instellen tegen de voor het arbeidsongeval aansprakelijke persoon, mag het bedrag niet overschrijden van de schadevergoeding die de getroffene voor dezelfde schade naar gemeen recht had kunnen verkrijgen.

Daaruit volgt dat wanneer de schade is veroorzaakt door de samenlopende fouten van de beklaagde en het slachtoffer, wat volgens het arrest het geval is, de arbeidsongevallenverzekeraar in de rechten van de getroffene treedt, naar rato van het aandeel van de beklaagde in de aansprakelijkheid voor het ongeval.

Het arrest miskent die regels niet door te beslissen dat, met betrekking tot het aansprakelijkheidsbeginsel, de subrogerende partij wegens haar eigen fout een 1/5 van haar schade moet dragen, zodat de gesubrogeerde partij haar onkosten slechts kan terugvorderen tot beloop van een bedrag dat de 4/5 van diezelfde schade niet overschrijdt.

De appelrechters, die het bedrag van de vergoeding waarop de getroffene recht heeft naar gemeen recht nog niet hadden vastgesteld, dienden niet na te gaan of 80% van dat bedrag het totaal van de bedragen overschrijdt die de eiseres aan haar verzekerde, die door het ongeval is getroffen, heeft uitbetaald.

Het arrest beslist niet dat de arbeidsongevallenverzekeraar nooit recht zal hebben op meer dan 80% van het bedrag van de vergoeding die hij de getroffene heeft uitbetaald maar dat hij, wat niet hetzelfde is, slechts recht heeft op 80% van het nog niet vastgestelde bedrag van de vergoeding die de getroffene naar gemeen recht verschuldigd is.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(…)

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van F.V. CV, in zoverre het gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen die tegen haar zijn ingesteld door F. en M.D., S.J. en Axa Belgium NV, uitspraak doen over de omvang van de verschillende schadeposten.

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van Axa Belgium NV, in zoverre het gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen die tegen haar zijn ingesteld door F.V. CV en tegen R.S. qualitate qua,uitspraak doen over de omvang van de schade.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet in de zaak van R.S. qualitate qua.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het, op de strafvordering tegen L.G. en A.G., hen tot een straf en tot een bijdrage aan het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden veroordeelt.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van M.D. en S.J. tegen L.G. en G. NV.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerders F.D., M.D., S.J. en Axa Belgium NV, elk tot 1/8 van de kosten van het cassatieberoep van R.S. qualitate qua,en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Laat de kosten van het cassatieberoep van A.G. ten laste van de Staat.

Veroordeelt de verweerders M.D. en S.J., ieder tot 1/4 van de kosten van de cassatieberoepen van L.G. en G. NV, en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Veroordeelt de overige eisers, F.V. CV, Axa Belgium NV, F.D. en S.J., tot de kosten van hun cassatieberoep.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

 

Noot: 

Cassatie 24/12/2009 Juridat en RW 2011-2012, 606

Nr. C.09.0024.N
FORTIS INSURANCE BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53,
eiseres,

tegen
V. D. V. D.
verweerder,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 7 februari 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde.
Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan.

III. BESLISSINGVAN HET HOF
Beoordeling
Ontvankelijkheid
1. De verweerder werpt op dat het middel niet ontvankelijk is omdat het opkomt tegen een feitelijke beoordeling, waarvoor het Hof niet bevoegd is.

2. Het staat het Hof na te gaan of de rechter, uit de door hem vastgestelde feiten, wettig een afstand van recht of het ontbreken daarvan heeft kunnen afleiden.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet aangenomen worden.
Middel zelf

3. Krachtens artikel 88, tweede lid, van de wet op de landverzekeringsovereenkomst van 25 juni 1992, is de verzekeraar, op straffe van verval van zijn recht van verhaal, verplicht de verzekeringnemer of, in voorkomend geval, de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, kennis te geven van zijn voornemen om verhaal in te stellen zodra hij op de hoogte is van de feiten waarop dat besluit is gegrond.

Deze bepaling is van dwingend recht ten gunste van de verzekerde.
De verzekerde kan derhalve, uitdrukkelijk of stilzwijgend, afstand doen van het recht zich te beroepen op het uit artikel 88, tweede lid, van de wet op de landverzekeringsovereenkomst voortvloeiende verval van het recht van verhaal van de verzekeraar.

4. Afstand van recht is een eenzijdige rechtshandeling, die niet door de wederpartij moet worden aanvaard.
Afstand van recht wordt niet vermoed en kan alleen worden afgeleid uit feiten die niet voor een andere uitlegging vatbaar zijn.

5. Het vonnis stelt vast dat de verweerder, nadat de eiseres hem in een aangetekende brief haar beslissing tot verhaal overeenkomstig artikel 25 van de algemene polisvoorwaarden had meegedeeld en de verweerder had aangemaand tot betaling, in een brief van 7 december 2001 aan de eiseres schreef de schade te zullen betalen.

6. Door te oordelen dat de brief van 7 december 2001 een louter eenzijdig voorstel is dat bij gebrek aan aanvaarding door de eiseres of uitvoering of begin van uitvoering ervan door de verweerder, voor hem geen enkele contractuele verplichting creëerde, zodat dit niet kan beschouwd worden als een erkenning van het recht van verhaal van de eiseres en het verval van het verhaalrecht van de eiseres door dit loutere voorstel dan ook niet ongedaan werd gemaakt, miskent het vonnis het algemeen rechtsbeginsel betreffende de afstand van recht.
Het middel is in zoverre gegrond.
Overige grieven

7. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden.
Dictum
Het Hof,
eenparig beslissend,
Vernietigt het bestreden vonnis behalve in zoverre het hoger beroep ontvankelijk wordt verklaard.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 06/07/2017 - 16:33
Laatst aangepast op: do, 06/07/2017 - 16:33

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.