-A +A

Regels van deskundigenonderzoek zijn niet voorgeschreven op straffe van nietigheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Dendermonde
Datum van de uitspraak: 
don, 08/03/2012

De regels inzake het deskundigenonderzoek in burgerlijke zaken niet zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid (A. Smets, Het recht op tegenspraak in civiele geschillen, Brugge, die Keure, 2009, p. 434, nr. 593).

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
28
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Rechtbank van Koophandel te Dendermonde

2e Kamer – 8 maart 2012

NV I. t/ NV G. e.a.

...

Vooraf dient de rechtbank evenwel een discussie te beslechten van procedurele aard.

De gemeente Wetteren is o.a. van oordeel dat haar recht van verdediging zou geschonden zijn. Zij concludeert dat gezegd zou worden voor recht dat de expertise te haren aanzien nietig, minstens niet tegenwerpelijk is, voor het gedeelte dat werd afgewikkeld voordat zij in zake werd geroepen.

Vooraf dient te worden opgemerkt dat er geen oorzaken of gronden van nietigheid van het deskundigenverslag kunnen worden aangenomen. De nietigheden waarmee een deskundigenverslag behept zou kunnen zijn, worden op limitatieve wijze vastgesteld in de wet; voor de goede orde zij beklemtoond dat het hier gaat om een deskundigenonderzoek in burgerlijke zaken. Volgens de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek kunnen alleen het ontbreken van de handtekening of van de eedformule van de deskundige resulteren in de nietigheid van het verslag (art. 978 Ger.W.): hiervan is duidelijk geen sprake. Ook ligt geen nietigheid voor wegens niet-naleving van de Taalwet in Gerechtszaken (art. 33). De conclusie in dat verband luidt dan ook dat het deskundigenverslag, bij gebreke van enige geschonden wetsbepaling, geenszins nietig is.

Het (beweerd) niet naleven van het recht op tegenspraak van één van de procespartijen kan niet als sanctie hebben de nietigheid van het deskundigenverslag, aangezien de regels inzake het deskundigenonderzoek in burgerlijke zaken niet zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid (A. Smets, Het recht op tegenspraak in civiele geschillen, Brugge, die Keure, 2009, p. 434, nr. 593).

Rest nog de vraag naar de door de gemeente Wetteren opgeworpen grieven, die volgens haar tot gevolg zouden moeten hebben dat het deskundigenverslag aan haar niet tegenwerpelijk zou moeten worden verklaard.

Het begrip van het recht van verdediging is een begrip met sterk formeel-procedurele inslag; er kan slechts sprake zijn van een miskenning van het recht van verdediging wanneer een (proces)partij haar recht op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd door art. 6 EVRM, niet ten volle heeft kunnen uitoefenen.

Er is schending van het recht van verdediging wanneer een partij geen tegenspraak heeft kunnen laten gelden of de mogelijkheid tot het leveren van tegenspraak dermate klein is dat van een daadwerkelijk contradictoir debat geen sprake meer is. Niettemin dient te worden beklemtoond dat het recht op tegenspraak, gewaarborgd door art. 6 EVRM, sensu stricto enkel betrekking heeft op de procedure voor de rechtbank zelf (zie o.a.: EHRM 2 juni 2005, Cottin t/ België, RABG 2005, 1492).

Conform vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dient voor de beoordeling van de krenking van het recht van verdediging immers niet zozeer de niet in acht genomen alleenstaande formaliteit of proceshandeling in aanmerking te worden genomen, maar wel de volledige opeenvolging ervan in het raam van de gehele procesgang.

De miskenning van het recht op een eerlijk proces, het recht op tegenspraak of het recht van verdediging (die uiteindelijk slechts species zijn van het genus recht op een eerlijk proces) moeten worden getoetst op hun concrete realiteit en niet aan hun zuiver formele aspecten; daarbij moet het eerlijk karakter van het proces globaliter worden getoetst, dus in fine litis, waarbij alle procedurefases in aanmerking worden genomen (zie o.m.: J. Du Jardin, “Artikel 6 Europees Verdrag rechten van de mens. Het recht op een eerlijk proces. In hoeverre moet het proces eerlijk zijn?” in Vigilantibus Ius Scriptum. Feestbundel voor Hugo Vandenberghe, Brugge, die Keure, 2007, (129) 136).

Het is veeleer essentieel dat partijen de bevindingen van de gerechtsdeskundige ter discussie kunnen stellen in de procedure ten gronde (zie infra).

Onverminderd hetgeen hiervoor is overwogen, geldt dat de verplichting dat iedere expertise op tegenspraakmoet gebeuren, inhoudt dat ieder van de partijen kennis dient te hebben van alles wat mondeling of schriftelijk aan de deskundige wordt meegedeeld, van ieder stuk dat hem wordt bezorgd en van de inlichtingen of stukken die de deskundige op eigen initiatief inzamelt. De partijen die tegenover elkaar staan in het betrokken geschil zullen bovendien ook te allen tijde moeten worden opgeroepen om aanwezig te zijn bij de werkzaamheden, ze zullen moeten worden gehoord en ze hebben het recht om een antwoord te krijgen op de opmerkingen die ze ter zake formuleren (P. Lurquin, Traité de l’expertise en toutes matières, I, Brussel, Bruylant, 1985, p. 57, nr. 48).

De deskundige is er dus bij het vervullen van zijn opdracht toe gehouden bepaalde door de wet opgelegde vormen, verplichtingen en begrenzingen in acht te nemen. Met het oog op een eerlijk proces zal hij in het raam van de expertise aan de partijen de kans moeten geven zich uit te spreken over de feitelijke vaststellingen die hij heeft gedaan. Maximale tegenspraak moet worden gegarandeerd.

Een belangrijke opmerking is evenwel dat de partijen steeds de mogelijkheid hebben om het deskundigenverslag te betwisten voor het rechtscollege dat ten gronde uitspraak doet en dit niet enkel met betrekking tot de aangevoerde onregelmatigheden, maar ook met betrekking tot de vaststellingen, alsmede de besluiten van de deskundige (Cass. 5 oktober 2000, C.99.0003.F; Cass. 15 maart 1985, RW 1985-86, 1008).

Het is bijgevolg de bodemrechter die – ter gelegenheid van zijn onderzoek ten gronde, waarbij hij het deskundigenverslag zal moeten nalezen en de regelmatigheid van de expertiseverrichtingen zal moeten nagaan – moet uitmaken of het recht van verdediging van één van de procespartijen geschonden of miskend is. Hierbij geldt de belangrijke nuance dat elementen uit het deskundigenverslag (zelfs ten aanzien van de partij wier recht van verdediging zou zijn miskend) nog kunnen gelden als vermoeden (wanneer ze worden bevestigd door andere stukken van het dossier en bovendien ook als eenvoudige inlichting door de rechter in aanmerking kunnen worden genomen.

Van een schending van het recht van verdediging of het recht op tegenspraak in voormeld opzicht ligt evenwel geen bewijs voor.

Vooraf dient te worden opgemerkt dat de door deze rechtbank aangestelde gerechtsdeskundige zelf deel noch part heeft aan het feit dat de gemeente Wetteren pas na verloop van enige tijd in de procedure werd geroepen; dit procedureel gegeven is hem vanzelfsprekend niet toerekenbaar.

Voorts dient te worden vastgesteld dat de gemeente Wetteren in gebreke blijft om op overtuigende wijze aan te tonen dat haar het recht op verdediging zou zijn ontzegd of dat zij in haar verweermiddelen zou zijn gefnuikt.

Art. 812 Ger.W., op welke bepaling de gemeente Wetteren lijkt te alluderen, mag niet worden verabsoluteerd in zijn draagwijdte en betekenis. Een en ander blijkt trouwens uit (het weliswaar ten tijde van de kwestieuze expertiseverrichtingen nog niet van toepassing zijnde) art. 981 Ger.W., waarvan de tekst in zijn huidige versie luidt: “Het deskundigenonderzoek kan niet tegengeworpen worden aan de partij die gedwongen tussenkomt nadat de deskundige zijn voorlopig advies heeft verstuurd, tenzij zij van het middel van de niet-tegenwerpbaarheid afziet. De derde die tussenkomt kan niet eisen dat reeds gedane werkzaamheden in zijn bijzijn worden overgedaan, tenzij hij aantoont daar belang bij te hebben”.

A contrario blijkt uit deze bepaling dat het deskundigenonderzoek tegenwerpelijk is, indien de derde gedwongen tussenkomt voordat het voorverslag verzonden is door de deskundige.

Het hoeft geen betoog dat er in onderhavige zaak nog geen voorverslag was ten tijde van de tussenkomst door de gemeente Wetteren. Deze laatste heeft bovendien de kans en de gelegenheid gehad om voor haar belangen op te komen tijdens de expertisewerkzaamheden zelf; dat er voordien reeds een aantal expertiseverrichtingen of zittingen hadden plaatsgehad, doet aan het bovenstaande geen afbreuk.

Enig bewijs van concrete belangenschade ontbreekt: poneren dat de expertise reeds lopende was op het ogenblik dat men participatierecht krijgt in het geding (doordat men pas lopende de procedure in de zaak werd betrokken) volstaat geenszins.

Bij nazicht van het deskundigenverslag stelt de rechtbank vast dat de gerechtsdeskundige precies zodanig gehandeld heeft opdat het recht van verdediging (van de toen nog niet bij de zaak betrokken partijen) in de mate van het mogelijke zou gevrijwaard blijven. Ter gelegenheid van de vierde expertisevergadering, nadat gebleken was dat ook de tussenkomst of aanwezigheid van de gemeente Wetteren nodig was, heeft de deskundige immers zijn werkzaamheden opgeschort en het initiatief gelaten aan de meest gerede partij om de gemeente Wetteren alsnog bij de zaak te betrekken, naast de NV A.

In essentie voelt de gemeente Wetteren zich blijkbaar gegriefd door het feit dat de schadebegroting bij I., initieel aanleggende partij, niet op tegenspraak overgedaan werd nadat zij in zake was gekomen; deze grief kan evenwel niet overtuigen, aangezien andere partijen (met op dat vlak volkomen gelijklopende belangen als die van de gemeente Wetteren) geen substantieel cijfermatige discussies voeren over de schade waarvoor I. vergoeding wenst te verkrijgen. Bovendien zijn er voldoende stavingsstukken voorhanden waartegen de gemeente Wetteren haar tegenspraak volledig kan laten gelden.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 05/09/2014 - 21:28
Laatst aangepast op: vr, 05/09/2014 - 21:28

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.