-A +A

Rechtstreekse vereffening-verdeling door de rechter zonder tussenkomst van de notaris

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
woe, 10/12/2014

Ondanks de exclusieve bevoegdheid van de daartoe aan te stellen notaris, kan de rechter, mede om proceseconomische redenen, zelf de gerechtigdheden bepalen in een onverdeelde boedel die slechts één onlichamelijk roerend element en meer precies een beleggingsproduct bevat.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2015-2016
Pagina: 
434
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
P. t/ M.

...

Beoordeling

De vorderingen van de vrouw

...

In zoverre de eis van de vrouw strekt tot vrijgave en toekenning van het saldo van de belegging bij (...), heeft het hof reeds bij tussenarrest van 19 maart 2014 overwogen dat dit contract gemeenschappelijk is. Voorts heeft het hof overwogen dat deze belegging afkoopbaar is en bijgevolg onmiddellijk verdeelbaar; de door de eerste rechter bevolen aanstelling van een notaris-vereffenaar (wiens opdracht zou worden beperkt tot de vereffening en verdeling van deze belegging) is dan ook een overbodige maatregel.

De proceseconomie verzet zich in deze specifieke concrete zaak tegen een letterlijke toepassing van art. 1207 en art. 1210 Ger.W. Hoewel traditioneel aangenomen wordt dat de rechter niet bevoegd is om zelf de vereffening en verdeling op te stellen, zij opgemerkt dat niets eraan in de wet staat dat de rechter zelf de gerechtigdheden bepaalt in de onverdeelde boedel, indien deze zich beperkt tot één enkel roerend (onlichamelijk) goed, in casu een beleggingsproduct, en partijen (die niet gehuwd waren maar slechts een feitelijke samenlevingsrelatie hadden) voor het overige al hun vorderingen en aanspraken reeds hebben geformuleerd voor diezelfde rechter. In feite doet het hof niets anders dan toepassing maken van het wettelijk vermoeden van gelijkheid van de onverdeelde aandelen (art. 577-2, § 2 BW). Voor girale tegoeden is de aanwijzing van een onverdeeld aandeel in waarde in concreto niet te onderscheiden van een onverdeeld aandeel in het goed zelf, omdat alle bestanddelen generiek en equivalent zijn. Een voorafgaande verdeling is dus niet nodig (Th. Van Sinay, “Bewijs en bewijsmiddelen in de gerechtelijke verdeling” in Tendensen Vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, (213), p. 216, nr. 7; F. Blontrock, noot onder Brussel 27 mei 1998, T.Not. 2000, 446).

Uit de meest recente stukken blijkt dat deze belegging op 22 oktober 2014 nog een bedrag vertegenwoordigde van 11.359,16 euro; beide partijen zijn gerechtigd op de helft van dit saldo, dit is op de helft van de afkoopwaarde, indien deze waarde zou verschillen. Hoewel het hof overwogen had in het tussenarrest dat uit de stukken bleek dat ten opzichte van de oorspronkelijke inleg van 25.000 euro de waarde van het contract op 1 januari 2013 nog 12.001,24 euro bedroeg, werd ter zitting van 18 november 2014 verduidelijkt dat het een belegging betrof zonder kapitaalgarantie. Uit het thans bijkomend neergelegde stuk in het dossier van de vrouw blijkt dat het een belegging betreft van klasse 5, zodat het een product betreft waaraan toch een relatief groot risico verbonden is.

Het bestreden (eind)vonnis van 26 april 2012 wordt op dit punt hervormd.

...

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 08/12/2015 - 19:21
Laatst aangepast op: di, 08/12/2015 - 19:21

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.