-A +A

Rechtsplegingsvergoeding voor de advocaat van de gerechtelijke mandataris

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Datum van de uitspraak: 
maa, 27/02/2012

Een gerechtelijk mandataris zoals een curator is vaak een advocaat die met kennis van zaken de verdediging kan waarnemen. IN dit geval heeft hij geen recht op rechtsplegingsvergoeding.

Wanneer evenwel de zaak complex is en de aanstelling van een advocaat vergt kan een gerechtelijke mandataris die beroep doet op een advocaat met bijzondere onderlegdheiod aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2012/11
Pagina: 
756
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV B. t/ Faillissement BVBA A.R.

NV K.B. laat gelden dat advocaat B.T. in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van BVBA A.R. als procespartij zelf het geding voert en geen aanspraak kan maken op betaling van een rechtsplegingsvergoeding. Het enkele feit dat advocaat B.T. q.q. zich in het raam van de procedure laat vertegenwoordigen door een advocaat die deel uitmaakt van de advocatenassociatie waartoe advocaat B.T. zelf behoort, verleent, aldus NV K.B., geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

Advocaat B.T. q.q. van zijn zijde voert aan dat de curator die zich door een advocaat laat vertegenwoordigen en bijstaan, recht heeft op een rechtsplegingsvergoeding. De omstandigheid dat de advocaat deel uitmaakt van de advocatenassociatie waartoe ook de curator behoort, wijzigt volgens B.T. q.q. aan het bovenstaande niets.

Terecht betoogt advocaat B.T. q.q. dat het ambt van curator onderscheiden dient te worden van de taken van de advocaat. In tegenstelling tot een advocaat die in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van een procespartij bijstand aan die partij verleent, is de curator een gerechtelijke mandataris die de boedel vertegenwoordigt en het faillissement van een handelaar in het belang van alle schuldeisers en de gefailleerde beheert.

Het bovenstaande neemt niet weg dat de curator steeds een advocaat is. Dit impliceert dat de curator zelf de verdediging van de failliete boedel voor de rechtbank kan voeren. Voor het beheer van de boedel en de daarmee verwante zaken, daarin begrepen het voeren van rechtsgedingen, wordt hij als curator verloond. De curator kan een beroep doen op de bijstand van een advocaat in zaken die een bijzondere complexiteit vertonen of waarin een gespecialiseerde juridische bijstand vereist is.

In casu stelt het hof vast dat de betwisting waarin de curator q.q. voor de rechtbank betrokken was en waarvoor hij een beroep deed op de bijstand van een advocaat, niet meer was dan een courante betwisting die geen enkele gespecialiseerde juridische kennis vereiste. De juridische bijstand die werd verleend aan de curator beperkte zich tot het opstellen van een korte conclusie waarin de afwijzing van de vordering werd gevraagd.

Er is in redelijkheid geen grond om te besluiten dat de curator in een dergelijk eenvoudige betwisting de bijstand van een advocaat vereist. Wanneer de curator bijkomend en zonder een redelijk aanwijsbare reden een beroep doet op een advocaat die deel uitmaakt van dezelfde advocatenassociatie waartoe ook de curator behoort, dan doet dit vragen rijzen naar de miskenning van goede trouw.

Advocaat B.T. q.q. maakt niet aannemelijk in dit geval aanspraak te kunnen maken op een rechtsplegingsvergoeding.

Het hoger beroep is gegrond.

Als de in het ongelijk gestelde partij is advocaat B.T. q.q. gehouden tot betaling van de gerechtskosten in hoger beroep, daarin begrepen de rechtsplegingsvergoeding. Gelet op de staat van het faillissement kan de minimumrechtsplegingsvergoeding worden opgelegd.
 

Noot: 

NOOT onder voormeld arrest in het RABG, Patricia Van Lersberghe, RABG, 2012/11, 759 

Zie ook:

• S. Voet, «Rechtsplegingsvergoeding per gerechtelijke band: Where will it all end?»,, Kantteking RW 2010-2011, 888

• Stefaan Voet Rechtsplegingsvergoeding bij een gemengde vorderiing Hof van Cassatie hakt de knoop door, noot onder Cass. 15 januari 2010, RW 2010-2011, 874.

Met toelichting over de verschillende standpunten inzake rechtsplegingsvergoedingen bij meerdere vorderingen gelardeerd met rechtspraak en rechtleer.

Rechtspraak:

• Kh. Brugge, afdeling Oostende 10 mei 2010, RW 2012-13, 349.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 13/04/2013 - 19:03
Laatst aangepast op: za, 04/05/2013 - 17:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.