-A +A

Rechtsplegingsvergoeding verschuldigd door Gemeenschappelijk Waarborgfonds voor de strafrechter

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 04/11/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
1593
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds t/ S.N.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Namen van 16 september 2008.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Beide onderdelen samen

...

Naar luid van art. 162bis, eerste lid Sv., veroordeelt ieder veroordelend vonnis, uitgesproken tegen de beklaagde en tegen de personen die burgerrechtelijk aansprakelijk zijn, hen tot het betalen aan de burgerlijke partij van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in art. 1022 Ger.W.

Art. 19bis-17, eerste lid van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen bepaalt dat, wanneer de burgerlijke vordering tot vergoeding van de door een motorrijtuig veroorzaakte schade wordt ingesteld voor het strafgerecht, het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds door de benadeelde in het geding kan worden geroepen en ook vrijwillig kan tussenkomen onder dezelfde voorwaarden als wanneer de vordering voor het burgerlijk gerecht was gebracht.

De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Krachtens art. 1022 Ger.W. valt zij ten laste van de partij die in het ongelijk is gesteld.

Daaruit volgt dat de eiser voor de burgerlijke rechter tot betaling van de voormelde vergoeding had kunnen worden veroordeeld, ook al bepaalt art. 19bis-11, § 1 WAM-Wet 1989 dat niet uitdrukkelijk.

Aangezien het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds voor het strafgerecht onder dezelfde voorwaarden in de zaak mag worden betrokken, kan art. 162bis, eerste lid, Sv. niet gelezen worden als een verbod op de veroordeling van de vrijwillig tussengekomen partij die in het ongelijk is gesteld.

De appelrechters die oordelen dat het Fonds, net als de aansprakelijke voor het ongeval, in de kosten kon worden veroordeeld omdat “de rechtzoekenden die voor een burgerlijk gerecht of voor een strafgerecht het herstel vorderen van een schade, gelijk moeten behandeld worden”, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 27/04/2012 - 15:35
Laatst aangepast op: vr, 27/04/2012 - 15:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.