-A +A

Rechtsplegingsvergoeding toegekend door de kortgedingrechter wanneer geen beslissing ten gronde tussenkomt

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Gent vierde kanton
Datum van de uitspraak: 
din, 19/10/2010
Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2011
Pagina: 
507
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

[...] Een rechtsplegingsvergoeding is één van de kosten verbonden aan een burgerlijke procedure (artikel 1018 Ger.W).

Overeenkomstig artikel 1017 Ger. W. wordt deze kosten (met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding) zelfs ambtshalve in het eindvonnis dat oordeelt over de vordering die de kosten met zich meebrengt, ten laste gelegd van de in het ongelijk gestelde partij. De begroting van de kosten gebeurt in datzelfde vonnis of
in een later vonnis door de rechter die het eindvonnis heeft gewezen (artikel 1021 Ger. W.).

Indien de beschikking van een kortgedingrechter zich beperkt tot het opleggen van een maatregel alvorens recht te doen, dan worden de aan de kortgedingprocedure verbonden kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, aangehouden.

In dat geval is het aan de rechter ten gronde om de kosten te vereffenen. Indien er geen procedure ten gronde volgt, kan de kortgedingrechter op grond van artikel 1021, tweede lid Ger. W. worden gevat om zich over de kosten uit te spreken (P. TAELMAN en S.VOET, “De verhaalbaarheid van de advocatenhonoraria:
analyse van een aantal knelpunten na één jaar toepassing”, randnummer 18, in UVAN ORSHOVEN en B.MAES (ed.), “De procesrechtwetten van 2007... Revisited!”,die Keure 2009).

De onderhavige procedure die er enkel toe strekt te oordelen over de kosten verbondenaan de procedure voor de kortgedingrechteren dan nog enkel en alleen over de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding kan bezwaarlijk worden aanzien als een procedure ten gronde die volgt na de procedure kort geding. Er wordt immers geen enkele vordering ten gronde gesteld. Artikel 1021 Ger. W. laat niet toe enkel voor het bekomen van een rechtsplegingsvergoeding een procedure voor een andere rechter in te stellen. 

De vrederechter is niet bevoegd om kennis te nemen van de vordering van nv Garage Ghistelynck Waregem en derhalve evenmin voor de door nv Mercedes-Benz Gent ingestelde vrijwaringsvordering en vordering tot het bekomen van een rechtsplegingsvergoeding. Wanneer een rechter zijn onbevoegdheid vaststelt moet hij op grond van artikel 660, eerste lid Ger. W. de zaak verwijzen naar de bevoegde rechter.

De zaak wordt dan ook verwezen naar de rechtbank van koophandel te Gent alwaar ze zal kunnen worden gevoegd bij de zaak aangehouden voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel, zetelend in kort geding.

OM DEZE REDENEN,
DE VREDERECHTER,
[…]
Verklaart zich onbevoegd.
Verwijst de zaak op grond van artikel 660,eerste lid Ger.W naar de rechtbank vankoophandel te Gent.
[…]

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 01/10/2011 - 10:21
Laatst aangepast op: di, 05/05/2015 - 22:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.