-A +A

Rechtsplegingsvergoeding en overgewaardeerde vorderingen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
din, 20/11/2012
A.R.: 
P.12.0203 N

Uit art. 1022, derde lid Ger.W. volgt dat de rechtsplegingsvergoeding, bij ontstentenis van een conclusie dienaangaande, wordt vastgesteld op het basisbedrag, zoals bepaald in het KB van 26 oktober 2007, en dat slechts van dit basisbedrag kan worden afgeweken, indien een van de partijen hierom verzoekt.

Niettemin kan de rechter de rechtsplegingsvergoeding berekenen op basis van het toegekende veeleer dan op basis van het gevorderde bedrag, wanneer dit laatste bedrag volgt ofwel uit een klaarblijkelijke overwaardering die de normaal bedachtzame en zorgvuldige justitiabele niet zou hebben begaan, ofwel uit een te kwader trouw verrichte verhoging die als enig doel had op kunstmatige wijze het bedrag van de vordering op te trekken tot een hogere schijf van de rechtsplegingsvergoeding. 

De rechter die de gevorderde rechtsplegingsvergoeding ambtshalve herleidt en berekent a rato van het percentage van de toegekende vordering 'om het doelbewust verhogen van een vordering om hogere rechtsplegingsvergoeding te bekomen tegen te gaan', zonder de partijen in de gelegenheid te stellen hieromtrent standpunt in te nemen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht (1). (1) Zie Cass. 22 april 2010, AR C.09.0270.N, AC 2010, nr. 274 en Cass. 17 nov. 2010, AR P.10.0863.F, AC 2010, nr. 681.
 

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1027
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. P.12.0203.N

B.V. t/ P.C.C.L.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Veurne van 21 december 2011.

...

II. Beslissing van het Hof

...

Vierde middel

18. Het middel voert schending aan van art. 1022 Ger.W. en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: de appelrechters berekenen de aan de eiser toekomende rechtsplegingsvergoeding a rato van het percentage van de toegekende vordering om het doelbewust verhogen van een vordering om een hogere rechtsplegingsvergoeding te verkrijgen tegen te gaan; er was hiervoor geen verzoek van partijen; de appelrechters hebben tevens nagelaten partijen hierover te ondervragen.

Art. 1022, derde lid Ger.W. bepaalt dat op verzoek van een van de partijen en op een met bijzondere redenen omklede beslissing, de rechter de vergoeding ofwel kan verminderen, ofwel kan verhogen, zonder de door de Koning bepaalde maximum- en minimumbedragen te overschrijden.

Hieruit volgt dat de vergoeding, bij ontstentenis van een conclusie dienaangaande, wordt vastgesteld op het basisbedrag, zoals bepaald in het KB van 26 oktober 2007, en dat slechts van dit basisbedrag kan worden afgeweken, indien een van de partijen hierom verzoekt.

Niettemin kan de rechter de rechtsplegingsvergoeding berekenen op basis van het toegekende veeleer dan op basis van het gevorderde bedrag, wanneer dit laatste bedrag volgt ofwel uit een klaarblijkelijke overwaardering die de normaal bedachtzame en zorgvuldige justitiabele niet zou hebben begaan, ofwel uit een te kwader trouw verrichte verhoging die als enig doel had op kunstmatige wijze het bedrag van de vordering op te trekken tot een hogere schijf van de rechtsplegingsvergoeding.

De rechter kan de gevorderde rechtsplegingsvergoeding op deze grond niet ambtshalve herleiden zonder de partijen in de gelegenheid te stellen hierover standpunt in te nemen.

19. De appelrechters die de door de eiser gevorderde rechtsplegingsvergoeding ambtshalve herleiden en berekenen a rato van het percentage van de toegekende vordering “om het doelbewust verhogen van een vordering om een hogere rechtsplegingsvergoeding te verkrijgen, tegen te gaan”, zonder de partijen in de gelegenheid te stellen hierover standpunt in te nemen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 24/03/2014 - 23:19
Laatst aangepast op: vr, 08/09/2017 - 11:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.