-A +A

Rechter moet buitengewone kosten omschrijven

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 04/01/2013

De rechter die een oordeel velt over de last van de verblijfsoverstijgende kosten, moet deze omschrijven.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2013/13
Pagina: 
930
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 september 2011.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddelen
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste middel
Eerste en tweede onderdeel
1. De eiser voert aan dat de appelrechter het recht van verdediging miskent en artikel 1138, 2° Gerechtelijk Wetboek schendt door de kinderen van woensdagnamiddag tot donderdagmorgen aan de verweerster toe te vertrouwen, terwijl dit door geen der partijen werd gevorderd en evenmin aan hun tegenspraak werd onderworpen.

2. Artikel 374, § 2 Burgerlijk Wetboek bepaalt: “[…] Bij gebrek aan akkoord, in geval van gezamenlijk ouderlijk gezag, onderzoekt de rechtbank op vraag van minstens één van de ouders bij voorrang de mogelijkheid om de huisvesting van het kind op een gelijkmatige manier tussen de ouders vast te leggen.

Ingeval de rechtbank echter van oordeel is dat de gelijkmatig verdeelde huisvesting, niet de meest passende oplossing is, kan zij evenwel beslissen om een ongelijk verdeeld verblijf vast te leggen.

De rechtbank oordeelt in ieder geval bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis, en rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en het belang van de kinderen en de ouders.”

3. De rechter miskent het recht van verdediging, noch schendt artikel 1138, 2° Gerechtelijk Wetboek, wanneer hij op een gemotiveerde wijze, op grond van de door de partijen overgelegde gegevens en binnen de grenzen van de tegenstrijdige vorderingen van de ouders een omgangsregeling oplegt in het belang van de ouders en de kinderen.

4. Uit het arrest blijkt dat:

de eiser een gelijke verblijfsregeling vorderde voor de beide kinderen;
de verweerster het behoud nastreefde van de bestaande regeling waarbij de eiser enkel een contact had om de veertien dagen tijdens het weekend en gedurende de helft van de vakanties;
de eiser elke dag werkt tot 15u45, terwijl de verweerster op woensdag steeds een vrije dag heeft.
5. De appelrechter oordeelt dat de beide kinderen “bij elke ouder zullen verblijven in een regime van alternerend verblijf om de week” en dat de kinderen “bij de moeder zijn op woensdag van na school of 12 uur tot donderdag voor schooltijd of tot donderdag 16 uur als er geen school is op die donderdag”, omdat deze regeling de minst slechte is voor de kinderen en aldus “op een realistische wijze aan de kinderen (wordt) toegelaten om zoveel als mogelijk bij elk van de ouders te wonen”.

6. Door aldus te oordelen, miskent het arrest niet het recht van verdediging, noch schendt het artikel 1138, 2° Gerechtelijk Wetboek.

De onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

Derde onderdeel
7. De appelrechter die vaststelt dat de eiser elke dag werkt tot 15u45, terwijl de verweerster op woensdag steeds een vrije dag heeft en oordeelt dat deze omgangsregeling op een realistische wijze de kinderen toelaat om zoveel als mogelijk bij elk van de ouders te wonen, voldoet aan het voorschrift van artikel 149 Grondwet.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel
De beide onderdelen

8. De eiser heeft geen belang om op te komen tegen een beslissing die in zijn belang is gewezen.

Het middel is niet ontvankelijk.

Derde middel
9. De eiser voert in zijn appelconclusie aan “dat beide partijen dienen bij te dragen, ten belope van de helft, in de zogenaamde verblijfsoverstijgende kosten, zoals nader omschreven in het dispositief” en zoals weergegeven in het middel.

10. Het arrest dat een oordeel velt over de last van de verblijfsoverstijgende kosten, zonder deze te omschrijven, beantwoordt dit verweer niet.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het besteden arrest in zoverre het oordeelt over de “verblijfsoverstijgende kosten” en over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiser tot 2/3 van de kosten.

Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 465,56 EUR en voor de verweerster op 106,24 EUR, in debet.

Noot: 

Wanneer een minimum aan overleg en communicatie tussen de ouders onmogelijk is, is het ethisch niet verantwoord deze ouders te verplichten tot overleg inzake buitengewone kosten en de opstelling van een verdeelsleutel. In deze gevallen is het aangewezen deze kosten forfaitair te begroten.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 05/07/2017 - 15:48
Laatst aangepast op: wo, 05/07/2017 - 15:48

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.