-A +A

Rechter bepaalt bewijswaarde van elke getuigenis

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
maa, 11/01/2016
A.R.: 
S.14.0018.N

Uit de bepalingen van artikels 934, 937 en 946 eerste lid van het gerechtelijk wetboek en uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het aan de rechter staat, ook al is de verklaring onder eed afgelegd, om vrij de bewijswaarde van de getuigenis te beoordelen, hierbij rekening houdende met alle elementen dienstig ter inschatting van de geloofwaardigheid ervan.

Een getuigenverklaring onder eed heeft geen bijzondere bewijswaarde.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
655
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

AR nr. S.14.0018.N

A.D. t/ NV J.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, van 4 december 2012.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 934 Ger.W. doet de getuige, alvorens te worden gehoord, opgave van zijn identiteit en legt hij de eed af zoals aldaar bepaald.

Krachtens art. 937 Ger.W. ondervraagt de rechter de getuige, hetzij ambtshalve, hetzij op vordering van een van de partijen, over zijn graad van bloed- of aanverwantschap met de partijen, alsmede over de feiten die hem persoonlijk betreffen en invloed kunnen hebben op zijn getuigenis. De ondervraging kan met name slaan op de volgende feiten:

1° het persoonlijk belang van de getuige bij de oplossing van het geschil;

2° zijn hoedanigheid van vermoedelijk erfgenaam of van begiftigde van een partij;

3° de overhandiging van getuigschriften of de verklaringen door de getuige afgelegd betreffende het geding;

4° het contract van vennootschap, van huur van goederen of van werk dat de getuige met een partij heeft gesloten; zijn hoedanigheid van hiërarchisch meerdere of mindere van een partij;

5° het geschil dat een getuige met een partij mocht hebben of de veroordeling die tegen hem mocht zijn gewezen op klacht of op verzoek van die partij.

Krachtens art. 946, eerste lid Ger.W. neemt de rechter die het getuigenverhoor heeft gehouden, zitting wanneer er uitspraak wordt gedaan over de uitslag van de getuigenissen, tenzij hij verhinderd is.

2. Uit deze bepalingen en uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het aan de rechter staat, ook al is de verklaring onder eed afgelegd, om vrij de bewijswaarde van de getuigenis te beoordelen, hierbij rekening houdende met alle elementen dienstig ter inschatting van de geloofwaardigheid ervan.

3. Het middel dat erin zijn geheel van uitgaat dat aan de getuigenverklaring onder eed een bijzondere bewijswaarde toekomt, faalt naar recht.

Bart Van den Berghonder de publicatie van dit arrest in het R.W: Bart Van den Bergh, (Voorlopig) geen “partij-getuige” naar Belgisch recht

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 05/02/2017 - 12:20
Laatst aangepast op: zo, 05/02/2017 - 12:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.