-A +A

Raad van State mogelijkheid neerlegging stuk bij de laatste memorie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
din, 17/12/2013
A.R.: 
225.851

Niets staat eraan in de weg dat een verzoeker voor de Raad van State, die wordt geconfronteerd met een ongunstig auditoraatsverslag, nog argumenten aanvoert en daaraan gerelateerde stukken neerlegt om de Raad van State toch van zijn standpunt te overtuigen, mits hij aldus aan zijn middelen geen nieuwe inhoud of draagwijdte geeft, wat te dezen niet het geval is.

De enkele omstandigheid dat het neergelegde stuk al eerder voor verzoeker beschikbaar zou zijn geweest en door hem kon worden aangewend, doet daaraan geen afbreuk.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
388
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

H.V.V. t/ Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening

Arrest nr. 225.851

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 23 januari 2012, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de raad van bestuur van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening van 25 november 2011 waarbij aan H.V.V. de tuchtstraf “blaam” definitief wordt opgelegd.

...

IV. Regelmatigheid van de rechtspleging

...

B. Stuk gevoegd bij de laatste memorie van verzoeker

Standpunt van de verwerende partij

7. De verwerende partij wijst er ter terechtzitting op dat verzoeker bij zijn laatste memorie een nieuw stuk heeft gevoegd. Zij werpt op dat verzoeker dat in dat stadium van de procedure niet meer vermocht te doen, aangezien hij in de mogelijkheid was om dat stuk al eerder neer te leggen.

Beoordeling

8. Het bedoelde stuk is het verslag van de vergadering van de raad van bestuur van 3 juli 2009 die een tuchtsanctie heeft opgelegd aan een collega van verzoeker.

Verzoeker voert het stuk aan ter staving van zijn argumentatie dat de raad van bestuur niet rechtlijnig is in zijn houding ten aanzien van de aanwezigheid van leden van de directieraad op zijn vergaderingen. Verzoeker ontwikkelt die argumentatie in zijn repliek op het ongunstige, in het auditoraatsverslag ingenomen standpunt met betrekking tot zijn grief dat de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de raad van bestuur geschonden zijn doordat niet alle leden van de directieraad de vergadering van de raad van bestuur hebben verlaten vóór de behandeling van zijn tuchtzaak, niettegenstaande zij door hun beslissing van 23 juli 2009 om hem een blaam op te leggen reeds bij de zaak waren betrokken.

Niets staat eraan in de weg dat een verzoekende partij voor de Raad van State, die wordt geconfronteerd met een ongunstig auditoraatsverslag, nog argumenten aanvoert en daaraan gerelateerde stukken neerlegt om de Raad van State toch van zijn standpunt te overtuigen, mits hij aldus aan zijn middelen geen nieuwe inhoud of draagwijdte geeft, wat te dezen niet het geval is. De enkele omstandigheid dat het neergelegde stuk al eerder voor verzoeker beschikbaar zou zijn geweest en door hem kon worden aangewend, doet daaraan geen afbreuk.

Er is dan ook geen aanleiding om het bij verzoekers laatste memorie gevoegde stuk uit het debat te weren.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 04/11/2014 - 20:23
Laatst aangepast op: di, 04/11/2014 - 20:23

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.