-A +A

Raad van State middelen van openbare orde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
din, 20/06/2017
A.R.: 
238.588

In tegenstelling tot wat geldt voor de andere middelen, moet een middel tot nietigverklaring dat wordt aangebracht als een middel van openbare orde, door de verzoekende partij niet noodzakelijk, op straffe van onontvankelijkheid, worden aangevoerd in het verzoekschrift of zodra zij daartoe de gelegenheid heeft in het kader van de procedure nadat ze er kennis van heeft gekregen of er kennis van moest hebben. De reden daarvoor is dat, mocht het effectief gaan om een middel van openbare orde dat gegrond is, de Raad van State het in voorkomend geval ambtshalve in aanmerking zou moeten nemen.

Niettemin kan het in sommige omstandigheden eigen aan een bepaalde zaak gerechtvaardigd zijn dat het middel dat door de verzoekende partij wordt aangebracht als een middel van openbare orde, niet wordt onderzocht wanneer het aanvoeren van dat middel door de verzoekende partij een duidelijke schending van de loyale procesvoering blijkt te zijn, die een substantiële tekortkoming uitmaakt aan het normale en behoorlijke verloop van het onderzoek van het beroep.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
546
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV E.A.T. t/ Brussels Hoofdstedelijk Gewest e.a.

Arrest nr. 238.588

I. Voorwerp van het beroep

Bij een op 24 september 2009 ingediend verzoekschrift vordert de NV E.A.T. de nietigverklaring van:

«– primair, de impliciete beslissing van het Milieucollege om de beslissing van het [Brussels Instituut voor Milieubeheer; hierna: «BIM»] van 31 maart 2009 te bevestigen waarbij haar een administratieve geldboete van 75.078 euro wordt opgelegd wegens vermeende overtredingen, in maart 2007, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer, een impliciete beslissing die voortvloeit uit het feit dat het Milieucollege geen uitdrukkelijke beslissing heeft genomen binnen de termijn die is bepaald bij art. 39bis, derde lid, van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu;

– subsidiair de beslissing van het BIM van 31 maart 2009 om haar een administratieve geldboete van 75.078 euro op te leggen wegens vermeende overtredingen, van mei 2007 tot oktober 2007 [lees: gepleegd in maart 2007], van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer».

...

III. Onderzoek

Probleemstelling

3. De algemene vergadering is geroepen om, met het oog op de eenheid in de rechtspraak, uitspraak te doen over de kwestie of een verzoekende partij een annulatiemiddel van openbare orde in elke stand van het geding mag aanvoeren, dan wel of zij dit middel dient aan te voeren in het verzoekschrift of bij de eerst mogelijke procedurele gelegenheid.

...

Beoordeling

7. In tegenstelling tot wat geldt voor de andere middelen, moet een middel tot nietigverklaring dat wordt aangebracht als een middel van openbare orde, door de verzoekende partij niet noodzakelijk, op straffe van onontvankelijkheid, worden aangevoerd in het verzoekschrift of zodra zij daartoe de gelegenheid heeft in het kader van de procedure nadat ze er kennis van heeft gekregen of er kennis van moest hebben. De reden daarvoor is dat, mocht het effectief gaan om een middel van openbare orde dat gegrond is, de Raad van State het in voorkomend geval ambtshalve in aanmerking zou moeten nemen.

8. Niettemin kan het in sommige omstandigheden eigen aan een bepaalde zaak gerechtvaardigd zijn dat het middel dat door de verzoekende partij wordt aangebracht als een middel van openbare orde, niet wordt onderzocht wanneer het aanvoeren van dat middel door de verzoekende partij een duidelijke schending van de loyale procesvoering blijkt te zijn, die een substantiële tekortkoming uitmaakt aan het normale en behoorlijke verloop van het onderzoek van het beroep.

9. Het komt de bevoegde kamer toe te oordelen of er in casu al dan niet zulke specifieke redenen bestaan die kunnen rechtvaardigen dat de middelen en middelonderdelen die niet bij de eerst mogelijke procedurele gelegenheid zijn aangevoerd, maar die volgens de verzoekende partij van openbare orde zijn, al dan niet als onontvankelijk moeten worden beschouwd.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 29/11/2017 - 11:41
Laatst aangepast op: wo, 29/11/2017 - 11:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.