-A +A

Raad van state en persoonlijke verschijning

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Raad van State
Datum van de uitspraak: 
maa, 10/05/2010

In beginsel is het toekennen van enig uitstel van de terechtzitting niet te verenigen met de door de wetgever gewilde spoedbehandeling van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van een administratieve rechtshandeling.

De persoonlijke verschijning van verzoeker is op zich geen procedurele vereiste, zodat dit op zich geen uitstel noodzaakt.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
787
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

M.Z. t/ Belgische Staat, minister van Justitie

Arrest nr. 235.588

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld per fax op 1 augustus 2016, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de ordemaatregel van de gevangenisdirecteur van Hasselt van 28 juli 2016 [...] waarin aan verzoeker één maand glasbezoek wordt opgelegd van 28 juli tot en met 28 augustus 2016”.

...

IV. Regelmatigheid van de rechtspleging

4. Ter terechtzitting vraagt de advocate van verzoeker een uitstel van de terechtzitting om verzoeker in staat te stellen persoonlijk aanwezig te zijn op de terechtzitting. Zij wijst erop dat verzoeker aan de gevangenisdirectie had verzocht aanwezig te zijn, maar dat op dit verzoek niet is ingegaan en dat verzoeker niet is overgebracht naar de Raad van State.

5. In beginsel is het toekennen van enig uitstel van de terechtzitting niet te verenigen met de door de wetgever gewilde spoedbehandeling van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van een administratieve rechtshandeling.

De persoonlijke verschijning van verzoeker is op zich geen procedurele vereiste, zodat dit op zich geen uitstel noodzaakt. Op grond van art. 4, tweede lid van het KB van 5 december 1991 “tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State” moet verzoeker immers “verschijnen of vertegenwoordigen”. Te dezen is verzoeker ter terechtzitting vertegenwoordigd. De enkele omstandigheid dat verzoeker, naar hij beweert, door de administratie van de verwerende partij niet in de mogelijkheid werd gesteld persoonlijk aanwezig te zijn en hij dit wenste, is aldus geen dwingende omstandigheid die op zich het gevraagde uitstel noodzaakt, temeer daar zijn advocate zich op nuttige wijze heeft kunnen verweren inzake de ontvankelijkheid van de vordering.

Uit wat voorafgaat volgt dat het gevraagde uitstel onverenigbaar is met de door verzoeker gedane procedurekeuze en veeleer de beweerde uiterst dringende noodzakelijkheid lijkt tegen te spreken.

6. Het verzoek tot uitstel wordt niet ingewilligd.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 15/02/2017 - 16:04
Laatst aangepast op: ma, 20/03/2017 - 17:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.